Degelijk, kritisch, maar vooral overtuigd Europeaan

Necrologie

Deze week werd het overlijden bekend van André Szász, oud-directielid van DNB. De euro was zijn grootste zorgenkind.

Szász (rechts, zittend) samen met generatiegenoten van de Nederlandsche Bank, zoals Wim Duisenberg en Nout Wellink. Foto ANP

Zijn woonkamer zag eruit als werkkamer. Overvolle boekenkasten die het hele Europese verleden herbergden, naast dikke delen over economie. Ook na zijn werkzame leven als directeur bij De Nederlandsche Bank, verloor de eind december overleden André Szász het Europese project geen moment uit het oog.

De euro was zijn grote zorgenkind. „Een kind van ouders die het oneens waren over de opvoeding”, schreef hij in 2011 in deze krant. Tijdens een interview met NRC bij hem thuis in datzelfde jaar legde hij uit: „Europa ging aan het einde van de vorige eeuw op weg naar een gemeenschappelijke munt, met twee verschillende modellen in het hoofd. Het Duitse (en het Nederlandse) met keiharde criteria van een begrotingstekort van niet meer dan 3 procent, en een nationale schuld van niet meer dan 60 procent. En het Franse model waarin de politiek uiteindelijk altijd het laatste woord zou hebben. Het probleem was van tevoren ingebakken. Het gemeenschappelijke monetaire beleid was bij voorbaat ondergeschikt gemaakt aan de nationale politiek, in plaats van andersom.” En toen moest de Griekse crisis nog losbarsten.

Degelijk, scherp, kritisch, maar vooral overtuigd Europeaan. Szász (1932) werd geboren in het toenmalige Nederlands-Indië. Zijn Hongaarse ouders waren na de Eerste Wereldoorlog uit de puinhopen van het Habsburgse Rijk vertrokken om in de tropen een nieuw bestaan op te bouwen.

De vader van Szász vond als arts een betrekking in Djokjakarta. Na de oorlog, waarbij het gezin aan Japanse internering ontkwam omdat ze Hongaarse staatsburgers waren, ging de jonge André Szász in Nederland economische wetenschappen studeren. En groeide hij uit tot een van de markante gezichten van DNB.

André Szász kwam in 1960 in dienst bij de centrale bank. Vanaf 1973 was hij ruim twintig jaar lid van de directie, waar hij nauw betrokken was bij het zogeheten harde-guldenbeleid. Koppeling aan de Duitse mark moest voorkomen dat de Nederlandse munt te veel speelbal werd van valutaschommelingen. Door met de harde Duitse munt mee te bewegen, wist de Nederlandse gulden zijn eigen hardheid te behouden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Franse franc en de Italiaanse lire, waarbij devaluaties aan de orde van de dag waren.

DNB noemt Szász in het bericht van zijn overlijden „de monetair diplomaat van de bank”. Hij was nauw betrokken bij de vorming van de Economische en Monetaire Unie in 1992, de EMU, opmaat naar de invoering van de euro in 2001. In zijn boek De Euro (2001) beschreef Szász in detail hoe de gemeenschappelijke munt van zijn strikte koers raakte toen Frankrijk en Duitsland het uiteindelijk op een akkoord gooiden: Duitse steun voor de Franse visie op een monetaire unie in ruil voor Franse steun voor de Duitse hereniging.

Ook over de Nederlandse politiek had hij trouwens het nodige te melden. Zoals over de onverhoedse manier waarop premier Lubbers in 1983 tegen het advies van DNB in de gulden niet volledig liet meerevalueren met de D-mark, en daarmee de schatkist voor jaren flink benadeelde. De belangrijkste kritiek van Szász betrof het uitblijven van verdere politieke integratie in Europa. „Verder hobbelen zonder politieke visie is een recept voor rampspoed”, schreef hij in 2011.

Tien jaar eerder concludeerde hij nog in zijn boek dat die politieke visie automatisch zou volgen. „Deze grote stap in het integratieproces valt in een periode waarin na de beëindiging van de Koude Oorlog in Europa nieuwe verhoudingen ontstaan. ‘Verdieping’ en ‘verbreding’ gaan in de richting van een nieuwe ordening van Europa als geheel in het kader van de Europese Unie. Een dergelijke ordening, min of meer bewust ontworpen en vrijwillig aangegaan, is – als zij lukt– uniek in de Europese geschiedenis. Of zij slaagt, hangt er vooral vanaf of oude en nieuwe lidstaten zullen leren Europees te denken.”