Kijk! Zo zie je eruit als je dronken bent

Alcoholmisbruik

De politie in Amersfoort confronteert jongeren met beelden van hun dronkenschap. NRC keek mee met een meisje dat zichzelf terugzag. „Het is gewoon heel raar om jezelf zo te zien, hoe ver je heen bent.”

Een dronken jongen wordt door de politie ondersteund in de binnenstad van Amersfoort. Foto Bram Petraeus

„Ja, ben je er klaar voor? Kijk maar gewoon naar deze beelden en zeg wat je ervan vindt.” Jeugdagent Caroline van Ferneij klapt een grote laptop open en drukt op de afspeelknop. Op de beelden is een meisje te zien, tijdens een uitgaansavond in Amersfoort. Ze brabbelt en houdt zich buiten met moeite staande door tegen een muurtje te leunen. Even later ligt ze er onderuitgezakt bij. Hetzelfde zeventienjarige meisje kijkt met de hand voor haar mond naar de video van zichzelf. Naast haar zit haar moeder. Het meisje reageert er zo op: „Oh, ja, dit stukje was ik vergeten, nu weet ik het weer. Oh, wat erg dit. Wat erg.”

De beelden die het meisje op het politiebureau bekijkt, zijn twee weken eerder opgenomen, toen twee politieagenten haar stomdronken aantroffen in het centrum van Amersfoort.

‘De Confrontatie’, zo noemt de politie de aanpak: agenten zetten een zogeheten bodycam aan als ze een dronken minderjarige treffen. Vervolgens wordt de minderjarige met zijn of haar ouders uitgenodigd om naar de beelden te komen kijken. Ingaan op de uitnodiging is vrijwillig, maar in de vier jaar dat het project in Amersfoort loopt zag slechts een handvol van de ruim zestig minderjarigen af van deelname.

Het project krijgt navolging in het land: naast Amersfoort loopt het project sinds voorjaar 2016 in Bergen op Zoom. De politie in Zwolle noemt de resultaten „aansprekend” en overweegt ook te starten met het project. Het Trimbos-instituut, dat in opdracht van de politie Midden-Nederland de effecten van de aanpak heeft onderzocht, spreekt van een „veelbelovende interventie”. De onderzochte jongeren zijn zich bewuster geworden van de risico’s van alcohol. Een aantal zegt zelfs gestopt te zijn met drinken. Maar om volledig inzicht te krijgen in de effecten van het project is nader onderzoek nodig, vindt het Trimbos.

Uniform met wapen

Bij wijze van uitzondering mag NRC bij een confrontatiegesprek van de politie in Amersfoort aanwezig zijn, al willen het zeventienjarige meisje en haar moeder niet met hun naam in de krant. Jeugdagent Caroline van Ferneij, die vanaf het begin betrokken was bij het project en in Amersfoort de meeste gesprekken voert, ontvangt het duo in een onopvallende ruimte, waar op een grote vergadertafel de laptop staat. Van Ferneij, die een politie-uniform draagt inclusief wapen, stelt het meisje meteen op haar gemak als ze de ruimte betreedt. „Maak je niet druk, je bent echt niet de eerste die onder invloed is geweest en naar de beelden gaat kijken. En ook niet de laatste.”

De video duurt drieënhalve minuut. Het meisje kijkt strak naar zichzelf, haar moeder wisselt haar blik af tussen de laptop en haar dochter. Niemand zegt wat. Op de beelden brabbelt het meisje willekeurig wat woorden. „We gaan je ouders bellen, je hebt te veel gedronken”, zegt een agent. „Pwwwlima”, antwoordt het meisje. Maar het 06-nummer dat ze noemt is niet van haar moeder, maar van zichzelf. Iets later is het toch gelukt. „Uw dochter heeft te veel gedronken, zou u haar op willen komen halen”, vraagt de agent op de beelden.

Een makkelijke prooi

Drie mixdrankjes van Malibu met cola en een witte wijn had het meisje gedronken. Haar stem trilt een beetje als de agent vraagt wat ze van zichzelf vindt. „Het is gewoon heel raar om jezelf zo te zien, hoe ver je heen bent.” Haar moeder vult aan: „Dat ze daar zo op straat ligt, haar controle is helemaal weg. Daar schrik ik van. Nu was er nog een vriend van haar bij, maar anders…”

Daar haakt Van Ferneij meteen op in. „Er zijn gewoon mannen in de stad die zo’n meisje een makkelijke prooi vinden. We hebben het meegemaakt dat meisjes op zo’n manier slachtoffer worden van een zedenmisdrijf of met geweld zoals een straatroof te maken krijgen.”

Het is de kracht van beeld die werkt bij de gesprekken, denkt Van Ferneij. „Ik vind dat wij als politie veel meer gebruik moeten maken van nieuwe technieken. Geen gesprek haalt het bij een confrontatie met beelden die tonen wat je gedaan hebt.”

Hangjongeren in Zaandam

Ze noemt de overlast van hangjongeren in Zaandam als voorbeeld. „Die vloggers daar zetten het hele internet vol met filmpjes van gedrag van agenten, ik vind dat wij als politie dan naar de ouders van die jongeren moeten gaan. Met filmpjes van hun gedrag. Want beelden liegen niet en zijn dus een zeer effectief middel.”

Toch kost het project de politie veel tijd, zo merken ook de onderzoekers op in het rapport van het Trimbos. Zij doen de suggestie om gemeentelijke handhavers in te zetten, waardoor de politie op straat ontlast wordt. Van Ferneij: „Ik snap de gedachte wel. Er zijn collega’s in het land die zich afvragen of dit een politietaak is. Maar ik vind van wel. Wij hebben ook een zorgplicht voor minderjarigen. En daarnaast zie ik gewoon dat het werkt.”

Ze vertelt over een jongen die dronken op straat iedereen beledigde: agenten, voorbijgangers, hij schold iedereen uit. „Zijn ouders schrokken zich kapot van de beelden. Toen bleek in het gesprek dat hij al maanden extreem gepest werd. Daar wist niemand wat van. Pas als je de kern van een probleem weet, kun je het echt oplossen.”

Drie gesprekken bij HALT

Jongeren onder de achttien mogen niet drinken, maar doen dat nog wel vaak. Dit project kan dat voor een deel aanpakken, denkt onderzoeker Jeroen de Greeff, die voor het Trimbos-instituut de effecten van ‘De Confrontatie’ heeft verkend. Hij ziet landelijk dat jongeren later beginnen met drinken, maar dat áls er gedronken wordt, dat nog onverminderd veel is. „Als je jezelf op beeld ziet, word je geconfronteerd met hoe je je daadwerkelijk hebt gedragen. Dat is vaak anders dan jongeren zich herinneren. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het tonen van videobeelden een effectief middel is om het gedrag te veranderen.”

Bij het confrontatiegesprek blijft het niet, voor het meisje. Ze kiest ervoor om – in plaats van 90 euro boete – drie gesprekken bij HALT te voeren, de stichting die jeugdcriminaliteit tegengaat. „Hopelijk heb je er wat aan gehad”, zegt Caroline van Ferneij als het meisje en de moeder haar een hand geven. „En weet je, je hebt geen moord gepleegd of zo. Ik wis straks meteen de beelden en zeg tegen jou: dank je wel, en hopelijk tot nooit!”