Recensie

Zo is ‘Alleen op de wereld’ niet echt een huilboek meer

Elke week bespreekt NRC op de site een nieuw kinderboek. Vandaag: hoe goed is de nieuwe bewerking van de klassieker Alleen op de wereld?

In de verse bewerking van kinderboekschrijfster Tiny Fisscher is Alleen op de wereld er veel leesbaarder op geworden. Haar versie van het klassieke verhaal van Hector Malot begint zo: ‘Rémi was een vondeling. Dat had hij lange tijd niet geweten – tot zijn achtste jaar wist hij niet beter dan dat moeder Barberin zijn moeder was.’ Dat verschilt nog niet reusachtig van de formuleringen uit de diverse vertalingen tot dusver, zoals deze wat oudere: ‘Ik ben een vondeling. Maar tot m’n achtste jaar wist ik niet anders, of ik had een moeder, net als andere kinderen.’ Iets vlotter, iets minder omslachtig.

Wat wel opvalt: het perspectief is veranderd. ‘Ik’ werd ‘hij’, relaas werd verslag. Daar is iets voor te zeggen: misschien kun je beter vertellen over een negentiende-eeuwse wees die door Frankrijk zwerft dan zijn verhaal door hem te laten vertellen, om zo het verschil met het verleden niet voor lief te nemen, maar die afstand juist te erkennen. Een zwerftocht met circusdieren, een hardvochtige pleegvader, sterven van de kou – daar valt voor hedendaagse verwarmingskinderen wel wat afstand te overbruggen.

Tegelijk is dat afstandelijker perspectief ook een opmerkelijke keuze, omdat dit verhaal het nou juist zo moet hebben van de identificatie, met de zielige Rémi en zijn dramatische lotgevallen. Om te kunnen janken moet je dichtbij komen.

Meer een avontuur

Toch kon het verhaal wel een opfrisbeurt gebruiken, en Tiny Fisscher (1958) snoeide dan ook terecht flink in de uitweidingen en Rémi’s ellenlange gejammer. Die pasten nu eenmaal beter in Malots tijd dan in de onze. De nieuwe Alleen op de wereld is daardoor veel meer een avonturenboek geworden (de scène waarin Rémi vast komt te zitten in een mijnschacht is adembenemend) en veel minder het huilboek van weleer. Toch hinkt het nog op die beide gedachten: Rémi voelt nog om de haverklap zijn hart breken. ‘Tranen vulden zijn ogen en ook zijn hart huilde’, staat er dan, of ‘Tranen vulden Rémi’s ogen. Zijn keel zat dichtgesnoerd’, of ‘Wat voelde hij zich alleen en verlaten!’, of een van de kleurloze variaties op dezelfde kitscherige clichés. Met als resultaat dat je de bittere ellende dankzij die vlakke formuleringen zelden écht voelt.

Duister woud

Die afstand zit – misschien toevallig – ook in de tekeningen van Charlotte Dematons, die in dit verleidelijk verzorgde boek (met linnen band en leeslint) in veelvoud aanwezig zijn. Dematons reisde bij wijze van research voor haar illustraties door Frankrijk om het landschap zo getrouw mogelijk weer te geven. Dat betaalt zich uit in nadruk op de omgeving: boven elk hoofdstuk staat een getekend venstertje van waar Rémi’s verhaal zich nu weer afspeelt. En veel indruk maakt Dematons met de sporadische paginavullende prenten waarop groene weide (geleend van Monet), schemerende heide of duister woud de hoofdrol spelen.

Bekijk hier een paar illustraties uit het boek. De tekst gaat onder de tekeningen verder.

Maar in de kleinere pentekeningen van personen, poppetjes eigenlijk, is Dematons beduidend losser en cartoonesker. En daardoor minder sterk – uitzoomen imponeert, maar inzoomen brengt je nauwelijks dichterbij.

Een aantrekkelijke uitgave dus, en toegankelijker – al is dat niet alleen maar een compliment. Alleen op de wereld werd in deze versie zó’n vlot avontuur dat er ook iets cruciaals verloren is gegaan. Je laat er geen traan meer om, en dat is treurig.

Meer over ‘Alleen op de wereld’: Illustrator Charlotte Dematons werd donderdag 6 januari geïnterviewd bij VPRO-radioprogramma Nooit Meer Slapen, beluister het hier.