Recensie

De Pijp: een nostalgische kijkdoos tjokvol historie

Foto Rien Zilvold

Laat deze restaurantrubriek maar speciaal voor nieuwkomers in de stad zijn bedoeld, want je mag van alle andere Rotterdammers toch verwachten dat ze op zijn minst één keer in hun leven hebben gegeten in Bierhandel De Pijp. Met al even diep in het plaatselijke uitgaansleven gewortelde zaken als Old Dutch, café Timmer, café Hensepeter, De Ballentent, Melief Bender, bistro Stobbe in Kralingen en De Oude Sluis in Delfshaven is het een aanlegplaats waarover je moet kunnen meepraten. Verbazing ook gegarandeerd bij bezoek van buiten de lands- en gemeentegrenzen: het interieur en de mores in dit spijslokaal hebben elke vorm van modernisering decennialang moeiteloos overleefd.

De geschiedenis van De Pijp gaat terug tot 1898, de huidige zaak in de Gaffelstraat opende er in augustus 1940 en fungeerde in de oorlogs als ondergrondse studentensociëteit en verzamelplek van het verzet. (Corps)studenten en alumni zijn er, al dan niet met hun jaarclubs, tot op de dag van vandaag blijven komen. Duizenden clubdassen, foto’s, knipsels, schilderijen en graffiti aan de afgebladderde, bruine muren verwijzen terug naar de wilde jaren van hele generaties artsen, juristen, economen en ondernemers.

Te midden van al die historie ben je onderdeel van een levende kijkdoos. Een pandemonium bovendien. De vloer van De Pijp ligt steevast bezaaid met de schillen van de pinda’s die traditiegetrouw bij het eerste biertje, borreltje of wijntje worden geserveerd. Gasten zitten er elleboog aan elleboog aan lange tafels, terwijl ze – nog wat extra verstijfd - de constante herrie op zich moeten laten inwerken. En tussen de cliëntèle door schuiven zes in wit uniform en stropdas gestoken obers van heel uiteenlopende leeftijden, die ieder voor zich zo uit een andere tijd lijken te zijn weggelopen.

Wat je in geen enkel ander eethuis of restaurant zou trekken, mag je voor lief nemen in De Pijp: de achterovergekamde lange haren van de corpsstudenten die in De Pijp bedienen druipen nog nét niet van het vet, de kruidenboter op de biefstukken die uit de open keuken komen, worden met de vingers in het vlees geplet, de dienstdoende kok plukt de gebakken aardappelen net zo gemakkelijk zelf uit de koekenpan als dat hij de schuimspaan het werk laat doen. Je moet in dit etablissement ook van gebakken aardappelen houden; ze vergezellen standaard elke schotel die iemand in rap tempo onder de neus geschoven krijgt.

De vaste menukaart van De Pijp staat op het schoolbord en zal in een eeuw amper zijn gewijzigd. Tot de specialiteiten van het huis behoren kalfssukade, tong garni, scholfilets, zalmmoot, garnalenkroketten en ribeye. Wij bestellen gerookte paling, zwezerik, escargots en confit de canard. De vis komt op een paar sneetjes witbrood, gesecondeerd door een kuipje roomboter, de ris de veau is gestoken in een laag paneermeel met de omvang van een skipak, de confit de canard is mals en bijna feestelijk opgetuigd met een sherrysaus en pruimen. Allemaal heel goed te doen bij een stuk of wat biertjes en tussen het ophalen van dierbare herinneringen door. En dat zijn toch de twee aspecten waar het de meerderheid van de bezoekers in De Pijp om te doen is.

Een tikje sentimenteel raakte ik verdorie ook nog zelf toen ik het ‘Dessert d’Ici’ geserveerd kreeg: het grand dessert (een bord vol kunstig gepresenteerde zoetigheden en ijsjes) waarmee ik voor het eerst kennismaakte in de jaren negentig. Ultieme luxe was het voor mij toen, maar kom er tegenwoordig nog maar eens om. Nóg een goede reden om weer wat vaker in De Pijp aan te schuiven.

is culinair recensent

Dit is een aangepaste versie van de recensie van 23 december 2016. Die bevatte feitelijke onjuistheden. Ook stond er een verkeerde foto bij.