Column

De strijd van An Hartman

Zoals alle goede verhalen blijft het verhaal over An Hartman eindeloos rondgaan, ook nu zij er niet meer is. Ook het feit dat haar sigarenzaak, zo aangenaam vintage ‘sigarenmagazijn’ geheten, voor haar overlijden al vier jaar dicht was, doet er weinig aan af. Het verhaal van sigarenmagazijn Hartman is zo aansprekend dat de brug ervoor officieel Hartmanbrug is gedoopt en dat Ans heengaan woensdag landelijk nieuws was, met onder andere zo’n verhaal in De Telegraaf.

De moord op Ans echtgenoot André in 1993 was het startsein tot de verhalen. Volgens de ene versie had André zich verweerd tegen de overvaller, volgens de andere had hij met zijn rug naar de overvaller geweigerd iets uit te voeren. Maar in alle gevallen had de ontsnapte Marokkaanse gevangene van zeventien jaar de trekker overgehaald en had An de winkel na de begrafenis voortgezet.

Repeterend element in het verhaal: de vele overvallen. En de Hartmannen die weigerden hun zaak te sluiten. Omdat het op de andere dagen van het jaar zo fijn werken was op de hoek Molukkenstraat-Valentijnkade: een baken, een trefpunt in Amsterdam-Oost.

Toen An Hartman de zaak in 2014 toch moest sluiten vanwege kanker stond de teller op negentien overvallen. Negentien keer doodsangst sinds ze het sigarenmagazijn in 1975 hadden overgenomen. Ook wordt altijd weer verteld dat die fatale overval in 1993 de vijftiende was geweest. „Allemaal Marokkanen”, zei An Hartman toen ik haar winkel eens bezocht. Feitelijk niet helemaal juist, de eerste overvaller was een Antilliaan geweest. Ik vond haar een gepassioneerd spreker, achter twee brillenglazen vonkten bruine ogen en ze illustreerde haar verhalen door met lange roze nagels in de lucht te tekenen als het bijvoorbeeld ging over de camera’s binnen en buiten die haar moesten beschermen. Ze vreesde dat de beveiligingscamera buiten zou worden verwijderd. Sinds de aanwezigheid van die glazen bol op een paal op het trottoir was ze niet meer beroofd.

De camera bleef, maar er zouden toch nog enkele geladen pistolen binnenkomen.

An bleef lachen, ook tegen Marokkaanse klanten, en tegen Turkse en Antilliaanse, omdat de meesten vriendelijk waren en omdat de Indische buurt nu eenmaal veel van zulke mensen telt. Haar kachel moest roken, de mensen wilden roken, of zomaar wat kletsen.

Rondkijkend in haar winkel werd ik weer jong. Glazen toonbanken met daarop een waaier van Privé’s en Panorama’s zag je nog maar zelden, wanden met houten schappen vol sigarenkistjes nog minder. Niets veranderen was Ans strijdmethode. De buurt verloederde en krabbelde langzaam weer op, maar de zaak bleef zoals die in 1993 was geweest, een ontmoetingsplek zonder OV-chipkaarten.

De tijdgeest kreeg haar niet klein, de hersenkanker wel. Haar buurman, type moderne coffeeshophouder, nam de winkel over en maakte er een hippe kledingzaak van. De buurman heeft alles onder controle. Dat is geen verhaal. De wanhopige strijd van André en An Hartman om iets van het oude Nederland levend te houden is een verhaal dat nog heel lang verteld zal worden.

Auke Kok is schrijver en journalist.