Hoofdredacteur

Waarom NRC meet wat u leest

Screenshot van nrc.nl/bigboard, waar de bestgelezen stukken van het moment worden bijgehouden

Kan je het succes van journalistiek meten? Wat lezen de lezers wel en wat lezen ze niet? Hoe lang blijven ze in een stuk hangen? Moet de redactie wel rekening houden met die leescijfers? Dreigen we dan niet het slachtoffer van kijkcijfers te worden? En gaan we dan nog wel schrijven over minder populaire onderwerpen?

Het zijn vragen die in elke mediaorganisatie leven. Ook bij NRC. Sedert iets meer dan een jaar krijgt elke NRC-redacteur ’s ochtends tegen een uur of 10 het overzicht met de leescijfers van onze site. Dat vertelt hoeveel mensen hoelang op de site welk stuk hebben gelezen. Op dinsdag 3 januari bijvoorbeeld was het best gelezen artikel op nrc.nl een al wat ouder verhaal uit ons archief over mindfulness. Op de tweede plek stond een interview van twee Haagse redacteuren met minister Henk Kamp. En het goede opiniestuk van José van Dijk en Wim Saarloos, president en vice-president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, dat op maandag al het meest gelezen verhaal was, stond op dinsdag nog steeds op de derde plek. Alles tezamen haalden we die dinsdag 1.043.990 leesminuten (of 17.400 uren; 725 dagen). Dat is iets meer dan een gemiddelde dag in 2016. En daar waren we tevreden mee. Ter vergelijking: bij een Duitse kwaliteitskrant als Die Welt halen ze (in een flink grotere markt) dagelijks ongeveer het achtvoudige aan gelezen minuten. We mikken voor dit jaar op gemiddeld 1,2 miljoen gelezen minuten per dag.

Het meten van wat de lezers lezen is intussen bij veel Europese en Amerikaanse kranten ingeburgerd. Wij inspireerden ons onder meer op de ervaringen bij The Guardian, The Financial Times en The Washington Post.

De cijfers (voor alle helderheid: we kunnen én willen dat alles niet meten per individuele lezer; de cijfers zijn een optelsom van alle pc’s, tablets en smartphones samen) worden dagelijks verzameld, becommentarieerd en verstuurd door de redacteuren van de Lezersdesk. Die mail werd aanvankelijk door sommige collega’s met enige begrijpelijke scepsis gelezen. Want zou NRC nu ook buigen voor kijkcijferterreur? En zou ook voor onze eerbiedwaardige site niet gelden dat enkel kattenplaatjes en koppen met seks scoren? Dat bleek heel snel niet zo te zijn. Kijk eens wat NRC-lezers in 2016 het meest bezighield: de aanslag in Brussel, de verkiezing van Trump, het Oekraïne-referendum. En verder ook: Yuri van Gelder, corpsballen en burn-outs. Intussen is de mail een dagelijkse vaste waarde. De ochtendvergadering van NRC begint met een korte analyse van de inhoud van de mail.

Prettig om weten: in heel 2016 las de lezer op nrc.nl 325.221.202 minuten, oftewel 619 jaar. Dat is 23 procent meer dan in 2015, toen er 264 miljoen leesminuten waren (wat gelijk is aan 502 jaar). Dat is opmerkelijk, want het grootste deel van dat jaar was onze site nog gratis toegankelijk. In oktober 2015 plaatsten we al onze NRC-journalistiek online achter een betaalmuur. We vonden het immers niet erg logisch dat we voor papieren journalistiek abonnementsgeld vroegen en diezelfde journalistiek gratis weggaven wanneer we die brachten op een moderner en handiger drager (een pc, tablet of mobieltje). Kortom: we installeerden een betaalmuur en zagen het aantal leesminuten op de site met bijna een kwart stijgen.

Hebben die leescijfers, die overigens ook in real-time worden geprojecteerd op een scherm in het midden van de redactie, ons wat geleerd over het leesgedrag van de NRC-lezer? Zeker. Ze vertelden ons het voorbije jaar dat de belangstelling voor dossiers als Trump, Oekraïne en Brexit nog veel groter was dan velen op de redactie vermoedden; ze toonden hoe geliefd een stuk is dat gegoten wordt in een ‘vraagvorm’; ze zetten ons aan om bij groot nieuws een goed ‘liveblog’ te lanceren; ze bewezen dat goede columns (Youp van ’t Hek en Bas Heijne voeren in veel weekends de lijst aan) en opiniestukken erg geliefd zijn bij lezers; ze toonden dat ook NRC-lezers een buitengewoon grote belangstelling aan de dag leggen voor praktische stukken over gezondheid; in augustus bleek uit de cijfers dat de NRC-lezer, meer dan velen dachten, de stukken over de Olympische Spelen massaal las; ze zetten de journalisten aan om niet enkel in tekst maar ook in beeld of grafieken te denken; ze vertellen ons dat een slechte kop en onduidelijke inleiding niet zomaar slecht is voor het bereik van dat stuk, maar ronduit moordend voor het hele verhaal; ze leren ons wanneer een lezer afhaakt in een stuk en hoe we beter kunnen omgaan met grafieken, tussenkoppen en video’s; ze tonen het belang van ons archief wanneer oudere stukken, meestal onder invloed van social media, weer in de lijstjes opduiken.

Maar belangrijker nog: verandert de journalistiek van NRC doordat we het leesgedrag nu beter dan ooit in kaart hebben? Neen en ja. Neen omdat we geen andere boeken gaan recenseren dan we voorheen deden, geen correspondenten terughalen uit landen die minder ‘in de markt’ liggen en geen ingewikkelde ethische of economische dossiers uit de weg gaan. Ja, omdat je een eindredacteur van de krant geregeld hoort zeggen dat hij een stuk vooraan in NRC Handelsblad plaatst ‘omdat het al de hele dag goed gelezen wordt op de site’; omdat een chef meer dan vroeger het geval was een follow-up bestelt over een verhaal dat hoog ‘scoort’; omdat een commentator al eens zegt dat hij of zij graag een commentaar aan een onderwerp wijdt dat veel lezers kon boeien; omdat we meer dan voorheen aandacht besteden aan koppen en inleidingen en manieren om de aandacht van de lezer vast te houden; omdat we voor belangrijke verhalen die het minder goed doen harder werken om ze via nieuwsbrieven, tweets en posts onder de aandacht te brengen; omdat we gewoonweg meer aandacht besteden aan thema’s als gezondheid en ‘slim leven’.

Natuurlijk blijven er veel opmerkingen. De belangrijkste daarvan is dat niet elk stuk in een krant of op een site als de onze een groot publiek kan, wil of moet bereiken. De gewaardeerde schaakrubriek zal nooit meer dan duizend leesminuten halen en moet dat vooral niet doen, zolang de lezers die in schaken geïnteresseerd zijn dat maar een waardevolle rubriek vinden. Hetzelfde geldt ook voor pakweg stukken over moderne dans, een regeringswissel in Congo, een belangrijke handbalwedstrijd, een opmerkelijke poëziebundel of gesjoemel in de top van een Scandinavisch energiebedrijf. Het kunnen relevante stukken zijn die NRC wil en moet blijven maken voor een klein maar geïnteresseerd publiek. We werken namelijk voor een groot publiek met erg uiteenlopende interesses en willen dat vooral blijven doen. Om dat te bewaken is er natuurlijk in de eerste plaats de (hoofd)redactie. Die maakt keuzes die mede beïnvloed worden door de leescijfers, maar daar niet door worden gedicteerd. Ook in 2017 is het onze opdracht om dat evenwicht te bewaken.

De laatste en moeilijke vraag: hoe ver wil je, moet je in dat alles gaan? Bij veel Europese kranten (het Deense Politiken en het Duitse Die Welt, bijvoorbeeld) wordt niet enkel gemeten hoe lang er wordt gelezen, maar wordt ook gekeken op basis van welke stukken mensen een abonnement afsluiten. Daar krijgen deelredacties wel eens te horen dat er de voorbije week geen lezers waren die bereid waren om voor hun stukken te betalen. Confronterend en hard voor de journalistiek. Een weg die we bij NRC in elk geval niet opgaan.

Nu straks eens kijken hoe goed dit stukje wordt gelezen.

Blogger

Peter Vandermeersch

Peter Vandermeersch is hoofdredacteur van NRC.