Wat doet Max Verstappen met de voetbalkijkcijfers?

Nederlands Voetbal

Afgelopen jaar kreeg volkssport nummer één dreunen die ook in 2017 naklinken. Sportliefhebbers volgen nieuwe idolen als Max Verstappen of Michael van Gerwen. „Maar als Max uitvalt, is de kijker weg.”

Memphis Depay Foto EPA / Valda Kalnina

Op die gure zondagavond in november kwam het allemaal samen. Terwijl sportman van het jaar 2016 Max Verstappen in de regen van São Paulo zijn Formule 1-bolide magistraal naar een podiumplaats manoeuvreerde, voetbalde de ‘Sportploeg van het Jaar 2014’ zich op het tandvlees langs Luxemburg. Wie niet zapte naar Ziggo, naar Max, kreeg daarvan spijt. „Hele erge spijt”, schreef NRC-columnist Wilfried de Jong een dag later, nadat hij op NPO 1 trouw Oranje was blijven kijken. „Het geluid rond het Nederlands elftal is dat van een luxe, kapotte koelkast.”

Er zat veel symboliek in de sportavond van 13 november 2016. Nieuw elan. Vergane glorie. Individuele klasse van Verstappen versus collectieve droevenis van Oranje. Doet de nationale volkssport nummer één er nog wel toe in 2017?

De concurrentie rukt op

Het jaar 2016 eindigde met een klapper voor Fox Sports. Met 820.000 kijkers voor Ajax – PSV op 18 december doorbrak de betaalzender het eigen record voor livevoetbal. Het was qua kijkcijfers toch al prima halfjaar voor de zender. Dat is te verklaren. Winterkampioen Feyenoord, met die enorme schare supporters, doet het goed. En bij een aantal aanbieders zit het eerste kanaal van Fox in het basispakket.

Een bedreiging voor het voetbal vormen de oprukkende sterren in darts, Formule 1, atletiek, handbal niet, zegt sportmarktetingadviseur Chris Woerts. De voormalig commercieel directeur van Feyenoord en het Engelse Sunderland mist een brede, permanente basis voor de sporten die nu ‘scoren’. „Als Max uitvalt zijn de kijkers weg. De afhankelijkheid van één sporter die het goed doet is nu nog te groot om de positie van voetbal serieus aan te tasten. Bovendien: Nederland is traditioneel. ’s Winters schaatsen, darts begint zijn plek te krijgen. Zomers wielrennen en de grote toernooien. Maar de rest van het jaar: voetbal.”

Vreedzame coëxistentie dus. Kartende en dartende kinderen blijven bovendien een uitzondering, wat Max Verstappen en Michael van Gerwen ook presteren. De kans dat de nieuwe Arjen Robben aan autoracen of kroegsport verloren gaat? „Uit onderzoeken is gebleken dat de relatie tussen topsportprestaties enerzijds en aanwas van jeugdleden anderzijds moeilijk hard te maken is”, nuanceerde André Hoogink van de Atletiekunie onlangs een verondersteld ‘Dafne Schippers-effect’ voor de atletiek.

Europees afglijden

Maar hoe érg is het dan dat ‘we’ niet meer echt meedoen in Europa? Het clubvoetbal stevent af op een historisch lage notering op de UEFA-coëfficiëntenlijst: dertiende. De club – Feyenoord? – die dit seizoen kampioen wordt, is voorlopig de laatste Nederlandse kampioen die zich rechtstreeks plaatst voor de Champions League. Ook de nationale ploeg staat op de Europese ranking dertiende, op de wereldranglijst van de FIFA zelfs 22ste. Een schande voor het land met de meeste voetballers per hoofd van de bevolking ter wereld. In absolute aantallen (ruim 800.000 mannen) zelfs meer dan Spanje (bijna drie keer zoveel inwoners).

Wat gebeurt er met de bedrijfstak voetbal als de marginalisatie in Europa zich voortzet? Zolang het voetbal achter de dijken een aantrekkelijk, herkenbaar product blijft: niet veel. „Voetbal in de eigen competitie beklijft”, zegt Woerts. „Het beste voorbeeld daarvan blijft dat er meer mensen naar livewedstrijden in de eerste divisie kijken dan naar Engels voetbal. De kwaliteit maakt in zekere zin niet uit.”

Dat profclubs in Nederland al jaren op een gezamenlijke totale omzet van een half miljard blijven steken, duidt op stagnatie. Woerts ziet de oplossing vooral in het doorspelen met Kerst, een dubbel programma met Pasen, ofwel: „Spelen wanneer de consument wil dat je speelt. In Nederland zijn we er heel goed in de deur dicht te doen als het geld binnen is, en pas weer open te doen als het op is.”

Internationaal aanhaken bij de top is niet eens meer de ambitie voor clubs. Doel is om bij te blijven bij andere afhakers en subtopcompetities. „België, Oekraïne, Rusland, daar moeten we geen terrein op verliezen. En dat hoeft ook niet”, zegt directeur operationele zaken van de KNVB Gijs de Jong.

Kracht van de eredivisie

Maar dan moet de eredivisie wel aan kracht winnen. 2017 belooft het jaar te worden waarin de hoogste Nederlandse voetbalcompetitie op de schop gaat. Woerts zwengelde in De Telegraaf afgelopen oktober de discussie aan over een teruggang naar zestien clubs. Inmiddels heeft dat plan steeds meer invloedrijke voorstanders.

Lees ook: KNVB-directeur: eredivisie beter met twee clubs minder

Al vijftig jaar lang spelen achttien clubs in de eredivisie om de landstitel. Na 34 speelronden, of iets eerder, is er een kampioen. Maar voor hoe lang nog? Als onderdeel van een ‘deltaplan’ voor het Nederlands voetbal wordt momenteel ook de opzet van de eredivisie herzien. „Meer topwedstrijden is het doel”, zegt De Jong, de belangrijkste kandidaat om de afgelopen zomer afgetreden directeur betaald voetbal Bert van Oostveen op te volgen.. „Iedereen wil meer spanning, meer weerstand. Daar worden spelers beter van en de aantrekkingskracht gaat omhoog. Tegelijkertijd hechten veel mensen aan het huidige model, maar we hebben niet de luxe om zonder goede argumenten maar aan het verleden vast te houden.”

Momenteel worden 24 verschillende competitiestructuren onderzocht die naar boven zijn gekomen in gespreksrondes met clubs, spelers, sponsors, media, wetenschappers, lokale autoriteiten en supporters. „Mijn voorkeur heeft de variant met zestien clubs”, zegt De Jong, „waarbij de top-zes na februari om het kampioenschap gaat spelen. Een variant kan zijn dat de onderste zes dan strijden om handhaving in de eredivisie. De middelste vier maken nog kans op een Europese ticket.”

Het aanzien van Oranje

Het bondscoachschap van Blind is een tour langs de afgrond. Het is voor zijn loopbaan als trainer van levensbelang dat hij Oranje naar het WK leidt in Rusland in 2018. In oktober zijn de laatste groepsduels voor kwalificatie, in november zijn de play-offs voor de nummers twee, waar Nederland zich waarschijnlijk op moet richten. Kwalificeert het Nederlands elftal zich niet, dan zal het pas in 2020 weer op een eindtoernooi kunnen spelen: ongekend in de moderne tijd. Een hele generatie kinderen blijft dan verstoken van vroege jeugdherinneringen aan Oranje.

Het missen van het EK 2016 heeft de status van het Nederlands elftal aangetast. Hoeveel malaise verdraagt de kijker? Nederland – Frankrijk, een topwedstrijd toch, trok afgelopen oktober op een maandag 2,7 miljoen kijkers naar de NOS, die sinds 2014 weer de kwalificatiewedstrijden uitzendt. Luxemburg – Nederland op zondag 13 november, de sportavond bij uitstek, hield ook al niet over: 2,5 miljoen kijkers. De Grand Prix in São Paulo op Ziggo kwam die avond tot liefst 1,3 miljoen.

Staat de „waarde van Oranje onder druk”, zoals Woerts beweert? Hij twitterde dit nadat de eerste biedingsronde voor de komende twee kwalificatietoernooien van Oranje (voor het EK 2020 en WK 2022) geen bevredigend bod opleverde. De UEFA-partner die de rechten verkoopt, trok de tender terug. „Zenders zijn afwachtend geworden”, zegt Woerts.

Die aarzeling is verklaarbaar. Als Oranje zich dit najaar niet plaatst voor het WK in Rusland betekent dat zeer waarschijnlijk ook dat Nederland niet bij de eerste twaalf landen van Europa zit. En zodoende niet in de groep met toplanden komt van de nieuwe ‘Nations League’. Dit format van de UEFA is een nieuwe parallelle competitie, voor het eerst in 2018/19, die voor een deel ter vervanging komt van de vriendschappelijke wedstrijden.

Een ingewijde bij een van de omroepen zegt dat het „meer uitzondering dan regel” is dat de Oranje-rechten niet meteen verkocht zijn. „Maar misschien vraagt de UEFA wel teveel voor het pakket.”

Ontegenzeggelijk is Oranje weleens populairder geweest. De ‘Derby der Lage Landen’ , een vriendschappeljjk duel tegen België afgelopen november in de Arena, verkocht bij lange na niet uit. Maar als het spannend wordt, ja, dan zijn ‘we’ er weer massaal. Steeds wanneer Oranje flirtte met uitschakeling voor het EK 2016 bleek de kijker dat te vreten, met als uitschieter Nederland – Letland (4,3 miljoen kijkers op een zondag). Naar de wedstrijden waarin uitschakeling feit werd onder Blind keken steeds ruim 3 miljoen kijkers. Vergelijk dat met de vlekkeloze kwalificatiecampagne van Louis van Gaal voor het WK 2014. 2,4 miljoen kijkers was het maximum op SBS. Veel duels overstegen de 2 miljoen niet.

Flirten met de uitschakeling boeit dus, maar het falen moet niet vervelend en structureel worden. Het wordt, kortom, tijd dat Oranje weer op een eindtoernooi staat. Anders haken ‘we’ pas echt af.

    • Bart Hinke