Cultuur

Interview

Interview

De Euromax Terminal op de Maasvlakte in Rotterdam.

Foto HH / Peter Hilz

‘Rotterdam is goedkoper, sneller én beter in maritieme geschillen’

Scheepvaart

De rechtbank Rotterdam is trots exclusief bevoegd te zijn om scheepvaartzaken te behandelen. „Maar het is ook goed voor Nederland.”

In juni 2011 ging er iets mis bij het lossen van het vrachtschip UAL Antwerp in de haven van Luanda, Angola. Het schip kwam uit het Amerikaanse Houston en vervoerde 37 koelcontainers met voedsel. Een van die containers kwam in aanraking met een licht ontvlambare tankcontainer. Explosie, brand, schade aan schip en lading.

Vijf jaar later, in juni 2016, oordeelde de rechtbank Rotterdam dat de vervoerder, Universal Africa Lines uit Cyprus, niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade. Onzeewaardigheid (waaronder ladingongeschiktheid) was niet de oorzaak van de brand. De eisers, vier Amerikaanse en drie Angolese bedrijven, draaiden op voor de proceskosten van 18.000 euro.

Dergelijke zaken zullen vaker voorbij gaan komen in Rotterdam. Sinds 1 januari is de rechtbank Rotterdam in Nederland exclusief bevoegd voor civiele scheepvaartzaken. Partijen uit de hele wereld kunnen zich melden, vier van de acht rechters van de maritieme kamer kunnen de procedure volledig in het Engels voeren. Zo wil Rotterdam meer rechtszaken binnenhalen, om zich verder te ontwikkelen tot maritiem specialist.

Van concurrentie met Londen, waar nu veel maritieme geschillen worden behandeld, is geen sprake, zegt Robine de Lange-Tegelaar, president van de rechtbank Rotterdam. „We zien dit als onze maatschappelijke taak, als onze bijdrage aan de samenleving. De markt vraagt erom. Bedrijven die zakendoen in de haven willen rechtspraak op hoog niveau. Zeker als bedrijven een link met Nederland hebben kunnen ze hun geld beter hier uitgeven dan in Londen.”

Efficiënter dan de Engelsen

In haar werkkamer op de bovenste verdieping van het gerechtsgebouw op de Kop van Zuid heeft De Lange-Tegelaar zicht op de Nieuwe Maas, Wilhelminapier, Noordoever en enkele stadshavens. Op de rechtbank, ook gevestigd in Dordrecht, werken 950 mensen, onder wie 200 rechters. Aan tafel zit ook Thomas Veling, rechter en teamvoorzitter van de maritieme kamer.

Concurrentie of niet, De Lange-Tegelaar en Veling weten precies waarom rederijen, verladers, vervoerders of verzekeraars met een zakelijk conflict voor Nederland moeten kiezen. Veling: „Wij zijn goedkoper en sneller dan de Engelsen. Hun rechtssysteem is minder efficiënt omdat de procedure veel meer mondeling wordt gevoerd en omdat je twee advocaten nodig hebt, een barrister en een solicitor. En onze griffierechten, de kosten om te procederen, zijn nooit hoger dan 3.900 euro.”

Rotterdam begon vorig jaar al voorzichtig met procederen in het Engels. Het lijkt onlogisch dat de tarieven ondanks vertaalkosten laag kunnen zijn. Het is andersom, zegt De Lange-Tegelaar. „Bijna alle documenten zijn al Engelstalig, het kost juist extra geld om ze nu naar Nederlands te laten vertalen. Daarnaast worden onze uitspraken sinds vorig jaar met een Engelse samenvatting gepubliceerd, daar krijgen we goede reacties op.”

Het aandeel ‘scheepvaart en haven’ in het totale aantal zaken is bescheiden. Van de ruim 200.000 zaken die de rechtbank Rotterdam jaarlijks behandelt, vallen er circa 130 onder die noemer. Juist daarom is specialisatie belangrijk, vindt Veling. „Vergelijk het met ziekenhuizen die zich toeleggen op bepaalde ingrepen. Je wordt beter door iets vaak te doen.”

Betrouwbare overheid

Rotterdam is trots op de exclusieve bevoegdheid, maar wat is het nut van meer internationale rechtszaken naar Nederland halen? De Lange-Tegelaar benadrukt het economische belang: internationale rechtszaken zijn goed voor Nederland. Is het niet vooral goed voor de commerciële advocatuur?

„Er bestaat een aantoonbaar verband tussen een hoogwaardige juridische infrastructuur en economische groei. In een land waar eigendomsrechten goed worden beschermd en contracten correct worden nageleefd, wordt meer geïnvesteerd. Goede rechtspraak draagt bij aan een goed vestigingsklimaat.”

De Lange-Tegelaar verwijst naar een onderzoek van de Leidse rechtseconoom Ben van Velthoven, die berekende dat de hoge kwaliteit van het Nederlandse rechtsstelsel zorgt voor een economische groei van 0,8 procent per jaar. Nederland staat na vier Scandinavische landen op de vijfde plaats van de Rule of Law Index 2016 van het onafhankelijke World Justice Project. Dat betekent: betrouwbare overheid, objectieve rechters, geen corruptie.

De president erkent dat ze nog een argument heeft om voor de Rotterdamse rechter te kiezen, en niet voor die in Londen of Shanghai. „We zijn niet alleen sneller en goedkoper, we zijn ook beter.”