Een blanke/zwarte vrijheidsstrijder

Zanger Huub van der Lubbe speelt in ‘We hadden liefde, we hadden wapens’. Een toneelstuk over de rassenproblematiek in de VS.

Repetitie van het muziektheaterstuk van 'We hadden liefde, we hadden wapens'. Op de foto Huub van der Lubbe samen met Ntjam Rosie. Foto Bram Budel

Zanger en acteur Huub van der Lubbe oppert een idee: „Als we nu tweemaal dezelfde scène spelen: één keer vertolk ik de zwarte Amerikaanse vrijheidsstrijder Robert F. Williams en meteen in de scène erna speelt de zwarte acteur Mandela Wee Wee de rol. De tekst is dezelfde. Wat zal er dan gebeuren? In de scène legt Williams verantwoording af voor zijn pleidooi om tot gewapend verzet te komen tegen de gevestigde blanke orde in de Amerikaanse samenleving.”

Een groep acteurs, performers, zangers en muzikanten repeteert op een zolderruimte in de Amsterdamse Stadsschouwburg aan de voorstelling We hadden liefde, we hadden wapens, naar de pas verschenen gelijknamige roman van Christine Otten. Regisseur Jörgen Tjon A Fong van het gezelschap Urban Myth luistert aandachtig naar Van der Lubbes idee. Hij had het al eerder overwogen en vraagt zich af hoe het publiek zal reageren. „Met verwarring”, vervolgt Van der Lubbe. „Als ik als blanke man zeg dat gewapende strijd goed en rechtvaardig is en dat zwarte mensen evenveel rechten hebben als blanke, dan zal de toeschouwer dat beamen. Maar neem nu een acteur met een geheel andere huidskleur. Hoe schijnbaar redelijk is dan geweld?”

Neem een acteur met een andere huidskleur. Hoe schijnbaar redelijk is dan geweld?

De première van de muziektheatervoorstelling We hadden liefde… is op 28 januari in de Stadsschouwburg, bolwerk van blank theater. Daarin wil regisseur Jörgen Tjon A Fong verandering brengen met deze cast van acteurs met een cultureel diverse achtergrond. „Er gaapt een kloof tussen recht en rechtvaardigheid”, zegt Tjon A Fong na afloop van de repetitie. „We vinden het rechtvaardig dat iedereen gelijke kansen moet hebben, maar in de praktijk blijkt huidskleur vaak een stigmatiserend effect te hebben. Kinderen van minderheden volgen de laatste jaren hetzelfde hogere onderwijs als blanke kinderen, maar hun kansen op een baan zijn niet gelijkwaardig. Het boek speelt zich weliswaar in Amerika af, in de jaren zestig, maar de thematiek is ook van nu. Nog maar pas geleden is een zwarte jongen door de politie doodgeschoten in Baton Rouge. Uit verzet is de beweging Black Lives Matter ontstaan. Racisme en discriminatie bestaan in onze beschaafde wereld nog altijd. Ook in Nederland.”

Zonder schaamte of vernedering

Het strijdvaardige levensverhaal van de zwarte strijder Robert F. Williams (1925-1996), zoals opgetekend door Otten, inspireert het ensemble. Dankzij haar roman De laatste dichters, over een Afrikaans-Amerikaanse groep dichters en muzikanten die streden voor gelijke rechten, kreeg ze het vertrouwen van Mabel, de vrouw van Williams. Hij was een van de eerste zwarte Amerikanen die tijdens rassenrellen in zijn woonplaats Monroe, North Carolina, het recht eiste voor zwarte mensen om zichzelf met wapens tegen racisme te verdedigen.

Volgens Otten gaat haar roman over „het verlangen er te mogen zijn, zonder schaamte, gevoelens van minderwaardigheid of vernedering”. Haar nieuwe boek presenteert ze als een roman: „Fictie geeft me de vrijheid me in te beelden een ander te zijn. Ik wilde geen roman schrijven over de tegenstelling zwart en wit, maar over liefde binnen een familie die leeft in de extreme context van haat. Williams werd gezocht door de FBI omdat hij staatsgevaarlijk was en bijna was gedood door de Ku Klux Klan. In de jaren zestig droomde hij ervan president van de Verenigde Staten te worden.”

Blanke blueszanger

Voor zowel de schrijver als regisseur was het van begin af duidelijk dat Huub van der Lubbe mee zou spelen: hij als blanke blueszanger. Soul en r&b uit de jaren zestig geven een muzikaal fundament aan We hadden liefde…

Actrice Manoushka Zeegelaar Breeveld groeide op in Suriname en woont lange tijd in Nederland. „In Suriname moest ik de vaderlandse geschiedenis kennen”, zegt ze, „maar eenmaal hier bleek dat niemand de geschiedenis van Suriname kent en waarom het land overzees gebied is. Waarom Surinamers dus naar Nederland komen. De vragen die de voorstelling stelt, slingeren mijn denken heen en weer. Ik wil genuanceerd zijn jegens huidskleur, en toch betrap ik mezelf wel eens op het tegendeel. Ik denk dat de samenleving alleen maar voor zwart en blank dragelijk kan zijn als we elkaars geschiedenis kennen. Dat is noodzakelijk.”

Tijdens de repetities proberen de acteurs color blind te spelen, te doen alsof kleur niet bestaat. Maar dat blijkt moeilijk. Mandela Wee Wee vertolkt weliswaar de historische Williams, maar voor hem is zijn personage rijker: „Zijn oproep tot verzet tegen segregatie stijgt uit boven de tegenstelling tussen zwart en wit. Het komt voort uit liefde voor zijn land. Williams heeft zelfs voor zijn land gevochten. Je kunt nooit tegen iemand zeggen ‘dat hij dan maar weg moet gaan, naar zijn eigen land’, want voor Williams is dat het Amerikaanse Zuiden. Daar groeide hij op, daar ligt zijn bestaan.”

Voor Van der Lubbe begon zijn belangstelling voor de strijd van de zwarte Amerikaanse minderheid om sociale rechtvaardigheid en gelijkheid met blues en soul: „Als vijftienjarige zag ik als voor het eerst een toneelvoorstelling over de Black Panthers. De werkelijke muzikale impuls kwam van Harry Muskee van Cuby & The Blizzards. Hij liet ons op overweldigende wijze kennismaken met de blues. Zijn inspiratiebron is blueszanger John Lee Hooker. Daar, in Drenthe, speelde hij de blues. Voor mij gaat de voorstelling veel minder over het conflict tussen zwart en wit als dat tussen arm en rijk. De blues komt uit het arme Zuiden en Muskee komt van het arme Drentse platteland.

„De rassenproblematiek hangt hiermee samen: de blanke rijke meerderheid vecht voor haar hegemonie en de freedom fighters vragen om rechtvaardige behandeling in de samenleving die ook hún samenleving is. Dat is een logische gedachte. Maar wat me angst inboezemt, is dat de mens zich slechts voor 15 procent door ratio laat leiden, al het andere is pure emotie en intuïtie. Die 85 procent bepaalt dus hoe iemand denkt en voelt. Hierin past het vooroordeel dat mensen koesteren bij een donkere huidskleur: dat roept discriminatie op, misschien onbewust. Met deze voorstelling en de soundtrack van de blues willen we die vooroordelen zo presenteren, dat de toeschouwer erover gaat nadenken. Vandaar het idee van eerst een blanke en dan een zwarte acteur in dezelfde situatie: waar ligt het gelijk?”