Mensen winkelen in de wetenschap

Is wetenschap ‘ook maar een mening’? Nee, maar hoe meer kennis je hebt, hoe beter je je politieke of religieuze ideeën ermee kunt onderbouwen.

Een Nederlandse poolonderzoeker bij Spitsbergen. Ruim vijftig wetenschappers bestudeerden daar in 2015 onder meer planten, dieren, bodemvervuiling en het landschap. Foto Frits Steenhuisen/ANP

Het is de paradox van de wetenschapscommunicatie: hoe meer kennis je hebt, hoe beter je de ideeën kan onderbouwen die passen bij de uitgangspunten van de politiek of religieuze groep waartoe je behoort. Dat zegt de Amerikaanse hoogleraar Dan Kahan van Yale University in New Haven, Connecticut, die onderzocht hoe overtuigend de wetenschap kan zijn.

Wetenschappers maken zich grote zorgen over hun afnemend gezag. Wetenschap is niet „ook maar een mening”, schreven José van Dijck en Wim van Saarloos, president en vice-president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, in een opiniestuk voor NRC. Ze signaleren dat er steeds meer machthebbers op het toneel verschijnen „die lak hebben aan feiten.” Als voorbeeld noemden zij daarbij de Amerikaanse president-elect Donald Trump en zijn beoogde regeringsleden en belangrijke bestuurders.

Van Dijck en Van Saarloos sluiten zich aan bij duizenden Amerikaanse ‘concerned scientists’ die in een open brief aan hun nieuwe regering en parlement hun zorgen uitten. Ze waarschuwen dat „een cultuur zonder gezamenlijke feiten” zomaar kan veranderen in een samenleving waarin iedereen zijn eigen mening onderbouwt met zijn eigen feiten:

„Een emocratie in plaats van een democratie.”

Veranderd imago

Maar in hun betoog gaan Van Dijck en Van Saarloos grotendeels voorbij aan het veranderde imago van de wetenschap. Want wat is er de oorzaak van dat wetenschappelijke bevindingen steeds vaker worden weggezet als meningen?

Het ligt niet aan een gebrek aan wetenschappelijke kennis of aan het domweg negeren van de feiten, zegt hoogleraar Dan Kahan. Hij onderzocht in hoeverre wetenschappelijke geletterdheid het standpunt van mensen over controversiële kwesties beïnvloedt. Hij toonde aan dat mensen met een grotere achtergrondkennis het risico van klimaatverandering juist minder groot inschatten dan de mensen met minder intellectuele bagage. In een onderzoek onder grote groepen van Democraten en Republikeinen bleek dat zij selectief de wetenschappelijke autoriteit kozen die het best paste bij de opvattingen van hun groep over onderwerpen als klimaatverandering, ondergrondse opslag van kernafval of wapenbezit.

Mensen winkelen in de wetenschap, en kiezen uit wat het beste in hun eigen straatje past.

Met andere woorden: mensen winkelen in de wetenschap, en kiezen uit wat het beste in hun eigen straatje past. Kahan toonde verder aan dat de standpunten van deze mensen extremer werden naarmate ze beter onderlegd waren in de wetenschap. Hij noemt dit de paradox van de wetenschapscommunicatie: hoe meer kennis je hebt, hoe beter je de ideeën kan onderbouwen die passen bij de uitgangspunten van de politiek of religieuze groep waartoe je behoort.

En wie goed zoekt zal in de wetenschap meestal wel een studie of wetenschapper kunnen vinden die conclusies trekt die aansluiten bij al bestaande opvattingen. Wetenschap is geen onfeilbaar instituut dat alleen maar kraakheldere en onomstotelijke feiten voortbrengt. Onzekerheid en twijfel is verweven in het hart van de wetenschap, waardoor hypotheses bij voortschrijdend inzicht aangepast zullen worden. De resultaten van onderzoek zijn meestal niet zwart-wit, wat ook onder experts de ruimte laat om van mening te verschillen.

Belangenverstrengeling en fraude

In de publieke opinie heeft de wetenschap ondertussen een deuk in het imago opgelopen, nadat keer op keer bleek dat belangenverstrengeling en fraude de uitkomsten of interpretatie ervan hadden beïnvloed. Het waren incidenten, maar het heeft het wantrouwen gevoed: morgen kan het weer anders zijn. Een grotere transparantie en een verscherpte controle op malversaties is niet voldoende om dat gevoel weg te nemen. Bovendien zijn zulke onregelmatigheden nooit helemaal te voorkomen.

Wetenschappers zullen er mee moeten leven, zegt Kahan. Het scherper worden van het debat over de interpretatie van collectieve kennis is volgens hem „een voorspelbaar bijproduct” van dezelfde omstandigheden die in vrije, democratische samenlevingen een klimaat scheppen waarin de wetenschap zo goed kan bloeien. Bijvoorbeeld door de komst van internet heeft in principe iedere burger toegang tot dezelfde informatie die voorheen het exclusieve domein van de wetenschap was.

De oplossing is niet om te proberen mensen alsnog met sterkere wetenschappelijke argumenten te overtuigen, zegt Kahan. In plaats daarvan kun je beter proberen om kennis en identiteit te ontwarren.