Bang voor de invloed van de straat

De stemming in Amersfoort Overlast van jongens van Marokkaanse afkomst bepaalt het stemgedrag van de een – en van de ander het buitenspeelbeleid.

De hoek van het Euterpeplein in Amersfoort waar hangjongeren vaak ‘hangen’.

Op Nieuwjaarsdag wandelen Sabiha Elkadder en Saadi Elmahi over het Euterpeplein in Amersfoort. Voor een Albert Heijn-etalage liggen een damesfiets en twee keien, en overal glassplinters. In de ruit zijn drie grote sterren. Erachter een Kerstmanpop op een slede.

Wij denken aan de moordpartij van Nieuwjaarsnacht in Istanbul, door IS verantwoord als een aanslag op een „heidens feest”. Op Oudejaarsavond hadden Nederlandse orthodoxen een vermaning op Facebookpagina ‘De zuivere aanbidding’ gepost: „Ik ben moslim en ik doe niet mee aan de feesten van de ongelovigen.”

Was de Kerstman het doelwit op het Euterpeplein? „Ik kan me dat niet voorstellen”, zegt Sabiha Elkadder. „Toen mijn kinderen klein waren, vierden we altijd Kerst. De moslimkinderen in de buurt vieren het ook. Ik heb het idee dat ouders daar alleen maar meer aandacht aan besteden dan vroeger.”

Assistent-supermarktmanager Ellen Bruinhard zegt dat de etalage in de loop der jaren wel vijf keer is ingegooid, ook als er geen Kerstman te bekennen was. „Het is vandalisme.” AH laat de ruiten nu vervangen door een kei-bestendige pui.

Sabiha Elkadder had deze Kerst eters. Saadi en haar dochters kwamen. En de Nederlandse buren die al 26 jaar naast haar wonen. „We hebben niet met alle buren zulk contact, sommige groeten ons nooit.”

Op Oudejaarsnacht heeft ze haar zoon van 17 binnengehouden. Die van 23 bleef na twaalven bij een vriend. Ze belt haar kinderen steeds met haar Nokiaatje om te vragen waar ze zijn, hoe vervelend die dat ook vinden. „Mijn man is niet streng, dus ben ik het.”

Op het driehoekige Euterpeplein spraken we met winkeliers en voorbijgangers. Er is een groep jongeren tussen de acht en de twintig jaar, die daar rondhangt. Ze versperren de weg, schelden, spugen, slaan en gooien af en toe een ruit in. Soms racen ze rond het plein met brommers of auto’s, tot diep in de nacht. De burgemeester kondigde in december een „diepgaand onderzoek” aan naar de overlast in de wijk Randenbroek.

De verkoper bij bloemenzaak Ammersflora lijdt onder het eeuwige gegil van de jongens. Als een mevrouw met een rollator wil passeren, krijsen ze dat die haar „kankersmoel” moet houden. Niemand die er iets van zegt. Doe je dat wel, dan staan ze met vijftien man om je heen, of je krijgt een steen door je ruit.

De jongens stuiven weg

Anna Costanza van restaurant La Piazza di Roma knikt naar haar zoon Ivan achter de toonbank, een geblokte jongen met kortgeschoren haren en op zijn onderarm ‘Made in Italy’ getatoeëerd. Als hij naar buiten stuift, zijn de treiteraars direct weg.

Omdat het „Marokkaanse jongens” zijn, zegt Miranda die op het plein een oogje op haar kleinkinderen houdt, hebben ze invloed op haar stemgedrag. „Daar ben ik eerlijk in: PVV.”

Die jongens geven ons een slechte naam, zegt Sabiha Elkadder.

Marokkaanse moeders worstelen er mee. Saadi Elmahi – gescheiden en pas daarna naar school gegaan, en nu werkzaam in de thuiszorg, „bevrijd en gelukkiger dan ik ooit in Marokko zou zijn” – heeft zeven dochters. Sabiha Elkadder heeft twee dochters en twee zonen. Over haar zonen maakt ze zich het meest druk.

Onkundig in het opvoeden

In de Verdistraat zien we een paar jongens met hun vader houthakken. Binnen vertelt Mina Hablal, hun moeder, hoe bang ze is voor de straat. Dat haar zonen – 15, 17, 21 – op de verkeerde plekken komen. Zij komt uit Fez, haar man uit Casablanca. De meeste van oorsprong Marokkaanse gezinnen in de componistenstraten hebben hun wortels in het Rif-gebergte. Hoe die opvoeden, dát baart Mina Hablal zorgen. „Zij denken: Nederlanders doen het net zo, alles zonder regels. Wij zeggen: dat is een misverstand.”

Als we later bellen met raadslid Youssef el Messaoudi (PvdA), reageert die eerst wat getergd op de „arrogantie van stedelingen”. Maar hij is het met Mina Hablal eens dat veel ouders „onkundig en onmachtig” in de opvoeding zijn. Een van zijn verkiezingsbeloften was: ‘Ouders aanspreken op het gedrag van hun overlastgevende kinderen.’ Op Oudejaarsnacht zag hij kinderen van tien of elf tot ’s avonds laat vuurwerk afsteken. „Dan klopt er iets niet aan het thuisfront.”

Hij worstelt nog met de vraag wat de culturele component is. „Mijn vader was ook een echte arbeidsmigrant. Maar no way dat ik ’s avonds na tienen op straat mocht.” Volgens Mina Hablal zijn veel ouders van hangjongeren gescheiden en geven ze hun kinderen te weinig aandacht.

Tot een jaar geleden liet een gesubsidieerde instelling de jongens kickboksen in de voormalige school verderop, bijna iedereen deed mee. Die subsidie is afgeschaft, in het gebouw komen woningen.

Het is kwart over zeven, oudste zoon Ayoub staat met zijn hemelsblauw satijnen jack in de deuropening. „Mam, ik ga nog even naar buiten, goed?”

„Ben je niet te laat thuis?”

„Nee hoor.”

Reacties: b.blokker@nrc.nl of j.chorus@nrc.nl