Wachtlijsten zorg zijn vooral teken van gebrek aan doelmatigheid

Zo dramatisch als aan het einde van de jaren negentig is het nog lang niet, maar de wachttijden in de zorg lopen weer op. Van gemiddeld 2,95 weken in 2014 zijn de wachttijden vorig jaar opgelopen naar 3,52 weken. En de kans is groot dat die periode dit jaar weer langer wordt.

Voor een deel heeft dat te maken met de aanwassende vraag naar zorg, wat samenhangt met de welvaartsgroei. Die neemt nu dubbel zo snel toe als de budgetten in de zorg. Krapte is het gevolg, en daarmee langere wachttijden. Meer budget dan maar? In verkiezingstijd is dat een voor de hand liggend antwoord. Maar zo simpel is het probleem niet. Er is nog zeer veel doelmatigheidswinst te halen in met name de ziekenhuiszorg. Een starre verdeling van budgetten tussen de diverse afdelingen binnen de ziekenhuizen zelf bijvoorbeeld, zorgt ervoor dat zij onvoldoende inspelen op veranderingen in de zorgvraag.

Specialisten lijken soms hun eigen aanbod te scheppen, wanneer de zorgvraag tegenvalt, de zogenoemde ‘opvulzorg’. En krappere budgettering wordt simpelweg laag voor laag naar beneden geduwd, van ministerie naar verzekeraar naar ziekenhuis naar patiënt. Farmaceutische bedrijven hebben bij sommige medicijnen een dermate grote machtspositie dat zij de prijzen kunnen dicteren.

Het simpelweg verhogen van de zorgbudgetten leidt onder deze omstandigheden al snel tot het belonen van inefficiëntie. Om die ondoelmatigheid terug te dringen is dus allereerst een scherpe diagnose nodig van wat er op dit moment in de zorg aan de hand is. Het huidige zorgstelsel heeft veel weg van een planeconomie: zijn de budgetten op, dan wordt er simpelweg niet meer geleverd. Zoals steeds vaker gebeurt in het najaar wanneer patiënten wordt verzocht zich pas weer in het nieuwe jaar te melden. Deze starre toestand is weer grotendeels het gevolg van een eerdere liberalisering, toen de prijzen uit de hand liepen en werd ingegrepen door juist strikte budgetten op te stellen.

Zo slingert de pendule in de zorg voortdurend heen en weer tussen plan en markt. De ideale verhouding tussen de twee moet nog steeds worden gevonden, in een sector die zich kenmerkt door een enorme complexiteit.

De wachttijden zijn nog lang niet zo groot als zestien jaar geleden, toen het dubbele of meer gebruikelijk was. Anderzijds kan de situatie nu al ernstiger blijken dan kan worden gemeten. Hoe dan ook moet worden voorkomen dat de situatie opnieuw uit de hand loopt. Meer geld is een te gemakkelijke belofte. Dat zorgt alleen voor uitstel waarna het probleem, nu duurder, de kop weer opsteekt. Als de fout in het systeem zelf zit, dat vergt dit een fundamentele bijstelling.