Column

De stille opmars van …ehm

Zonder dat iemand het merkt verandert de manier waarop wij aarzelen. Dat geldt zelfs niet alleen voor ons, maar ook onder andere voor de Duitsers, de Noren en de Engelsen. Wie twijfelt zegt meestal iets dat ongeveer klinkt als eh – vertaald als er in het Engels, of uh in het Amerikaans, äh in het Duits. Maar de laatste jaren komt daar steeds vaker een m achter: ehm, erm of uhm en ähm. Die vorm bestaat in al die talen overigens al veel langer, maar hij wint zienderogen terrein. Hoe kan dat?

De observatie werd een paar jaar geleden voor het eerst voor het Engels gedaan door de Amerikaanse taalwetenschapper Mark Liberman op zijn weblog Language Log. De Groningse onderzoeker Martijn Wieling dook er op en vorige maand publiceerde hij samen met, onder anderen, Liberman een wetenschappelijk artikel waarin hij Libermans intuïtie onderbouwde, ook voor de genoemde andere talen.

Wieling ontdekte zowel op Twitter als in opnamen van alledaagse gesprekken dat jonge mensen relatief meer ehm gebruiken dan ouderen. Bovendien zeggen alle mensen, jong én oud, nu vaker ehm dan tien of twintig jaar geleden. Eh wordt weliswaar door iedereen nog het meest gebruikt, maar de dag dat we allen ehm zeggen komt dichterbij.

Taal verandert iedere dag een beetje, dat is geen nieuws. Dat ook dit soort op het eerste gezicht inhoudsloze klanken aan verandering onderhevig zijn, is al verrassender. Je maakt die klanken als je even na wil denken (‘Dat is een eh… tennisbal’), als je het woord neemt (‘Eh… zouden we dat niet anders kunnen doen?’) en als je nog niet onderbroken wilt worden (‘Gaan we dat eh… nog eh… doen?’). Eh is daarvoor de simpelste klank. Je produceert hem door je stembanden te laten trillen en je mond in een weinig uitgesproken stand te zetten. Bij ehm sluit je aan het eind je lippen terwijl de stembanden nog even door blijven zoemen. Het geluid komt dan uit je neus. Dat is de m.

In veel talen

Nóg opmerkelijker is dat de verandering in zoveel talen tegelijkertijd plaats heeft. In eerste instantie ben je geneigd om te denken: dat komt natuurlijk door het Engels. We zitten met zijn allen naar Amerikaanse films te kijken, en nemen het ehm van hen over. Maar ook die Amerikanen zeggen nog steeds vooral eh, en uit Wielings gegevens blijkt dat de ehm-vorm in Duitsland misschien nog wel sterker in opkomst is dan in het Engels.

Misschien is er daarom iets anders aan de hand, zegt Wieling. Ehm duurt vanwege de m net een beetje langer dan eh. Bovendien eindigt het tussenwerpsel zo met een gesloten mond. In die zin is ehm beleefder dan eh.

Nu zijn veel mensen niet geneigd om naar groeiende beschaving te grijpen om nieuwe trends te verklaren, vooral als het gaat om de taal. Liever vermeien we in de gedachte dat er een tijd is geweest dat alles beter was, dat iedereen in fraaie volzinnen sprak en gestaag werkte aan een steeds grotere woordenschat.

Maar de taalwerkelijkheid is anders. Wieling wijst erop dat uit ander onderzoek blijkt dat onze zinnen de afgelopen decennia ook gemiddeld iets langer geworden zijn. De beschaving schrijdt voort, misschien ook in de wijze waarop we aarzelen.

Marc van Oostendorp is taalkundige op het Meertens Instituut. Volgende week is Ewoud Sanders terug van vakantie.