De kracht van het vet

Wie wil zien hoe onze cultuur met gewicht en gezondheid omgaat, moet in openbare gebouwen eens gaan letten op de trap. Welke trap? Meestal zit hij achter een nooduitgangachtige deur, goed verscholen voor wie achteloos binnentreedt en als door magie wordt aangetrokken door de glimmende liftdeuren. Zoef, je gaat omhoog zonder enige inspanning. Terwijl toch, kort gezegd, consequent de trap nemen deel uitmaakt van een gezond leef- en voedingspatroon. Wie rondloopt in een obesogene samenleving als de onze moet echt extra opletten. Bij de huidige dikte-epidemie is meer aan de hand dan een moreel te verwerpen vreetcultuur.

Het schijnt dat maar één procent van de bevolking de adviezen van het voedingsbureau echt serieus neemt, maar ook de anderen lijken enorm bezig met het onderwerp. Vroeger had een goede boekhandel een flinke collectie ‘politiek en samenleving’, nu valt er vooral de reusachtige kast met kook-, eet- en gezondleven-boeken op.

Wat kan een NRC-wetenschapsspecial over afvallen daar nog aan toevoegen, in het eerste gewone weekend van de beruchte goedevoornemenstijd na de feestdagen? Nou, bijvoorbeeld het inzicht dat afvallen niet het grootste probleem is maar het op gewicht blijven als je eenmaal wat kilo’s kwijt bent. En hoe dat fysiologisch zit. In hetzelfde stuk legt Wim Köhler ook uit waarom het jojo-diëten zo funest is. Dat consequent traplopen (en parkeer ook eens je auto een kwartiertje lopen verderop) heeft geen belangrijk afvallend effect, maar het helpt wel op het goede gewicht te blijven. Of neem het fascinerende verhaal dat Dirk Vlasblom schreef over de dikste natie ter wereld: die van het eiland Nauru. Cultuur, genetica en economie maken afvallen daar echt heroïsch. Maar niet onmogelijk.

En zijn verkenning van ‘afvallen in het dierenrijk’ deed de auteur, Lucas Brouwers, hardop verzuchten: „Eigenlijk zouden te dikke mensen de hele winter moeten gaan slapen”. Dat scheelt ook gelijk die dikmakende feestdagen.