Ramptoeristen aan de oevers van de kwetsbare Maas

Aanvaring stuw Eén enkele aanvaring en de Maas stroomt leeg. Twee handhavers van Rijkswaterstaat zijn druk met nieuwsgierig publiek. En met schatgravers, gewapend met metaaldetectors.

Foto boven: Jurjen van der Niet (met bril) en Albrecht Hollen, handhavers bij Rijkswaterstaat. Foto linksonder: woonboten bij Heijen. Foto rechtsonder: belangstellenden in Mook. Foto’s Merlin Daleman

Vanuit de lucht, vanaf het water en op het land probeert Rijkswaterstaat met man en macht de problemen op te lossen die zijn ontstaan nadat donderdagavond een schip de stuw bij Grave had geramd en het water in rap tempo uit de Maas verdween. Maar daarnaast krijgt de organisatie te maken met schatgravers en ramptoeristen.

In het Noord-Limburgse Mook bekijkt handhaver en opsporingsambtenaar van Rijkswaterstaat Jurjen van der Niet met collega Albrecht Hollen het toegangswater richting de Mookerplas. Gewapend met een notitieblok en een tablet, een zwemvest om de nek, inspecteren de mannen de oever. De veiligheidshelmen zijn in de auto gebleven. „Wat kan er hier uit de lucht vallen”, zegt Van der Niet tegen zijn collega.

Er is nog een klein stroompje met snel weglopend water over. Van der Niet probeert een autoband uit het slijk te trekken, er steekt een aanhangwagen half uit de klei.

Nooit eerder zagen de handhavers het water zo laag staan. „We kijken of we olie zien en of er vervuiling is. Er kunnen nu ook dingen gaan lekken. Wat normaal onder water verscholen zit, zoals deze aanhangwagen, wordt door een speciale dienst opgeruimd.”

Kwetsbaarheid

Volgens Rijkswaterstaat is sinds de opening van de sluis in Grave in 1928 geen calamiteit gebeurd als de aanvaring van donderdag. Maar hoe zeldzaam ook, het toont wel de kwetsbaarheid van de infrastructuur. De scheepvaart in de Maas is afhankelijk van zeven stuwen die het waterpeil gelijk houden. Die zijn nodig vanwege het hoogteverschil tussen Limburg en de rest van Nederland en de wisselende hoeveelheid water in de rivier, die wordt bepaald door de hoeveelheid neerslag.

De handhavers, Rijkswaterstaat heeft er landelijk veertien in dienst, hebben op dit moment vooral hun handen vol aan alle ramptoeristen. Op de kade van Mook plaatst een dienst van de gemeente hekken, zodat kinderen niet langer via de stenen aan de oever naar beneden klauteren. „Ik ben ook al mensen met metaaldetectors tegengekomen”, zegt Van der Niet. „Die zoeken in het slijk naar waardevolle spullen, maar je zit hier zo hartstikke vast.”

Maandag heeft hij twee mensen weggestuurd die naast de kapotte stuw in Grave stonden. „Ze waren over de reling geklommen en naar beneden gegaan om daar te kijken.” Op een dergelijke actie staat een boete van 500 euro. Van der Niet: „Het zijn trouwens altijd mensen uit de buurt die bij hun stuw willen kijken, ik hoor het aan het accent. We hebben er nu een beveiliger neergezet.”

Ook in Heumen, waar een provisorische pomp water het Maas-Waalkanaal in pompt, stond maandag een mensenmassa te kijken. „Ze stonden naast de hoogwerker aan de rand van de sluis . Van der Niet: „ ‘Ik let wel op’, zeggen ze dan, ‘het is mijn verantwoordelijkheid.’ Maar dat is het dus niet. Hier is het onze verantwoordelijkheid. Mensen betreden ons terrein, daarom mogen wij proces-verbaal uitschrijven. Wij hebben zelf als protocol dat we altijd een zwemvest, veiligheidshelm en veiligheidsschoenen dragen in dit gebied.” Collega Hollen vult aan: „We hebben veiligheid hoog in het vaandel staan.”

Afzetlinten

Van der Niet heeft maandag afzetlinten gespannen in de buurt van de sluis. Een ingehuurde beveiliger houdt net als in Grave het publiek op afstand. Toch moet Van der Niet aan de andere kant van de sluis nog een wandelaar met camera en hond wegsturen. „Die komt hier uit de buurt dus die wist nog een binnenweggetje waar hij langs kon.” Van der Niet geeft het informatienummer van Rijkswaterstaat aan de man door. „We moeten dezer dagen ook veel aan voorlichting doen. Mensen willen weten wanneer het water weer gaat stijgen en waar ze met hun schadeclaims naartoe moeten.”

Lees en bekijk ook de fotoserie: Kijken hoe de Maas leegloopt

Normaal zou Van der Niet nu baggerprojecten bezoeken en langs gaan bij overslagbedrijven langs de rivier. De aanvaring in Grave heeft ervoor gezorgd dat hij zijn planning compleet heeft moeten omgooien. Nu is hij met de directeur-generaal van Rijkswaterstaat per helikopter over het getroffen gebied gevlogen. Hij heeft foto’s gemaakt van de stenen langs de oever achter de stuw bij Sambeek, waar het water nu met volle kracht uit spuit. „Specialisten moeten beoordelen of er gevaar is dat die stenen losraken en op een andere plek schade kunnen aanrichten.”

Ook is er uit de helikopter naar de situatie in het Maas-Waalkanaal gekeken. Maar de meeste tijd gaat vooralsnog zitten in het tegenhouden van nieuwsgierig publiek. „Dat dit ongeluk zich in de kerstvakantie heeft voorgedaan, is wat de scheepvaart betreft een voordeel omdat er weinig schepen onderweg waren. Het nadeel is dat er extra veel mensen op afkomen.”