Zo loopt de illegale handelsroute in tijgerbotten en berberaapjes

Wildlife crime Criminoloog Daan van Uhm zocht uit hoe de illegale handel in wildlife – na drugs- en wapenhandel het meest lucratief – werkt. Een groot deel eindigt op de Europese markt.

Een ranger van de Kenya Wildlife Services houdt de wacht op de plek waar de van stropers geconfisqueerde slagtanden van olifanten en neushoorns in de brand zullen worden gestoken. Foto Tony Karumba/AFP

Daan van Uhm zag het met eigen ogen gebeuren, in het grensgebied tussen Birma en China. Kleine criminelen, vaak opiumkoeriers, die de illegale handel in dieren en dierlijk materiaal er een beetje bij doen. Meestal gaan ze op hun brommertje de grens over met kleine hoeveelheden drugs. Maar soms nemen ze neushoornpoeder mee, of schubdierschubben.

Ze zouden wel gek zijn als ze het niet deden, zegt Van Uhm. Het betaalt goed en de pakkans is nog steeds heel klein. En als het een keer gebeurt, stellen de straffen niks voor. Zeker niet in vergelijking met de lange celstraffen die ze riskeren voor drugshandel. Het zijn dezelfde jongens, met dezelfde dekmantels en dus ook dezelfde problematiek van armoede en uitzichtloosheid.

De douane in de haven van Shanghai checken de megavondst van 3 ton aan illegale schubben van schubdieren. Foto AFP

Lange tijd waren het alleen biologen en ecologen die zich bekommerden om de illegale handel in dieren en planten. Het onderzoek gebeurde door inspectiediensten van het ministerie van Economische Zaken of Landbouw. Niet door Justitie.

Maar er gaat steeds meer geld in om. Volgens voorzichtige schattingen van onder meer de Verenigde Naties tussen de 10 en 25 miljard dollar per jaar. Dat is moeilijk precies te zeggen, want volgens een andere schatting wordt slechts 10 procent van deze illegale handel ontdekt. Handel in wildlife is daarmee na die in drugs en wapens de grootste vorm van illegale handel.

Van Uhm (33) is criminoloog. Hij besloot voor zijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Utrecht deze handel in kaart te brengen. „Ecologen tellen soorten”, zegt hij op zijn zolderkamer in het Willem Pompe Instituut in het centrum van Utrecht.

„Ze onderzoeken de impact van de handel op ecosystemen. Ze kijken naar het belang voor de biodiversiteit. Criminologen vragen zich eerder af wat mensen drijft die in deze handel zitten. Hoe werken ze samen? Hoe is de legale handel erbij betrokken? Welke rol speelt de georganiseerde misdaad? In welke politieke, sociaal-economische en culturele context vindt de handel plaats?”

Voor zijn onderzoek had Van Uhm weinig houvast. „Er waren een paar rapporten over georganiseerde misdaad in deze illegale handelsvorm, zoals van de Economic and Social Council van de VN aan het begin van deze eeuw. Maar dat was voornamelijk gebaseerd op twee journalistieke producties: een artikel in Time uit 1994 en een verhaal in de Los Angeles Times, een jaar later. Andere rapporten praatten elkaar voortdurend na.”

Dus besloot Van Uhm zelf de handelaren op te zoeken en drie heel verschillende netwerken in kaart te brengen, die een belangrijke overeenkomst hebben: de handel vormt een ernstige bedreiging voor het voortbestaan van de soort.

Hij maakte dezelfde reis als de kaviaar die door steurvissers in de Kaspische Zee aan land wordt gebracht in bijvoorbeeld Dagestan, en daarna via Moskou of Bakoe in Azerbajdzjan naar de haven van Hamburg wordt gesmokkeld, om op de tafels van luxe restaurants in Europa te belanden.

Herkomstlanden van EU inbeslagnames tussen 2001-2010

Hij zag hoe berberaapjes werden verhandeld in het Atlasgebergte in het Marokkaanse dorpje Azrou, ten zuiden van Fez, en gedrogeerd door vrachtwagenchauffeurs over de Middellandse Zee naar Europa werden gesmokkeld, waar ze aan liefhebbers worden verkocht.

En hij volgde hoe hoorn van neushoorns en saiga-antilopen, tijgerbotten en schubdierschubben in traditionele Chinese medicijnen worden verwerkt en vanuit onder meer Anguo, ruim 200 kilometer ten zuidenwesten van Beijing, naar Europa worden verscheept, waar ze vooral door Chinezen worden gebruikt voor allerlei kwalen en ziektes, variërend van buikkramp en koorts tot reuma, malaria en kanker.

Waarom juist deze drie netwerken?

„Ze hebben alle drie grote gevolgen voor de verhandelde soort. Ze staan hoog in de statistieken van illegale handel. En ze dienen verschillende doelen: functioneel gebruik van Chinese medicijnen, symbolisch gebruik van kaviaar – je kunt zeggen dat het voedsel is, maar het gaat vooral om status. En vermaak als doel van de apenhandel. Mensen willen een levend aapje als een soort speelkameraadje.”

Was u verbaasd dat handelaren bereid waren met u te praten?

„Ik vertelde dat ik een boek aan het schrijven was en graag van de mensen zelf wilde horen wat ze meemaakten en hoe ze in deze handel terecht waren gekomen. Ik wilde hun verhaal horen. Veel handelaren worden gefascineerd door wat ze doen. Het geeft een kick, ook omdat het niet volgens de regels is. Voor hen was ik – een beetje zoals vroeger – de reiziger die voorbij komt en weer verdwijnt, een vreemde, aan wie ze graag hun geheimen vertellen.

„Het scheelt natuurlijk ook dat het nog niet heel erg gecriminaliseerd is. Het is andere business dan cocaïne- of wapenhandel. In ieder geval zien zij dat zelf vaak zo.”

Maar waren ze dan niet bang zichzelf te verraden?

„Natuurlijk. Ze wilden ook niet altijd alle vragen beantwoorden. Maar ik was soms verbaasd over de gedetailleerde informatie. Er waren handelaren die zeiden dat ze niet bang waren. Ik kon ze toch niets maken. Ik kon wel naar de politie stappen, zeiden ze, maar daar waren ze goed genoeg mee bevriend om te weten dat er niets zou gebeuren.”

En was het niet gevaarlijk om zo te wroeten in criminele netwerken?

„Het was wel eens spannend. In Anguo werd ik door een neushoornhandelaar gevraagd om mee naar zijn huis te gaan. Dat was op zichzelf niet ongewoon. Ik heb geregeld bij mensen thuis gegeten of met ze in een karaokebar of bij een teaparty gezeten. Maar die neushoornhandelaar was anders. Het voelde niet goed. We gingen door zijn woning heen een trap op, toen een gang door, waar mannen en vrouwen rondhingen. En uiteindelijk kwamen we in een achterkamertje om te praten. Dat wil zeggen, ik moest vragen beantwoorden. En die lui waren wel gewapend.

„Ik was ook wel eens bezorgd over alle informatie die ik had. Het gaat tenslotte om corrupte landen. Ik wist dingen over de overheid, over omkoopbare ambtenaren en semi-staatsbedrijven die meededen aan illegale handel. In Azerbajdzjan bijvoorbeeld, had ik daarover ook een interview gehad op een ministerie. Toen ik het land verliet, werd ik uit de rij gepikt en moest ik al mijn bagage tonen. Je weet nooit precies waarom. Ze zagen wel de lege kaviaarblikken die ik als souvenir van een handelaar had gekregen. Maar ze lieten me gelukkig gewoon vertrekken.”

Is het goed dat deze handel gecriminaliseerd wordt?

„De VN roepen landen op om illegale handel in dieren en planten serieus te nemen. Er wordt gepleit voor hogere straffen, tot meer dan vier jaar. Nu zijn de straffen vaak heel laag. En het onderwerp heeft nauwelijks prioriteit. De normen en waarden van een samenleving veranderen, en daar zul je uiteindelijk ook consequenties aan moeten verbinden.

„Maar het is nog steeds een groot debat. Ook bij conferenties over CITES, het internationale verdrag dat gaat over de handel in bedreigde soorten. Moet je criminaliseren of juist legaliseren? Vergelijk het met softdrugs. Enerzijds zorgt regulering ervoor dat de transparantie behouden blijft. Als je criminaliseert, zal de illegale handel professionaliseren. Om niet gepakt te worden ontstaat er een ondergronds circuit. Politie en corrupte ambtenaren worden meegetrokken in het criminele netwerk. Anderzijds zorgt de regulering juist voor allerlei witwasmogelijkheden, waardoor de druk op met uitsterven bedreigde soorten kan verergeren.”

Hebt u dat zien gebeuren?

„Ik heb gemerkt hoe boven- en onderwereld verknoopt raken. In Marokko bestaat sowieso een grote informele economie. Iedereen is daar bezig met handeltjes. Vaak legaal, soms een beetje illegaal. In dierenwinkels worden bijvoorbeeld aapjes onder de toonbank verhandeld.

„Dat zag ik ook in China. Zo vertelden handelaren me in een staatsziekenhuis dat hun poeder van hoorns van saiga-antilopen afkomstig was van een kwekerij. Maar dit soort kwekerijen voor de commerciële handel in hoorns bestaat niet volgens Chinese ambtenaren.

„Een ander voorbeeld is een steurkwekerij met een nauwe band met illegale vissers. De kwekers waarschuwen de stropers als ze jonge steuren uitzetten in de Kaspische Zee. Die moeten dan even stoppen met jagen, zodat die vissen de tijd krijgen om te groeien.”

Vrijwilligers dragen de slagtanden die van stropers zijn geconfisqueerd in een national park in Nairobi. Foto Tony Karumba/AFP

Van Uhm schrijft dat volgens schattingen een derde van de illegale handel bestemd is voor de EU. Kaviaar, koraal, wilde vogels en het gros van reptielenproducten zoals leer. Je kunt je afvragen of het Westen zijn eigen betrokkenheid niet te gemakkelijk afschuift? Niet alleen fungeert bijvoorbeeld de EU geregeld als een transit voor neushoornhoorn. Maar in het Westen bestaat de bereidheid om flink te betalen voor kaviaar, een aap of voor de traditionele Chinese medicijnen. Waar vraag is, ontstaat vanzelf aanbod.

„Wij denken: als we iets aan deze illegale handel willen doen, moeten we ingrijpen op plekken waar die begint”, zegt Van Uhm. „Vaak zijn dat arme landen met een grote biodiversiteit en een hoge mate van corruptie. Maar zo verliezen we uit het oog wat zich afspeelt in Europa. We zijn bijvoorbeeld erg gericht op iconische soorten, zoals neushoorn en olifant. Maar in de statistieken blijkt het overgrote deel van de handel reptielen te betreffen. En waar worden die vooral in beslag genomen? In Europa en de VS. In Nederland vinden bijvoorbeeld zeer grote reptielenbeurzen plaats – er zijn aanwijzingen dat daar illegaal gehandeld wordt. Maar dit is vaak onbekend bij de bezoekers.”

Dat westerse perspectief kwam Van Uhm vaak tegen. De steurvissers in de Kaspische Zee vroegen hem: „Hoe kan dat nou? We hebben altijd op steur gevist en ineens mag het niet meer.” De vissers zijn van hun bestaan beroofd, van hun manier van leven. Tegelijkertijd kwamen er georganiseerde bendes die gewelddadige methodes gebruikten om de kaviaar op grote schaal te oogsten. Ze laten granaten in het water exploderen, waardoor de vissen komen bovendrijven en het hele ecosysteem wordt vernietigd. Veel van die illegale kaviaar komt in Europa terecht – tussen 2000 en 2010 werd alleen al 16 ton in beslag genomen.

In China kreeg Van Uhm te horen: „Dit is onze traditie, onze cultuur, waar bemoeit het Westen zich mee.” De traditionele Chinese medicijnen van tijgerbotten en neushoornhoorn hebben ook een functie. „In het Westen hoor je zeggen: wat een onzin, knip gewoon je nagels dan heb je dezelfde substantie als neushoornhoorn”, vertelt Van Uhm. „Maar zij zeggen: nee dat werkt niet, het moet echt van zo’n dier afkomstig zijn. Van een in het wild gevangen dier.”

Bij de introductie van nationale parken in Afrika werd de lokale bevolking destijds zomaar uit die gebieden verdreven vanuit de gedachte dat je mens en dier moest scheiden om de natuur te beschermen. Ze mochten ineens niet meer op hun natuurlijke hulpbronnen jagen. Dat is veranderd, er wordt tegenwoordig juist samengewerkt met de bewoners. Maar in het Krugerpark worden lokale stropers opgespoord en gedood. Terwijl westerlingen die het park bezoeken en duizenden euro’s neertellen wel dieren mogen schieten.

Helpt het om de handel beperkt toe te laten? Als een Afrikaanse boer die neushoorns houdt af en toe een hoorn verkoopt?

„Vanuit economisch perspectief zou je denken dat daar de oplossing ligt: als er meer legale hoorns op de markt komen, raakt die verzadigd en neemt de stroperij vanzelf af. Maar zo werkt het niet altijd. De handel wordt hierdoor ook sociaal acceptabel gemaakt. Iedereen zou het poeder kunnen kopen en er bij wijze van spreken een theetje van kunnen trekken.

„Veel mensen geloven bovendien dat kweekneushoorn niet werkt, dat je het authentieke product van de wilde dieren moet hebben – net als de liefhebbers van kaviaar vaak zeggen dat die van kweeksteur lang niet zo lekker is. De legale markt maakt het bovendien makkelijker om illegale producten wit te wassen. Toen in 2008 een beperkte hoeveelheid ivoor uit onder meer Botswana legaal op de markt kwam, kwam de olifantenpopulatie ineens veel sterker onder druk te staan door stroperij. Voor China was dat een van de redenen om vorige week te besluiten de handel in ivoor te gaan verbieden.

Foto Philippe Lopez/AFP

„Er is één groot verschil met andere vormen van criminaliteit. Meestal houden criminologen zich bezig met directe schade voor mensen: diefstal van iets waaraan we gehecht zijn, drugsgebruik dat slecht is voor de gezondheid. Maar de handel in dieren gaat over het uitroeien van soorten als we niet ingrijpen. De schade is niet te berekenen en raakt de essentie van het leven.

„Samenwerking met ecologen en biologen kan een criminoloog helpen om te begrijpen hoe de schade in elkaar zit. Tegelijkertijd moet je rekening houden met de sociaaleconomische context en de lokale bevolking betrekken bij een oplossing. Zeggen dat de neushoorn beschermd moet worden, de handel verbieden en de bescherming militariseren, zal niet werken. Alleen maar harder straffen is zinloos. Het is tijd voor een cultuuromslag.”

Daan van Uhm: The illegal wildlife trade: inside the world of poachers, smugglers and traders, uitg. Springer, New York.