‘Er schuilt ook schoonheid in kopieergedrag’

Jing He

De Chinese ontwerper Jing He, die onlangs afstudeerde aan de Design Academy, verdiepte zich in de kopieercultuur in haar moederland. „Als we kopiëren als onderdeel van onze Chinese identiteit erkennen, kan het een krachtig creatief instrument worden.”

Van kampioen kopiëren naar innovatieland. In die ambitie investeert China jaarlijks vele honderden miljarden. De vraag hoe ‘Made in China’ kan veranderen in ‘Designed in China’ stond ook centraal in het afstudeerproject van Jing He, master-student aan de Design Academy Eindhoven. Op de jaarlijkse eindexamententoonstelling in oktober stal de jonge Chinese ontwerpster daarmee de show.

Van haar scriptie over de kopieercultuur in haar moederland had de academie een verzorgde Engelstalige uitgave gemaakt. Een boekje dat door Alice Rawsthorn, de designcritica van The New York Times, direct enthousiast werd onthaald.

Indruk maakte Jing He ook met de twee manshoge tulpenpiramides die zij in het kader van haar onderzoek creëerde. Deze bloemtorens, deels gemaakt van kunststof massaproducten, zijn het resultaat van haar zoektocht naar een ontwerpmethode die de Chinese kopieercultuur niet ontkent, maar probeert er voordeel van te trekken. Eind januari worden de torens tentoongesteld op de kunstbeurs Art Genève, vanaf maart zullen ze te zien zijn op een expositie in het Frans Hals Museum in Haarlem.

Kopie Arc de Triomph

Jing He (1984) groeide op in Kunming, een stad met 4,5 miljoen inwoners in het zuidoosten van China. In 2009 kwam ze naar Nederland. Vaak kreeg ze hier te horen dat haar ontwerpen niks Chinees hebben. Toen een landgenoot opmerkte dat haar ontwerpen „zo westers” oogden, wist ze niet of dat wel als compliment was bedoeld. Jing He: „Opeens vroeg ik me af, wat het betekent om ‘Chinees’ te zijn, een kwestie die voor mijn werk nooit relevant was geweest.”

Op bezoek bij haar ouders anderhalf jaar geleden maakte ze op aanraden van haar vader een wandeling door Kunming. In de buurt van haar ouderlijk huis was een nieuwe wijk gebouwd, geënt op historische Europese architectuur. Tot haar verbazing stond ze opeens voor een kopie van de Arc de Triomphe, zij het van spiegelglas, van binnen verlicht met gekleurde leds.

Jing He: „Zoals in het zeventiende- en achttiende-eeuwse Europa chinoiserieën ontstonden, zo zie je nu in China Europese barok en gotiek gecombineerd worden met een Chinese fantasieverbeelding van Europese tradities. Soms lijkt het op Disneyland, heel grappig.”

Jing He wil graag vragen over haar werk beantwoorden. Maar wel per e-mail, dan kan ze zich zorgvuldiger uitdrukken, zegt ze.

Waarom besloot u ontwerper te worden?

„In Kunming had ik een middelbare school met kunstopleiding gevolgd. Mijn moeder was als de dood dat ik net als mijn vader kunstenaar zou worden. Altijd een onregelmatig inkomen, dat vond ze maar niks. Mijn moeder hoopte dat ik architect zou worden. Maar daarvoor was ik te slecht in wiskunde. Toen suggereerde ze de opleiding tot industrieel ontwerper aan de kunstacademie van Beijing. Daar ben ik op mijn negentiende naartoe gegaan. Fijn: de beste opleiding van China en lol maken in de grote stad.”

Wanneer besefte u voor het eerst dat alles is ontworpen?

„In mijn jeugd ontwikkelde China zich tot een consumptiemaatschappij. Hadden we eerst weinig keus, opeens verschenen overal grote winkelcentra. Toen begon ik me af te vragen hoe het kwam dat dezelfde producten er zo verschillend konden uitzien.

„Op de academie dacht ik aanvankelijk dat alleen dure producten ontworpen werden. Al snel raakte ik meer geïnteresseerd in merkloze namaakproducten, de zogenoemde shanzai. Die waren lelijk en idioot en stonden haaks op wat ik op de academie leerde. Waarom zagen die producten er zo uit?

„Ik kwam tot het besef dat design veel groter is dan ik had verondersteld. Verwarrend. Ik kreeg het gevoel dingen te maken die er als ‘ontworpen’ uitzagen. Na twee jaar ben ik overgestapt naar de opleiding voor edelsmid, daar voelde ik me vrijer.”

Waarom kwam u naar Nederland?

„Ik studeerde in Beijing af met een verzameling conceptuele sieraden – niet decoratief en niet gemaakt van kostbare materialen. Tot verontrusting van mijn moeder, ze had zo gehoopt dat ik ‘geen kunstenaar’ zou worden.

„Ik wilde me verder verdiepen in hedendaagse sieraden. Op internet leek de Rietveld Academie in Amsterdam de geschikte vervolgopleiding. Toen ik later overstapte naar de Design Academy Eindhoven begreep ik pas hoe weinig ik over design wist.”

Rijksmuseum

Het eindexamenproject van Jing He begon met een bezoek aan het Rijksmuseum Amsterdam. Daar zag ze zeventiende-eeuwse tulpenpiramides, een uitvinding van plateelbakkers uit Delft. Die hadden zich laten inspireren door prenten van de Porseleintoren van Nanking, destijds een van de zeven wereldwonderen. Die tachtig meter hoge pagode ‘vertaalden’ de Delftse pottenbakkers in tulpenvazen overdekt met Chinese motieven.

Omdat sommige opdrachtgevers liever porseleinen vazen wilden, werden bloemtorens van Delfts aardewerk naar China gestuurd om daar te worden gekopieerd. Jing He: „De rollen draaiden om: de porseleinen replica’s waren in feite een kopie van zichzelf.”

De bloemtorens leken haar een mooi uitgangspunt voor haar onderzoek: Nederlands-Chinees, net als zijzelf, én een geslaagd voorbeeld van kopieercultuur. Jing He: „Als we kopiëren als onderdeel van onze Chinese identiteit erkennen, kan het een krachtig creatief instrument worden.”

Ze nodigde vijf Chinese kunstenaars uit om samen met haar een bloemtoren te ontwerpen. Ieder maakte een ander element van de toren. De een koos voor een klassieke techniek, beschilderd in Delfts blauw, een ander maakte een element met siliconenafgietsels van de ornamenten op de Chinees-Europese meubels in zijn ouderlijk huis.

Zelf maakte Jing He de voet van de toren, van nep-iPhones en nep-iPads van de Chinese lokale markt. Schilderden de Delftse pottenbakkers op hun bases gefingeerde taferelen van het Chinese dagelijkse leven, Jing He maakte met blauwe inkt haar vingerafdrukken op de beeldschermen zichtbaar. Boven de toren staat een smartphone met foto’s van de medewerkers en hun onderlinge e-mailverkeer voor het project.

De andere toren is een persoonlijk project. Jing He verplaatste zich in de positie van de Delftse pottenbakkers die eeuwen geleden voor het eerst een afbeelding van een pagode zagen en zich afvroegen hoe ze Chinees porselein konden kopiëren. Al experimenterend ontdekten zij hun eigen methode en beeldtaal, zegt Jing He. „Die vazen zijn een bewijs hoe vruchtbaar kopiëren kan uitpakken.”

Marcel Wanders

Voor een tweede bloemtoren nam Jing He het werk van vijf bekende Nederlandse ontwerpers als uitgangspunt. Echo’s van de Knotted Chair van Marcel Wanders, de gekleide meubels van Maarten Baas en het plastic tape van Long Neck and Groove Bottles van Hella Jongerius zijn in die tweede tulpenpiramide aan te wijzen.

Ze heeft veel geleerd in Eindhoven, zegt Jing He. Vooral op gebied van onderzoek, communicatie („Laat het object praten”) en zelfvertrouwen heeft ze stappen gezet. „De balans is belangrijk. In de onderzoeksfase raak je vaak overweldigd door alle informatie. Mijn mentoren hebben me steeds aangemoedigd om speels te blijven.”

U schrijft dat u hoopt dat andere Chinese ontwerpers uw ideeën zullen overnemen. U bent van plan in Nederland te blijven. Kunt u in China niet méér teweegbrengen?

„Eerlijk gezegd heb ik vooral praktische redenen om hier te blijven. Ik heb kansen om mijn carrière hier voort te zetten. In China zou ik weer vanaf nul moeten beginnen. Overigens is geografie niet zo’n kwestie. Voor mijn vazen heb ik via internet ook met anderen samengewerkt. En in januari ga ik naar Nanjing voor een project met lokale ambachtslieden.

„Ook heb ik hier een vriendin met wie ik een gezin wil stichten. Of het homohuwelijk in China mogelijk wordt, is de vraag. Het is hier wat dat betreft comfortabeler, vaak vergeet ik dat ik lesbisch ben.”

Ze hoopt dat haar bloemtorens duidelijk maken dat er creativiteit schuilt in het kopieergedrag waarvoor veel van haar landgenoten zich schamen. „Ik voel me zeker niet verheven boven de mensen die de nepproducten maken. En ik ben ook niet degene die het kopiëren kan stoppen. Dat is een fenomeen dat door de economie of de politiek zal worden opgelost. En reken maar dat China zal veranderen.”