Een ‘geheime VVD-club’ en de nacht van Schmelzer: deze geheimen zijn nu openbaar

Geschiedenis Op ‘Openbaarheidsdag’ maakt het Nationaal Archief jaarlijks geheime documenten openbaar. Dit jaar documenten over onder andere de ‘nacht van Schmelzer’ en de Bijlmerramp. Een kleine selectie.

Prins Bernhard voor Paleis Soestdijk in 1964. Foto Hollandse Hoogte

Zondag vlaggen halfstok

Wel of niet de vlag halfstok op zondag. Dat is de grote kwestie tijdens de vergadering van de ministerraad op 9 oktober 1992, vijf dagen na de Bijlmerramp, toen een vliegtuig van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al was neergestort op twee flats in de Amsterdamse Bijlmer. Hierbij waren 43 mensen om het leven gekomen.

De nu vrijgegeven notulen geven een aardig inkijkje in wat de ministers destijds, onder leiding van premier Ruud Lubbers, na de ramp het meeste bezig hield. Er was bezorgdheid over het aantal slachtoffers, en ook over de hulpverlening.

Maar de meeste discussie wekte toch de vraag of je in Nederland wel of niet op zondag de vlag halfstok mag hangen, tijdens de herdenking van de slachtoffers. Lubbers stipuleert dat het halfstok vlaggen op zondag „niet gebruikelijk” is; vicepremier Wim Kok antwoordt dat de vlaggen wél halfstok hangen als de jaarlijkse dodenherdenking van 4 mei op zondag valt. Minister Piet Bukman (Landbouw) geeft aan „dat deze gebeurtenis niet kan worden vergeleken met de jaarlijkse dodenherdenking”. Uiteindelijk suggereert minister Hans van den Broek (Buitenlandse Zaken) de oproep „te beperken tot overheidsgebouwen”. Aldus wordt besloten.

De veelal linksere dan wel meer liberale ideeën van de JOVD zouden via de groep binnen de VVD vertolkt kunnen worden.

De geheime VVD-club

Het moest een ‘pressiegroep’ worden voor het verwezenlijken van politieke idealen binnen de VVD, maar dat doel diende vooral vertrouwelijk te blijven. Net als de namen van de leden van de groep trouwens.

Aldus een notitie uit 1979 van een toen nog 24-jarige Frank de Grave, voorzitter van de JOVD, de liberale jongerenorganisatie die wel sympathie voor de VVD had, maar geen officiële band. De veelal linksere dan wel meer liberale ideeën van de JOVD zouden via de groep binnen de VVD vertolkt kunnen worden.

Oud VVD-voorman en ‘volbloed-liberaal’ Molly Geertsema, toen commissaris van de koningin in Gelderland, vond het maar niets, aldus een brief in zijn persoonlijke archief aan De Grave. Hij noemde het een „bedenkelijk streven” om „als JOVD te gaan fungeren als een soort verzamelpunt van gefrustreerde VVD’ers”. Hij was dan ook, zoals De Grave hem had gevraagd, „bepaald niet bereid” als voorzitter op te treden van het „geheim genootschap”.

Fanmail voor Norbert Schmelzer

„Wijkt niet en houd vast!” „Oprechte dank en vreugde voor de wijze waarop u Nederland verlost hebt van de rode Cals-terreur.” In politiek Den Haag had fractievoorzitter Norbert Schmelzer van de Katholieke Volkspartij (KVP) als snel de bijnaam „Brutus” nadat in oktober 1966 het kabinet-Cals door zijn toedoen was gevallen.

Maar in Schmelzers vrijgegeven persoonlijke archief zitten stapels fanmail in de vorm van lange brieven, kaartjes en telegrammen. Van partijgenoten, volkomen buitenstaanders of bevriende organisaties, zoals de Rooms-Katholieke Bond van Melkhandelaren.

Het was een motie van Schmelzer die voor het kabinet-Cals, dat bestond uit christen-democraten en de PvdA, onaanvaardbaar was. Daarmee was de ‘nacht van Schmelzer’ een feit. De fractievoorzitter van de Katholieke Volkspartij, een van de voorlopers van het CDA, werd als gevolg van zijn optreden dus niet alleen maar bekritiseerd.

Tevens boden briefschrijvers zich aan om zelf minister te worden. „Ik ken het vak. Ik krijg van de Kamers veel zo niet alles gedaan”, schrijft een belastingambtenaar uit Amsterdam.

Een chique afwijzing van een dictator

Ach ja, de Bilderbergconferenties. Zeer geheim waren ze. Grote mannen en een enkele vrouw namen vanaf begin jaren vijftig deel aan deze jaarlijkse conferenties, bedoeld om de vriendschap tussen de westerse volkeren te handhaven en te bevorderen. Onder voorzitterschap van prins Bernhard, met een vanuit Den Haag opererend secretariaat. Zorgvuldig geselecteerde vertegenwoordigers uit Europese landen, alsmede uit de Verenigde Staten en Canada, kwamen jaarlijks op passende locaties bijeen om in alle beslotenheid te discussiëren over waar het met de wereld naartoe zou moeten. Op persoonlijke titel.

Chiquer kun je een land niet afwijzen.

De dinsdag vrijgegeven archieven tonen hoe druk Bernhard en de zijnen halverwege de jaren zestig in de weer waren met het versturen van uitnodigingen, het omzichtig manoeuvreren om niemand voor het hoofd te stoten.

Na een geslaagde bijeenkomst in 1963 in het Franse Cannes werd een uitnodiging ontvangen van Portugal; dat land zou de conferentie in 1964 graag binnen de grenzen halen. Wilde de regering in Lissabon onder leiding van dictator Salazar daar goede sier mee maken? Zou wellicht de Bilderbergbeweging in diskrediet kunnen worden gebracht door de suggestie dat men zich wel kon vinden in met name de koloniale politiek van de Portugezen in Afrika?

Prins Bernhard weet raad. Hij stuurt een brief naar Portugal, waarin hij het „genereuze aanbod” roemt en meldt dat het organiserende comité graag naar Lissabon had willen komen, „ondanks zekere aarzelingen van louter politieke en electorale aard”, maar dat men toch voor een locatie in De Verenigde Staten kiest, aangezien men al twaalf keer in Europa bijeen is gekomen en pas twee keer in „De Nieuwe Wereld”. De keuze voor Amerika doet niets af aan de grote „appreciatie” voor het Portugese aanbod, aldus de prins. Chiquer kun je een land niet afwijzen.

Uit vele stukken van overheidswege spreekt een behoedzaamheid die elke diplomatie kenmerkt, maar die in enkele gevallen schrijnend overkomt. Zoals de correspondentie van de regering in ballingschap in Londen, wanneer die in de eerste maanden van 1941 tracht een verzetsheld van een executie door de Duitse vijand te redden.

Het gaat om luitenant-ter-zee Lodo van Hamel, die als eerste geheim agent van Engeland boven Nederland was gedropt. Hij had een verzetsnetwerk opgezet en was erin geslaagd een radioantenne in Den Haag te plaatsen waarmee berichten konden worden verzonden. Hij werd opgepakt door de Duitsers en ter dood veroordeeld.

In de gisteren vrijgegeven archieven zitten onder meer lijsten van Duitse krijgsgevangenen die de regering in Londen met tussenkomst van Zweden maar al te graag wil ruilen tegen Van Hamel, maar ook zijn er telegrammen te vinden waarin zijn terechtstelling, na afwijzing van een gratieverzoek, wordt gemeld.

„Verneem uit Bern dat persoon genoemd [...] zou zijn geëxecuteerd gelief onderzoeken sein resultaat”

aldus een kattenbelletje van minister van Buitenlandse Zaken, Van Kleffens, van 27 juni. De verzetsheld was elf dagen eerder doodgeschoten.

Ook een andere opgepakte verzetsstrijder, Jan Doornik, kon niet van de terechtstelling worden gered. Een voorstel tot uitwisseling kwam „helaas niet voor onderzoek in aanmerking”, aldus een bericht aan de regering.