Recensie

De New-Yorkse marathon lopen in een boerka

Simone van Saarloos

Een roman over ‘creatieterrorisme’: dan weet je dat je geen lichte kost te wachten staat. Simone van Saarloos pakt in haar debuut klonen, verkrachters, vooroordelen en terrorisme bij de kop.

Simone van Saarloos Foto Kick Smeets/HH

In de onbekende ander schuilt nooit de meest gevreesde vijand. Het probleem is meer dat we het kwaad in onszelf niet herkennen. ‘Niets is de mens vreemder dan zijn evenbeeld.’ Deze woorden van de Tsjechische schrijver Karel Capek die niet bepaald goed zijn voor het zelfvertrouwen, leert Janine Vitafiel als kind al vroeg van haar vader. Ze vormen het vertrekpunt in de debuutroman De vrouw die van Simone van Saarloos (1990).

In het verhaal ontpopt Janine zich als moleculair biologe die op zoek is naar de radicale schepping. Het is een interessant gegeven dat verwachtingen oproept, die Van Saarloos deels ook weet waar te maken. Janine wordt bekend dankzij haar voorstel om onderzoek te doen naar het sperma van verkrachters. Zou dat afwijken van dat van bijvoorbeeld Nobelprijswinnaars in de economie? Ze verlegt het onderzoek naar een ander idee: het herkennen van de problemen in je eigen organen. Met het programma ‘Follow Your Organ’ wil ze onderzoeken of het mogelijk is je eigen zwakke onderdelen te versterken, en ook of je ze kan klonen om het kwetsbare lichaam onkwetsbaar te maken (iets dat immers te vervangen is, verliest niet zijn functie, maar wel zijn kwetsbaarheid). Het is Capeks filosofie in een notendop: waar Janine eerst onderzoek doet naar de agressieve ander verlegt ze haar interesse naar de mens zelf, die dankzij kennis van zijn of haar organen meer zicht krijgt op zichzelf. Of sterker nog: die het evenbeeld van zijn of haar binnenste deels opnieuw weet te produceren. Het gaat haar om ‘de kunstmatigheid die de natuur uitdaagde.’

De ideeën in het romandebuut van filosoof en columnist Simone van Saarloos (1990) zijn talrijk, maar worden vaak slechts aangestipt, of teruggebracht tot een observatie, wat tot een gebrek aan spanning leidt.

Het is de vraag of deze zelfbewapening werkt in een roman, waarvan het thema de maakbaarheid van de mens is. De druk op Van Saarloos was groot om met een ‘radicale schepping’ de literaire wereld te betreden. Ze was immers al bekend columnist, auteur van filosofische essays, het pamflet Het monogame drama – en als jongste Zomergast. Als het dan zover is, kun je niet met een slap romannetje komen aanzetten. Ergens lees je die druk er aan af. Het zit boordevol ideeën, die nergens helemaal worden uitgewerkt.

Het idee over een onderzoek naar ‘verkrachterssperma’is goed, maar de uitwerking is mager. Morele discussies over zelfbeschikking en vrije wil worden terloops genoemd, maar spelen geen echte rol. Voor ethische discussies rondom klonen geldt hetzelfde. Ze staat een nier af aan een onbekende – maar die transplantatie mislukt: wat dat voor haar betekent wordt ook niet echt uitgewerkt.

Ondertussen krijg je wel een mooi inkijkje in het leven in New York, waar Janine voor drie maanden naar toe gaat. Ze zal er de marathon lopen. Ondertussen kan ze terecht bij een onderzoeksinstituut waar ze zonder aan restricties gebonden te zijn onderzoek kan doen. Als prototype van de wereldvreemde wetenschapper deelt ze New York op in stukjes om de stad te leren kennen. Ook heeft ze veel seks met een kunstenaar die met een Jezusproject bezig is en voor zichzelf een lichtgevend kruis heeft gemaakt. Ze leert hem dat kunst eerder interessant moet zijn dan mooi.

Ze besluit – volledig in de steek gelaten door haar medeonderzoekers in Nederland – om de marathon in een boerka te lopen om zo haar idee van een radicale schepping kracht bij te zetten. ‘Creatieterrorisme’ heet dat dan, maar het is voor de roman wat veel van het goede.

Er staan genoeg leuke observaties in, zoals die over een vlinderpop: ‘Het ontbreekt een pop aan ledematen om mee te vluchten, maar gelukkig missen ze ook de zintuigen om gevaar te voelen naderen.’ Alleen al met dat beeld zou je een schitterend verhaal kunnen vertellen, net als met het verkrachterssperma, of de controversiële kloonwetenschapper. Maar de meeste ideeën en beelden worden slechts aangestipt, of teruggebracht tot een observatie.

Van Saarloos heeft een punt wanneer ze stelt dat interessant belangrijker is dan mooi, maar het blijkt toch ook niet genoeg om een roman spannend te houden. Niet alleen omdat mooi óók interessant kan zijn, maar vooral omdat interessant alleen niet genoeg is voor fictie.