Dyslexie hoort thuis bij onderwijs, niet bij de zorg

Steeds meer dyslexie en laaggeletterdheid, zeggen de onderzoeken. Kan het onderwijs daar niet meer aan doen?

Anp photo xtra, Koen Suyk

Het aantal laaggeletterden stijgt in Nederland, blijkt uit internationaal vergelijkend onderzoek. Is er een verband met de epidemie van dyslexieverklaringen die voor bijles of voor langere tijd op het eindexamen worden aangevraagd?

Volgens het vorige maand uitgekomen internationaal vergelijkende Pisa-onderzoek is het percentage laaggeletterde 15-jarigen van 2003 tot 2015 gestegen van 11,5 procent tot 17,9 procent. Dat is opmerkelijk, want verder is Nederland in de subtop van lezen gebleven. Een laaggeletterde kan meer dan een ongeletterde maar is behoorlijk gehandicapt in een land vol tekst.
Van de eindexamenkandidaten voor het voortgezet onderwijs krijgt volgens de laatste melding 10.5 procent een dyslexieverklaring, aldus de Inspectie van het Onderwijs. Het werkelijke aantal verklaringen is waarschijnlijk hoger omdat de scholen niet alles melden. Dat gaat van zes procent voor het VWO tot 14 procent voor het vmbo. Minister Bussemaker (PvdA, OCW) en staatssecretaris Dekker (VVD, OCW) vinden dit ,,zorgelijk’’, schreven ze afgelopen maand aan de Kamer.

In haar brief aan de minister van Onderwijs vraagt de Inspecteur-Generaal Generaal van Onderwijs, Monique Vogelzang, zich af of er werkelijk sprake is van dyslexie: ,,Gaat het eerder om andere taalproblemen (slecht kunnen lezen)?’’. Dat komt dan overeen met die 17,9 procent laaggeletterden.
Een deel van de groei is te verklaren uit de voordelen van dyslexieverklaringen. Vandaar dat de Inspectie zich afvraagt of ze ,,op juiste gronden zijn afgegeven’’. Eindexamenkandidaten krijgen meer tijd om de opgaven te maken of speciale voorzieningen zoals een laptop, grotere letters. In de basisschool krijgen dyslectici bijles op kosten van de gemeente. Zo’n 1400 euro buiten het budget. De bijles valt buiten verantwoordelijkheid van de school die niets extra’s meer aan zo’n leerling hoeft te doen. Zoiets kan ontaarden in een beloning voor slecht taalonderwijs. Ouders en onderwijzers hebben een gemeenschappelijk belang.

Echte leesproblemen

Het lijkt wel of de kwaal dyslexie steeds verder wordt opgerekt. Toen de bijles buiten het onderwijs en onder de zorg kwam te vallen, was voorzien dat 3,6 procent van de basisschoolleerlingen daar gebruik van zouden maken. Nu is dat al 6,5 procent. En door deskundigen wordt steeds vaker gezegd dat 10 procent leerlingen met dyslexie normaal is. Er zijn mensen die hun hele leven moeite hebben met lezen maar zoveel? En duidt iets niet goed kunnen op een stoornis, die door de zorg moet worden verholpen? Dat is een kwestie van definitie.

De gestage groei van laaggeletterdheid kan duiden op toegenomen leesproblemen. Er is een hele generatie onderwijzers die slecht heeft leren spellen en die briefjes vol dt-fouten naar de ouders sturen. Sinds kort moeten pabo-studenten die van het mbo en de havo komen in hun eerste jaar een taaltoets doen, zodat de nieuwe lichtingen waarschijnlijk gemiddeld beter taalles kunnen geven. In de scans van het ministerie zitten ook scholen waar nauwelijks dyslexie wordt gemeld. Zijn dat scholen met welgestelde kinderen met veel cultureel kapitaal? Of zijn dat juist scholen waar ouders zoveel andere zorgen hebben dat ze niet zo snel alarm slaan? Of zijn het scholen waar goed taalles wordt gegeven? Die moeten worden gevonden. Dyslexie hoort thuis bij onderwijs, niet bij zorg.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.