Opinie

Radicaal advies om te stoppen met adoptie mist grond

De vraag naar adoptiekinderen zou het aanbod opstuwen. Maar daarvoor is geen bewijs, meent emeritus hoogleraar Jeugdbescherming . “In elk geval is het aantal geadopteerde kinderen enorm afgenomen.”

Adoptiekinderen uit Haiti komen in 2010 aan op vliegbasis Eindhoven. Ruim honderd kinderen arriveerden tegelijkertijd, na een aardbeving in Haïti. Foto ANP / Ed Oudenaarden

Op 2 november publiceerde de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) een advies om te stoppen met de adoptie van kinderen uit het buitenland. Kinderen zouden alleen nog in het land van herkomst moeten worden opgevangen. Het kabinet had de RSJ gevraagd om een advies over een toekomstbestendig adoptiestelsel, maar de Raad vindt dat er te veel mis is met adoptie om ermee door te gaan.

Lees ook: Zes vragen over internationale adoptie

Met dit onverwachte, radicale advies heeft de RSJ adoptiekinderen en -ouders, jong en oud, en iedereen die betrokken is bij adoptie overvallen en geshockeerd. Adoptiegezinnen hebben het moeilijk met deze harde opstelling. Het regende vragen van verontruste aspirant-adoptieouders aan het ministerie van V&J, de Raad voor de Kinderbescherming en organisaties op het terrein van adoptie over de gevolgen voor hun procedure en of het nog zin had om een procedure te starten of daarmee door te gaan. De afgelopen weken is echter duidelijk geworden dat de RSJ niet alleen een harde, radicale visie heeft gepresenteerd, maar ook dat de argumentatie op cruciale punten ondeugdelijk is. Twee voorbeelden.

Zo speelt in de kritiek van de RSJ de notie van ‘aanzuigende werking’ van internationale adoptie een belangrijke rol. De vraag naar adoptiekinderen in rijke landen als Nederland zou het aanbod van potentiele adoptiekinderen uit arme landen opstuwen. Een blik op de cijfers maakt echter duidelijk dat de werkelijkheid er heel anders uitziet. Terwijl de vraag naar adoptiekinderen vanuit de welvarende landen zeker niet is gedaald, is het aantal adoptiekinderen wereldwijd (net als in Nederland) over de afgelopen tien jaar juist enorm afgenomen. Zo leven er volgens officiële bronnen in China ruim 600.000 weeskinderen; dat aantal blijft stijgen en vermoedelijk ligt het werkelijke aantal nog veel hoger. Tegelijkertijd is het aantal Chinese kinderen dat door buitenlanders is geadopteerd over de afgelopen tien jaar gedaald van 13.418 naar 2.774. Voor Rusland wordt geschat dat het aantal kinderen dat als weeskind opgroeit de laatste tien jaar is gestegen van zo’n 700.000 naar 800.00. Intussen is het aantal interlandelijke adopties vanuit Rusland spectaculair afgenomen van 9.453 naar 458! In Oekraïne is het aantal wezen de afgelopen jaren gestegen tot meer dan 100.000, maar het aantal adopties is tussen 2004 en 2014 gedaald van ruim 2000 naar 561. Gegeven deze trend is de notie van ‘aanzuigende werking’ ronduit misleidend.

Onze redacteur Anouk Eigenraam werd op haar tweede geadopteerd en bezocht vorig jaar voor het eerst haar biologische familie in Zuid-Korea. Lees haar verhaal hier: Een heel leven waarin ik ontbreek

Opgroeien in een tehuis is schadelijker

Ook wordt een vertekend beeld gegeven met de stelling dat het welzijn van adoptiekinderen te lijden kan hebben onder onveilige gehechtheid. Uiteraard kan het ondanks de extreem strenge selectieprocedure van adoptieouders in ons land een enkele keer misgaan en komt er soms spijtig genoeg een weinig duurzame affectieve relatie tussen adoptiekind en -ouders tot stand. Grootschalige, imposante meta-analyses van Leidse adoptie-onderzoekers – internationaal toonaangevend op het terrein van het gehechtheidsonderzoek – laten daarentegen zien, dat vrijwel alle adoptiekinderen erin slagen om zich veilig te hechten binnen het adoptiegezin. Dit proces gaat gelijk op met een opvallend gezonde ontwikkeling op elk gebied, van sociaal-emotionele tot cognitieve ontwikkeling en van lichamelijke ontwikkeling tot schoolprestaties. Nauwkeurige comparatieve casestudies bevestigen dit beeld. Terwijl talloze studies de schadelijke effecten van opgroeien in een tehuis hebben laten zien, is er sterk en overtuigend bewijs dat adoptie juist als een effectieve interventie moet worden beschouwd.

Lees hier het verhaal van Hille Takken, die één kind adopteerde: Hoe paternalistisch, dat adoptieadvies

Het is een feit dat er dubieuze adoptiepraktijken voorkomen. De vraag van het kabinet aan de RSJ was dan ook om mede in dat licht een advies te geven over de meest verantwoorde aanpak aan de hand van vier scenario’s die eerder dit jaar zijn opgesteld door onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix.

Ido Weijers bekleedt sinds 1 juli 2011 de bijzondere, interdisciplinaire leerstoel Jeugdbescherming, ingesteld vanwege de Raad voor de Kinderbescherming en gevestigd aan de Faculteit Sociale Wetenschappen (Pedagogiek) en de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie (Willem Pompe Instituut) van de Universiteit Utrecht.

De RSJ voelde daar echter niet voor en presenteerde een eigen politieke visie op internationale adoptie. Staatssecretaris Dijkhoff liet de Tweede Kamer weten dat hij begin volgend jaar met een reactie op het advies wil komen. Het is te hopen dat kabinet en parlement binnenkort krachtig afstand nemen van het voorstel om te stoppen met internationale adoptie. De RSJ presenteert dit als ‘ideaal scenario’, maar wie gelooft er nou echt dat de miljoenen weeskinderen in genoemde landen en elders, veelal zonder perspectief en abominabel en onveilig gehuisvest in overvolle tehuizen, daarmee iets opschieten?

Wie werkelijk geeft om kinderen en zich bekommert om hun welzijn zoekt naar praktische, minder ‘ideale’ oplossingen. Die reageert zoals Omroep West-hoofdredacteur Renzo Veenstra, vader van vier adoptiekinderen: „Veel van deze kinderen hebben in hun land van herkomst geen toekomst. Als je in zo’n tehuis tweehonderd kinderen ziet, allemaal zonder ouders … dan zou je ze alle tweehonderd willen meenemen. Je moet die kinderen toch een alternatief bieden? Dan is adoptie misschien de minst slechte optie.”