Recensie

Een dwarse, onaaibare eigenaar van zichzelf

Curtis Mayfield (1942-1999)

Soulmuzikant Curtis Mayfield was minder populair dan Stevie Wonder. Als zwarte, zelfbewuste, maar compromisloze man moest en zou hij gerespecteerd worden. Zijn invloed was groot.

Gitarist, producer, platenbaas, liedjesschrijver en zanger Curtis Mayfield in 1972 Foto ANP

Curtis Mayfield is nooit een echte wereldster geworden. Geen muziekliefhebber zal ontkennen dat hij een belangrijke figuur is geweest in de jaren zestig en zeventig, maar Mayfield heeft nooit het succes behaald van bijvoorbeeld Stevie Wonder, het ‘crossover-appeal’ van Michael Jackson of de kritische waardering die Marvin Gaye ten deel viel.

In het begin van zijn carrière was hij met zijn gitaar en zijn falset de drijvende kracht achter The Impressions, de soulvolle ‘doowopband’. Hun beroemdste liedje is ‘People Get Ready’ en dat is dan nog vooral aan Bob Marley te danken, die het met ‘One Love’ combineerde. De soundtrack van de film Superfly is een van de beste albums ooit gemaakt voor een blaxploitationfilm en ook zijn sociaal bewuste muziek (‘We The People Who Are Darker Than Blue’, ‘We’re a Winner’) was invloedrijk.

Kortom, een flinke staat van dienst, maar net geen sleutelfiguur. Er is dan ook niet veel over hem geschreven, en dat de eerste serieuze biografie afkomstig is van zijn zoon, klinkt niet veelbelovend. Des te groter de verrassing dat Traveling Soul een voortreffelijk boek is. Het helpt daarbij dat Todd er niet omheen schrijft dat hij de zoon is. Hij noemt Mayfield in het hele boek gewoon ‘Dad’ en hij vertelt zonder terughoudendheid over zijn onprettige kanten (misschien dat daarom ‘The estate of Curtis Mayfield’ het boek niet wilde autoriseren).

Mooie anekdotes

Het is even wennen om de invloedrijke gitarist, producer, platenbaas, liedjesschrijver en zanger de hele tijd als ‘my father’ benoemd te zien, maar Todd Mayfield heeft van dit boek veel meer gemaakt dan de jeugdherinneringen van een zoon aan zijn vader (en ghostwriter Travis Atria heeft het verhaal strak in handen gehouden: geen oeverloos geklets). En dat vergroot de geloofwaardigheid van de mooie persoonlijke anekdotes, zoals dat Mayfield geen anti-oorlogliedjes wilde schrijven zolang zijn broer nog in Vietnam vocht, of over de trots van Mayfield op de muziek die hij gemaakt had voor de expliciete seksscène in Superfly die hij trots aan zijn minderjarige kinderen liet horen – en zien.

Dat Todd Mayfield bewondering voor zijn onderwerp heeft, is geen bezwaar: Curtis is die bewondering waard. Niet alleen vanwege de muziek, al komt die uitgebreid aan bod, in aanstekelijke beschrijvingen van zijn klassieke albums, en in (terechte) herwaarderingen van enkele latere albums. De disco-periode wordt kort behandeld, maar wanneer rap en hiphop de muziek van Mayfield ontdekken als materiaal voor samples, zijn de trots en het enthousiasme begrijpelijk.

Maar Todd kende Curtis natuurlijk eerst en vooral als vader, en hij spaart hem niet in de scènes over de manier waarop hij zich voor zijn omgeving afsloot als hij drugs gebruikte, en zijn onaangename houding tegenover vrouwen, en zijn hypocrisie. Wanneer hij een verdrietig liedje beschrijft waarin Mayfield zingt over hoe hij zijn lief heeft verloren, merkt zoon Todd droog op: ‘hij had kunnen proberen haar trouw te blijven.’

Mayfield komt in dit boek dus goed uit de verf als muzikant, en wordt als mens niet gespaard. Maar minstens zo belangrijk is de voortrekkersrol die hij had in de strijd tegen racisme. Hij was niet van plan ooit besodemieterd te worden door witte zaaleigenaren, en weigerde om ook maar één noot te spelen voordat het gehele honorarium was uitbetaald (wat er gebeurt wanneer een programmeur hem probeert te flessen, staat spannend beschreven in de openingsscène).

Hij was een van de weinigen die als zwarte man eigenaar waren van een label, waarvoor hij platen produceerde, liedjes schreef en zelf albums maakte. Niet alleen omdat hij zich niet door platenbazen wilde laten misbruiken, maar vooral omdat hij de controle wilde houden: ‘he wanted to own himself’. Want hij moest voor zichzelf zorgen: de maatschappij deed dat niet. 1967 mag bekend staan als het jaar van de ‘summer of love’, voor zwarten was het een ‘summer of agony’. En Mayfield bleef scherp en compromisloos, zelfs al kostte hem dat veel geld, en veel goede verhoudingen: zelfs zoon Todd werd ontslagen na samenspraak tussen Curtis en zijn manager.

Die compromisloosheid is waarschijnlijk ook een van de redenen dat hij nooit de populariteit behaalde van de veel aaibaarder Stevie Wonder of Michael Jackson. Hier stond een zelfbewuste, boze zwarte man kritiek uit te oefenen op Amerika – en wat het witte publiek daarvan vond, was niet belangrijk, zolang hij niet gerespecteerd werd.

Verlamd

Het levensverhaal eindigt tragisch. Bij een openluchtconcert begint het te stormen. De lampen vallen uit de steigers, Mayfield wordt er door een geraakt en raakt verlamd. Hij zal nooit meer optreden, en kan geen gitaar meer vasthouden. Het eerste dat hij zegt als zijn kinderen aan het bed staan: ‘zorg voor de financiën.’ Met een sarcastisch gevoel voor humor stelt Todd vast dat Curtis er eigenlijk een betere vader van werd: hij kon zich nu niet meer in een waas van drugs terugtrekken.

Maar het is een vreselijk beeld: de onbeweeglijke man die op zijn bed pijn ligt te hebben. Er wordt nog een plaat gemaakt maar die wordt uit Mayfield gehaald alsof je het laatste beetje water uit een vochtige dweil probeert te wringen: hij zingt regel voor regel, liggend op zijn rug, de enige manier waarop hij genoeg lucht krijgt. Wonderbaarlijk, hoe vertrouwd de subtiele falset op New World Order desondanks klinkt. De plaat is zijn laatste wapenfeit. Diabetes vreet het zwakke lichaam nog verder aan en naar de uitreiking van de Grammy Awards kan hij niet meer komen. Van de grote man, blacker than blue, superfly is weinig meer over; drie jaar later is hij dood.

Het beeld van Mayfield dat oprijst uit dit boek is gecompliceerd: een enorm talent, met wie nauwelijks viel samen te werken. Een betrokken, verantwoordelijk man, die zijn naasten pijn deed als hij het gevoel kreeg niet gerespecteerd te worden. Even getroebleerd als getalenteerd, even onaangenaam als invloedrijk: Traveling Soul laat beide kanten zien.