Overleeft de euro 2017?

Muntunie

In 2017 zijn de acute risico’s vooral politiek, maar de economische onderstroom is net zo gevaarlijk.

Illustratie Anne van Wieren

Overleeft de euro 2017? Het antwoord op die vraag is politiek én economisch. De eenheidsmunt lijkt steeds minder populair onder de Europese kiezers. Het experimentele geldbeleid van de Europese Centrale Bank, die massaal staatsleningen opkoopt, kan rekenen op groeiende scepsis.

De toon van het publieke debat kan misleidend zijn. Ondanks alles zijn de inwoners van de eurozone nog steeds in ruime meerderheid vóór de euro. Volgens de jongste peilingen van de Eurobarometer, een voortdurende peiling over Europa van de Europese Commissie, staat 70 procent achter de ene munt. Dat is meer dan de 62 procent van eind 2012, het jaar waarin de eurocrisis op zijn hevigst was.

Het neemt niet weg dat er politieke risico’s bestaan. Marine Le Pen, de rechtse kandidate voor de Franse presidentsverkiezingen in mei, wil van de munt af. Dat zij naast de franc wel een Europese rekenmunt zoals de oude Ecu wil houden, doet daar weinig aan af. Een land kan maar één functionerende munt hebben.

Lees hier een interview met de president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot over het opkopen van staatsleningen: ‘De eurolanden groeien uit elkaar’

Politieke risico’s…

Het komende jaar zal laten zien hoe de publieke steun voor de euro zich verhoudt tot de uitslagen van de verschillende verkiezingen. Niet alleen in Frankrijk staat afwijzing van de euro op het program van een belangrijke verkiezingsdeelnemer. De Alternative für Deutschland (AfD), een opkomende macht bij de Bondsdagverkiezingen in het najaar, zijn eveneens tegen. En in Nederland willen verschillende partijen, waaronder met name de PVV, van de munt af. Ook onze verkiezingen zullen in maart op de financiële markten dan ook met extra aandacht worden gevolgd.

De tekst gaat verder onder de grafieken

Nu is steun voor de euro in Duitsland (81 procent) en Nederland (77 procent) zeer groot. En zelfs in Frankrijk (68 procent) is een ruime meerderheid vóór. Maar de ene munt kan makkelijk worden worden meegesleept in een algemene stem tegen het establishment en vóór wat in die context als het nationale belang wordt gezien.

Dat risico is extra groot in Italië. Daar is de steun voor de euro, met slechts 53 procent, toch al het kleinst van de gehele eurozone. In het niet ondenkbare geval dat er vervroegde parlementsverkiezingen plaatsvinden kan de Europese munt daar inzet worden. De Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo, in de peilingen goed voor bijna eenderde van de stemmen, is eurosceptisch.

…economische kloven…

Italië speelt ook een rol bij het andere risico voor de euro: de economische divergentie. De eurolanden drijven langzaam uit elkaar, en dat proces gaat dit jaar door. Landen die een gemeenschappelijke munt delen, zonder dat zij een gemeenschappelijke politiek voeren waarbij zij hun welvaart onderling verdelen, hebben geen andere keus dan even concurrerend te blijven als de rest.

Doen zij dit niet, dan raken de zwakke landen in een spiraal naar beneden. Sterke landen worden juist steeds sterker.

Dat is te zien: Ierland zag zijn welvaart met meer dan 80 procent stijgen sinds de invoering van de euro. En dat ondanks een zeer zware economische crisis. Duitsland is tweede, met ruim een kwart. De minste welvaartsgroei vond plaats in het zuiden. Italië maakte in de periode van achttien jaar per saldo zelfs een krimp door.

De verschillen tussen de eurolanden slaan in grote lijnen neer in de hoogte van de staatsschuld, de concurrentiekracht, in de werkloosheid, in de bijdrage van de buitenlandse handel aan de welvaart. ‘Noord-zuid’ is deze verdeling niet altijd strikt: Spanje scoort naar omstandigheden soms verrassend goed, Finland juist slecht.

Toch: de voren in de eurozone worden dieper. Het wantrouwen stolt in een systeem waarvan de Europese burger moet hopen dat hij er nimmer veel van verneemt: Target2. Dat is de ‘riolering’ van de centrale banken van de eurozone. Het geld dat daar, tussen die centrale banken, soepel doorheen hoort te vloeien hoopt zich in plaats daarvan op. Duitsland heeft een recordvordering van 754 miljard euro op de anderen. Italië heeft juist een recordtekort van 357 miljard. Dat is een strikt theoretisch probleem – tot de muziek van de euro stopt.

…en een grote bazooka

En dan is er nog de slechte toestand van een groot deel van het Italiaanse banksysteem, waar zich 360 miljard aan slechte leningen heeft opgehoopt. De redding van de bank Monte dei Paschi is nog in volle gang.

Gaan al deze spanningen naar een hoogtepunt in 2017? De ECB is een belangrijke demper. Het aankoopbeleid van nu, voor nog steeds 80 miljard euro per maand, zorgt er voor dat de financiële markten niet echt functioneren en dat speculeren tegen de staatsschuld van zwakke landen zeer lastig is. En mocht dat toch geprobeerd worden, dan is er nog de grote bazooka van onbeperkte steunaankopen die ECB-president Mario Draghi in 2012 te voorschijn haalde, maar die nog niet is gebruikt.

Het acute risico voor de euro in 2017 wordt zo alsnog politiek. Maar wordt het Frans? Het risico van de euro is als een Brit die op het continent de straat oversteekt: hij kijkt naar rechts om te zien of Marine Le Pen er aan komt, om vervolgens van links door Beppe Grillo te worden overreden.