‘Ik balanceer tussen ironie en ernst’

Schrijver Jan Postma debuteert dit jaar met de essaybundel ‘Vroege werken’ bij uitgeverij DasMag.

‘Ik ben Jan Postma, u bent dat niet. Maar telkens wanneer ik toegeef aan de drang om mijn naam in een zoekmachine in te voeren, wordt het vertrouwen in die fundamentele waarheid lichtjes aan het wankelen gebracht”, schreef Jan Postma dit voorjaar in een essay voor tijdschrift De Gids. Het stuk zal in februari zijn terug te lezen in zijn te verschijnen essaybundel Vroege werken.

Jan Postma. Sommigen kennen die naam toe aan de CPN’er die in 1944 gefusilleerd werd, anderen aan de kinderboekenschrijver („die tot mijn ergernis het Wikipedialemma ‘Jan Postma, schrijver’ bezet houdt,” aldus de Jan Postma van nu). Waar het hier om gaat is de in 1985 geboren Jan Postma, die naast zijn redacteurschap bij De Groene Amsterdammer ook essayist is voor De Gids en Das Magazin. Hij debuteert komend voorjaar bij uitgeverij DasMag met vijftien essays, die zich volgens Postma ergens ophouden in het gebied tussen persoonlijk (al dan niet samenwonen) en beschouwelijk (literatuur, beeldende kunst en fotografie).

Essay in opkomst

Waarom uitzien naar een essaybundel, nota bene van een debutant? In de eerste plaats omdat het essay wat populairder lijkt te worden. Zo is er naast de jaarlijkse Jan Hanloprijs, de tweejaarlijks Jan Greshoffprijs en natuurlijk de driejaarlijkse P.C. Hooftprijs voor essays dit jaar voor het eerst de Anil Ramdas Essayprijs. Daarnaast kwamen dit jaar relatief hippe auteurs als Teju Cole, Katie Roiphe, Olivia Laing en Chimamanda Ngozi Adichie met een essaybundel. Postma is bovendien iemand die opvalt door zowel zijn vaak intelligente en geestige stukken als zijn venijnige commentaar op social media, waar hij domheid scherp de maat neemt.

Welke essayisten inspirerend zijn voor Postma laat hij in het midden: „Ik ben een bewonderaar van mensen die niemand na kan doen. De kern van essays die mij interesseren is het zoekende, niet alleen maar het betogende. Het mooie van een essay vind ik juist de kleinheid en onbeduidendheid die er soms in zit.” Zijn commentaar op de vaak domme medemens, zie je niet direct terug in de essays: „Ik ga niet voor mijn lezer op de knieën. Maar verder probeer ik te balanceren tussen ironie en ernst, waarbij ik de mens vrolijk als falend wezen zie. Een rode draad zit er niet echt in. Ik heb geen drang tot fictie, maar wist wel: als ik ooit een essaybundel uitgeef dan ben ik heel gelukkig.”