Tim Hofman: ‘Laat me een mens zijn en op mijn muil gaan. Ik kom er wel uit’

Tim Hofman (28) doet bij de NPO wat niemand daar doet: hij maakt een succesvol programma op internet. Ruim 200.000 jongeren abonneren zich op zijn kanaal #BOOS.

Foto Frank Ruiter

Na een uur tilt Tim Hofman (28) zijn been boven tafel. Zijn blote knie piept door de scheur in zijn spijkerbroek. „Ik ga straks naar het Binnenhof. In deze broek. Haha.” Hofman neemt een jonge homo mee. Die mailde dat hij niet zomaar bloed mag geven. Eén van de voorwaarden is dat hij een jaar lang geen seks heeft gehad. „Een jaar.” Hofmans stem schiet omhoog. „Die jongen heeft een relatie!”

Voor zijn nieuwe YouTube-serie ‘#BOOS Polertiek’ – een spinoff van #BOOS – wil Hofman een jaar lang jongeren helpen die boos zijn op een politicus, politieke partij of een wet. Met camera stappen ze op Kamerleden af. „Dat je zo’n politicus dan dwingt om recht in zijn gezicht te zeggen: jij mag geen bloed geven, want je bent homo. Dat is dan toch ineens een stuk ingewikkelder. Daar ga ik voor. Dat vind ik vet.”

Tim Hofman maakt al langer televisie: Spuiten en slikken, Spuiten en slikken op reis, Je zal het maar hebben, allemaal voor jongerenzender BNN. Maar de meeste jongeren kennen hem waarschijnlijk van zijn YouTube-serie #BOOS, waarmee hij deze zomer begon. Tim Hofman lukte wat bijna niemand in Hilversum lukt: in nog geen half jaar tijd abonneerden zich ruim 200.000 jongeren op zijn YouTubekanaal. Precies de doelgroep waar de NPO zo hard naar zoekt. Hoewel content maken voor YouTube alléén eigenlijk niet mag, gedoogt de NPO – Hofman en zijn team worden gedeeltelijk met ledengeld van BNN betaald.

Aanvankelijk was #BOOS bedacht voor televisie. Het moest een jongerenversie worden van Breekijzer. Maar toen de NPO dat plan afwees, besloot Hofman: dan doen we het toch online? Het idee is eenvoudig: jongeren sturen kwesties in waarover ze boos zijn. Bijvoorbeeld een huisbaas die onaangekondigd kamers doorzoekt en hoge kosten voor onzin in rekening brengt (over het gras lopen: 12,50 euro). Een restaurant dat de fooien niet uitkeert. Of: de door de school voorgeschreven gymshirts schijnen door.

#BOOS is vaak grappig, soms scherp en ook een beetje irritant. Hofman en de jongeren vallen onaangekondigd binnen en dan wachten, vragen of duwen ze net zolang tot het geregeld is. Hofman: „Jongeren krijgen vaak last, met bedrijven of instanties. Juist zij kunnen zich meestal niet goed verdedigen. Als wij dan komen, dan zeggen ze ineens ‘sorry’. ‘Dat gaan we regelen’. Schandalig toch? Die kids hebben eindelijk het idee dat ze een keer gehoord worden. Dat er iemand voor ze opkomt.”

Jongeren die jullie mailen, waar komen die mee?

„Ik vind het wonderbaarlijk waar ze allemaal mee aankomen. Neem alleen het afgelopen half jaar, daar zitten echt grote zaken tussen. Zo’n meisje dat geweigerd wordt op het Hoornbeeck College omdat ze niet christelijk is.”

Dat voorbeeld noem je vaak.

„Ik vind dat discriminatie. Kijk: we hebben een scholensysteem, waarin bijzonder onderwijs wordt gesubsidieerd door de overheid. Met geld van iedereen dus. Dat meisje wil graag naar die school, ze wil er zelfs een rok voor gaan dragen. Ja, zou ik niet doen, maar goed. Die school zegt: nee, want je identiteit is niet goed. Ik vind dat echt van 1952. In een liberaal land – zoals ik dat van ons nog steeds graag zie – kan zoiets niet.”

En zo’n gymshirt?

Omdat de school die meisjes niet serieus neemt. Je zag hun bh erdoorheen. Die meisjes zijn veertien. Zo’n school zegt dan: ‘Jullie dragen ook hotpants in de zomer’. Dan denk ik: Ja vriend, dat is hun eigen keuze! Jij bepaalt niet of zij gymen in een doorschijnend shirtje of niet.”

Toen je met #BOOS begon, zei je: ‘Even geen zin in langzaam televisiegedoe met zenderbazen en omroepmeneren’.

„De NPO is een log dier. Als je een programma-idee hebt, moet dat bij ons intern langs minstens vijf mensen. Dan gaat het naar iemand van de NPO. En dan is er een jaar later misschien plek in het uitzendschema. Prima hoor, zo werkt mijn werkgever nu eenmaal. Maar als ik nu zin heb om dit te maken, dan ga ik dat dus gewoon doen.”

Afgelopen zomer wond Hofman zich publiekelijk op over het digitale beleid van de NPO. NPO-3 netmanager Suzanne Kunzeler had zich in een interview met Het Parool kritisch uitgelaten over YouTube-content, waaronder #BOOS. Ze noemde het een leuk initiatief, maar „niet direct waartoe wij op aarde zijn”. Hofman en collega’s schreven – met ruggesteun van de BNN-directie – een felle brief terug. „Ik snap heus wel dat ze zeggen: een vlogger die de afwas doet, dat is niks voor de publieke omroep. Maar mijn punt was: Hallo, kijk even wat je er óók mee kunt. Het hoeft niet op mijn manier. Maar nu gaan we zéker op een ravijn af.”

Veel veranderd is er nog niet, geeft Hofman toe. Hij heeft inmiddels wel contact gehad met Kunzeler. „Zo’n NPO is een mastodont op een voetstuk. Hoe lang gaat het daar al zo? Zestig jaar? Ik kan toch niet verwachten dat ze binnen drie maanden de hele boel omgooien?” Hij hoopt op discussie. En de NPO moet af van het idee dat internet er alleen is om reclame te maken voor het hoofdpodium: televisie. „Je hebt radio, tv en internet. Dat zijn drie takken van sport. En we moeten alledrie in de eredivisie gaan spelen.”

#BOOS is in bijna alles anders dan televisie. Vergaderen doen de makers niet, alles gaat via Whatsapp. De afleveringen zijn snel, stuntelig, dubbelzinnig en de beelden wiebelig. Niemand wordt serieus genomen. De huisjesmelker krijgt in de montage ogen als pingpongballen, de klagende student in wollen hertentrui de subtekst: ‘fashion voor te huile OMG’. Marije van de productie heet altijd ‘kutmarije’. En een item kan gerust beginnen met Hofmans verzoek: „Niet te hard praten, ik heb een kater.”

Je benadrukt vaak iets gênants. Iets lomps. Is dat een voorwaarde?

„Ik maak mezelf klein. Ik wil het gat tussen mij en die jongeren verkleinen. Ik ben één van hen. En dan merk je dat zo’n kind ook ineens met een lastige vraag komt.”

Maar waarom zeg je dan: ik heb een kater?

„Omdat ik die toen had. Kijk, op tv ben ik presentator. Daar pak ik de camera. Ik wilde daarin met #BOOS de grens opzoeken. Ik kijk zelden nog in de camera. Ik ben een pion in het verhaal. #BOOS is bijna geschreven, zoals je Snapchat gebruikt, of een Instagram-caption schrijft. We hebben een eigen taal. We maken harde lassen – overgangen die soms best wel lelijk zijn. Om de snelheid erin te houden. Het zijn items van 10, 11 minuten, mensen kijken daarvan minstens 70 procent. Dat is echt heel veel. Dat komt omdat er constant iets gebeurt. Ik wist op voorhand wel: als je internet wil gaan doen, dan is dat nodig.”

Je laat politici feesthoedjes opzetten. En je monteert er scheten overheen. Waarom?

„Om te ontregelen. Om te laten zien dat het establishment niet het establishment is als ik daar geen zin in heb. Het is misschien ook een beetje controle ofzo. Ik hou niet van die ivoren toren. Van politici die op een afstandje zitten, en dan zeggen: zo gaan we het doen. Dat zit gewoon in mij. Dat had ik al ver voor ik überhaupt in de puberteit kwam.”

Tim Hofman groeide op in Vlaardingen, als oudste van vijf. Hij was een kind dat graag las. Vriendjes nam hij zelden mee. Op zijn elfde had hij de hele boekenkast al doorgeploegd. Hoogtepunt: Jan Wolkers’ De perzik van onsterfelijkheid. Een kind ook dat zich niets aantrok van wat zijn ouders hem adviseerden. „Mijn ouders wisten heel goed dat als je tegen mij zei: Je moet om half twee thuis zijn, dan kwam ik niet.”

En als ze niks zeiden?

„Dan was ik er, op tijd. Ik kan dat toch prima zelf uitzoeken? Ik vind dat onnodige autoriteit. Ik wil zelf leren zwemmen. En laat me ook een mens zijn en op mijn muil gaan. Ik kom er wel uit.”

En toen ging je op je muil.

„Eind tienerjaren, ja. Toen ging het goed mis. Ik zat te kutten met mezelf. Zoals dat gaat. Ik raakte gewoon in een depressie.”

Gewoon?

„Een depressie en een angststoornis. Persoonlijke omstandigheden, een verkeersongeval, hypochondrie. Ik had een relatie met iemand met anorexia. We waren verloofd. Woonden samen. Ik was aan mijn derde studie begonnen. En ik vond het helemaal niet leuk. Het ging ook helemaal niet goed. Ik kon nergens veiligheid halen. Ik dacht: als ik nu de zee in loop dan is het goed.”

Wat heb je gedaan?

„Ik heb mijn héle leven omgegooid. Dat gaat van de bruiloft cancelen tot de uni gedag zeggen. Ik heb een borrel genomen en gezegd: studieschuld? Nooit meer over nadenken. Bepaalde mensen heb ik nooit meer gezien. Ik realiseerde me: ik zou niet in mijn eentje op een berg kunnen staan, iets zelf mooi kunnen vinden, zonder het altijd met iemand te moeten delen. Ik ben helemaal niet mijn vriend.”

En al op een berg gestaan?

„Ja. Afgelopen voorjaar, in Brazilië. Ik stond daar en ik dacht: ik ga dit nu gewoon even in me opnemen. Ik kon het mooi vinden, alleen.”

Terug naar jezelf?

„Nou ik was daar nog nooit geweest. Ik weet nog dat ik in Amsterdam kwam wonen. Ik was vrijgezel, totaal in paniek: wat moest ik doen? Toen ben ik in mijn eentje gordijnen gaan kopen.”

Wat voor gordijnen?

„Zeegroen. Hele goeie stof. Ik hoefde aan niemand te vragen: vind jij ze ook mooi? Dat was te gek.

„Ik had nog nooit gedacht: hé man, je kan ook iets voor jezelf doen en zorgen dat je gelukkig bent. Ik heb daar een dagtaak van gemaakt. Van 2010 tot op de dag van vandaag.”