Een website met een missie: meer baby’s in de museumzalen

Kunstfanaatjes Brigitte Timmermans begon een website met tips over waar je rekening mee moet houden bij museumbezoek met peuters en welke werken een ‘kids no-go’ zijn.

Museum Boijmans Van Beuningen heeft elke maand een rondleiding voor kinderen tussen de 3 en 4 jaar. Foto Rob van Dalen

Mag je borstvoeding geven in het Rijksmuseum? Is het Mauritshuis toegankelijk met een buggy? En welke kunstwerken in Museum Boijmans Van Beuningen zijn geschikt om te bekijken met peuters? En welke niet? Zomaar een paar dilemma’s voor museumliefhebber Brigitte Timmermans (34) toen ze met haar jonge zoontje een museum wilde bezoeken. „Praktische vragen waar ik niet zo makkelijk antwoord vond.” En nu heeft ze een missie: meer baby’s naar het museum. En een website: kunstfanaatjes.nl. Een website met tips over waar je rekening mee moet houden bij museumbezoek met kleine kinderen.

Op de website staan artikelen als Tien tips om een museumbezoek met kinderen te overleven (en zelf ook plezier te hebben). Tips als: houd het bezoek kort, hooguit een uurtje. Zorg dat je een buggy of draagzak meeneemt. En bekijk het museum door de ogen van je kind. Een draaideur of een brandblusser kan voor een peuter minstens zo interessant zijn als een Rembrandt. En neem meer tijd voor een kunstwerk: „Als volwassene kijk je vaak vluchtig naar een schilderij, maar ik merk dat mijn kind soms langer blijft kijken. Je kind ziet soms meer dan jij.”

Kunstfanaatjes.nl is niet gelieerd aan een museum of een museumvereniging. Het moet geen PR-verhaal worden, vindt Timmermans. Op dit moment verdient ze er ook nog geen geld mee. Timmermans gaat, samen met andere ouders, de musea in Nederland recenseren.

Een brandblusser kan voor een peuter minstens zo interessant zijn als een Rembrandt

Enkele heeft ze al bezocht. Museum Boijmans Van Beuningen is volgens haar zeer ‘kunstfanaatjes-proof’, met elke maand een rondleiding voor kinderen tussen de 3 en 4 jaar. Ook de kunstwerken zelf zijn leuk voor kinderen, vindt ze. De garderobe, met de jassen die aan het plafond hangen, blijkt al een groot feest. En Apollo van Olaf Nicolai, beter bekend als de voetbalkooi, is voor kinderen ideaal om even de energie kwijt te raken.

Maar Timmermans waarschuwt ook: de oneindige spiegelkamer van de Japanse kunstenaar Yayoi Kusama blijkt tijdens een bezoek niet zo geschikt voor peuters. „Max voelde zich onderdeel van het werk en zag overal rood/wit gestipte knuffels die hij wilde pakken. Dat hij dit niet mocht, is natuurlijk niet uit te leggen aan een peuter”, schrijft ze. Een ‘kids no-go’ dus. „En zo wil ik bij elk museum tips geven over welke kunstwerken wel en niet aan te raden zijn voor kleine kinderen.”

De Hallen in Haarlem scoort iets minder. „Er is op de site geen educatief aanbod voor kinderen te vinden”, schrijft Timmermans. Verder vind je op kunstfanaatjes veel praktische informatie: in het Rijksmuseum blijk je overal borstvoeding te mogen geven. En het Mauritshuis is goed toegankelijk met een buggy.

Babytours in de VS

Timmermans is kritisch over het aanbod voor kleine kinderen in musea. „Nederlandse musea organiseren veel voor kinderen zoals speurtochten en kinderrondleidingen, maar de doelgroep tussen de 0 en de 4 jaar wordt een beetje vergeten. In de Verenigde Staten zijn er musea die zelfs babytours organiseren.”

Websites van verschillende Amerikaanse musea bieden rondleidingen aan waarin ouders en hun baby’s op de mooie kanten van kunstwerken worden gewezen. Het Museum of Art in Toledo, Ohio bijvoorbeeld, waar de rondleider in een promotiefilmpje trots vertelt dat kunst kijken goed is voor de hersenontwikkeling van een baby. Ook Timmermans denkt dat kunst kijken met een jong kind goed is voor de ontwikkeling.

Alleen, is dat echt zo? Onderzoek heeft uitgewezen dat muziek veel invloed heeft op het babybrein. Maar of een Van Gogh ook zoveel invloed heeft bij baby’s is niet wetenschappelijk bewezen. Peuters hebben dan wel weer baat bij kunst zien en beleven, zeker als ze daarna zelf knutselen, zo schreef de Amerikaanse professor Mary Stokrocki in 1984. Tijdens en na een museumbezoek praten over de kunst kan ook het vocabulaire van jonge kinderen uitbreiden. En het is hoe dan ook weer eens wat anders dan de kinderboerderij of de speeltuin.