Commentaar

De politiek heeft niks te maken met fittie over worst

Raken consumenten in verwarring als ze bij de vegetarische slager een vegetarische rookworst kopen? De vleessector vreest van wel. Zij heeft weinig vertrouwen in de opmerkingsgave van de klant en wantrouwt blijkbaar de herkenbaarheid van het eigen product. Zo hoog is de ergernis opgelaaid over „de goede sier” die wordt gemaakt met „namen die op vlees lijken”, dat de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) de publiciteit zoekt. En nu in Duitsland de minister van Landbouw een wettelijk verbod heeft voorgesteld op het gebruik van vleesnamen voor vegetarische producten, wil de VVD best even meeliften op die publiciteit. „Vlees is vlees is vlees”, zei een VVD-Tweede Kamerlid stoer. Hij meent dat de producenten van vegetarische producten profiteren van „de bekendheid van namen die door slagers, vleesverwerkers en boeren zijn bedacht”. En ook al wijst de COV het af, hij stelt voor te onderzoeken of ook in Nederland zo’n verbod mogelijk zou zijn. De vegetarisch-vleessector bijt van zich af en verklaart nooit iets van verwarring te merken: het staat op de verpakking en de klanten kunnen lezen.

Het is de vraag of de politiek zich moet lenen voor het beslechten van een fittie tussen ondernemers. Bovendien dringt de VVD hier aan op als regelgeving vermomde bemoeizucht waar detailhandel noch burgers op zitten te wachten.

Maar heeft de vleessector een punt? Plagiëren de vegetarische voedingsbedrijven namen die door slagers, vleesverwerkers en boeren zijn ontwikkeld? Moeten ze inderdaad maar „zelf een naam bedenken”?

Nou nee. Want die namen zijn niet bedacht door de slagers. Woorden als ‘biefstuk’ , ‘saucijsje’ en zelfs ‘saucijzenbroodje’ zijn opgenomen in het Woordenboek der Nederlandsche taal. ‘Rookworst’ wordt sinds 1746 waargenomen. Het zijn geen merknamen, het zijn soortnamen uit het Nederlands.

Inderdaad, ze duiden op vleesproducten. ‘Saucijzenbroodje’ suggereert de aanwezigheid van worst. Het benoemt óók een bepaalde voedselvorm. Zolang de vegetarische variant zich op de verpakking als zodanig bekendmaakt, hoeft Den Haag niks bij wet te verbieden of te regelen. Veel mensen eten graag vlees. Een aantal van hen kiest voor iets dat geen vlees is maar er zo veel mogelijk op lijkt. Bijvoorbeeld omdat ze het milieu willen sparen. Of omdat ze moeite hebben met het dierenleed in de bio-industrie. Voor hen zijn de vleesvervangers ontwikkeld. Ook al spekken ze de vleesindustrie niet, deze consumenten hebben net zo veel recht op de bijbehorende woorden als ieder ander.