Tesla maakt fictie van natuurkunde

De eerste SUV van Tesla is knap gemaakt, schrijft . Vijf meter lang, twee meter breed en tóch speels.

Raar geval, de Tesla Model X, de eerste SUV van Elon Musk, de auto- en rakettenboer uit Californië. Een als een kogelvis opgeblazen Model S voor de grootverdieners onder ons.

We zijn in space, dus eerst de sci-fi. Een communicatieman showt de deuren met de gadgets. De bestuurder kan zijn voorportier, dat zich met de sleutel op zak bij aankomst automatisch voor hem opent, met een druk op het rempedaal sluiten. Voor de achterpassagiers op zitrij twee en drie zijn er vleugeldeuren die elektrisch omhoog klappen met een ingewikkeld ogende scharnierbeweging. Sensoren in de constructie laten de panelen stoppen voor obstakels. In parkeergarages met lage plafonds en asociale medeparkeerders mag dat handig zijn, je houdt je hart vast voor de duurzaamheid van de techniek. Maar mindervaliden stappen vast iets makkelijker in en je bent wel in één klap de James Bond van oud-Zuid.

Openen kan op twee manieren. Ofwel door de afstandsbediening op de plek van de achterruit te bevingeren, of door de portiergreep te beroeren. Keuze is spel, keuze is luxe. De Model X kan meer dubbel. Je kunt zelf sturen of de vergaand zelfredzame AutoPilot voor je laten chaufferen, die op de snelweg netjes koers houdt en foutloos klaverbladen van je overneemt. Maar die rond je natuurlijk zelf af met, in autobladentaal, 464 pk onder de rechtervoet.

Zoveel stroompower heeft de Model X P90D, rijklaar-prijs 134.000 euro. Hij kan er voor zo’n grote SUV vrij onwaarschijnlijke kunstjes mee: 250 halen en in de van de Model S bekende Ludicrous Mode met alle stekels opgezet in 3,4 seconden naar de honderd. Het koppel van 967 newton-meter maakt ondanks een gewicht van 2.440 kilo fictie van natuurkunde. Ter vergelijk: dat is bijna de trekkracht van een twaalfcilinder AMG-Mercedes. Hang er gerust een paardentrailer aan. Het mag van Elon!

450 kilometer

Desondanks haalt hij volgens Tesla ruim 450 kilometer op één lading. Zoals ik hem reed zal die belofte vrij ver van de waarheid liggen. Hij leidt je in bekoring, niet in rede. Je leert hem in galop wel van zijn leukste kanten kennen.

Met luchtvering en vierwielaandrijving blijkt hij niet slechter op de weg te liggen dan de Model S, waaraan hij zo sterk verwant is. Hij heeft hetzelfde dashboard met het grote staande multimedia-scherm. Het tussen voor- en achteras gestrekte batterijpakket geeft ook de X dat lage zwaartepunt met de vertrouwde gunstige effecten op het bochtgedrag. Knap werk een SUV van ruim vijf meter lang en meer dan twee meter breed zo speels te laten rijden.

Grapjassen bestellen het topmodel P100D met 612 pk en nog meer actieradius, 540 kilometer. De prijs schiet dan richting twee ton. Typisch Musk: the sky zou eens the limit zijn.

De elektrische auto democratiseren, Musks uiteindelijke doel, wordt met zulke prijzen wel een lastig verhaal. Hij bevindt zich dan ook in een gevoelige spagaat. Hij moet zijn pioniers- en voorbeeldfunctie ook verkopen. Daarvoor grijpt hij zowel willens en wetens als noodgedwongen terug op de versierpraktijken van de klassieke auto-industrie; veel vermogen, acrobatische werktuigbouw die de spelende mens verzoent met de ecologische doelstelling. Musk is zakelijk genoeg om in te zien dat hij voor het herstellen van de ozonlaag wel eerst moet stempelen bij het genot-loket.

Hij moet en zal de grootste voorruit van iedereen hebben, die met zijn enorme oppervlak energiegebruik vrij contraproductief bevordert, maar zich als een hemelgewelf wel bloedjegeil over het hoofd van de bestuurder uitstrekt. Voor een compacte en functionele EV met 110 pk had hij niet de handen op elkaar gekregen. Die maakt Nissan met de Leaf waar niemand in gezien wil worden. Met zo’n gevleugelde reclamezuil als deze X kunnen de welgestelde thrillseekers zijn disruptieve bluf gentrificeren. Daarom zijn Tesla’s duur en is de voor de middenklasse wel bereikbare Model III pas over twee jaar sluitsteen van het gamma.

De overvloed is wel charmant Amerikaans, net als de afwerking. Die is op zich best respectabel en je hebt er door de trillingvrije loop van de elektromotoren minder hinder van, maar de Model X rammelt een beetje en het bedieningsknopje voor de vleugeldeur in de B-stijl zit los. Dat zijn de rafelrandjes van de schone revolutie die je niet op een kleinigheid gaat afserveren.