Opinie

Nederland, ik vluchtte juist voor homofoben

Opinie Medewerkers van azc’s zijn homovriendelijk, ervoer , maar ze laten agressors wel hun gang gaan.

Een 25-jarige Iraanse vluchteling ligt als oud vuil op de vloer, in een plas van zijn eigen bloed. In september vorig jaar werd hij – op zijn verjaardag – neergestoken door een medebewoner van het asielzoekerscentrum in Bellingwolde. Een foto ervan circuleert op internet. Mijn ogen prikken en worden vochtig, maar mijn hart is koud. Het beeld verkilt me.

Ik zie mezelf in hem. Onlangs werd duidelijk dat de steekpartij vermoedelijk niet om drugs draaide, zoals eerder gesteld, maar antihomogeweld betrof. Ruim een jaar geleden kwam ik als homoseksuele vluchteling in Nederland aan. Ik werd in Zwolle geplaatst, in voor mij erbarmelijke omstandigheden: een ruimte waarin 500 Syrische vluchtelingen werden gepropt. De Syriërs zijn geen vreemden voor mij. Het zijn mensen met wie ik ben opgegroeid. Maar voor deze mensen ben ik ook gevlucht, omdat ik bang was dat ze me om mijn geaardheid niet zouden accepteren en mij uiteindelijk vermoorden.

Daar in het treurige Midden-Oosten kon ik mij nog afzonderen. In Zwolle zat je de hele dag op elkaars lip en stelden ze je steeds vragen over je afkomst en identiteit. Met het kleine beetje kracht dat je nog over hebt, probeer je deze mensen te ontlopen. Je bent bang dat ze aan je identiteit twijfelen, dat ze je zien als seksobject of zelfs bereid zijn om met jouw bloed als martelaar te willen sterven. Jouw leven is voor hen niet meer waard dan de steek van een mes.

Mijn homoseksualiteit heb ik, net zoals die Iraanse vluchteling, met mij meegebracht uit het Midden-Oosten. Het is met mij mee gevlucht. Die homoseksualiteit maakt me gevoelig. Iedereen kan dit zien als ze goed in m’n ogen kijken. Deze gevoeligheid zit in mijn bloed, mijn karakter, mijn alles. Je probeert het te verhullen door voor anderen aardig te zijn, ze hun zin te geven en door wederom te vluchten. Dit heeft de Iraniër vermoedelijk ook geprobeerd, maar hij is er niet in geslaagd. Nu ligt hij daar, neergestoken in Bellingwolde.

Als rozen op een graf

Je bent hier in Nederland onder gezag en toezicht van de Nederlanders. Het zou niet zo mogen zijn, maar met eigen ogen kan ik zien dat kwetsbare vluchtelingen worden achtergesteld bij vluchtelingen met de grootste mond. Zij weten precies hoe ze zich moeten gedragen om hun zin te krijgen. Hier in Nederland moet eerst iets ergs gebeuren voordat er actie wordt ondernomen. De actie is dan, uiteindelijk, dat de zwakkere vluchtelingen verplaatst worden als uitschot.

Door het COA wordt dit als een perfecte oplossing gezien. Met hun uiterst vriendelijke glimlach proberen COA-mensen zwakkere vluchtelingen te troosten, zodat zij de slechte omstandigheden accepteren en verder zwijgen. De Iraanse homoseksuele vluchteling heeft vast ook veel van die gratis glimlachjes ontvangen. Het heeft hem misschien gerustgesteld en de angsten uit zijn verleden laten vergeten. Misschien zag hij dit lachen als waarheid. Maar die glimlach is net zo waardevol als rozen op een graf – voor de doden betekent het niets.

Hij had nooit gedacht dat hij hier in Nederland als homoseksueel door de ander nog steeds als oud vuil zou worden gezien, en dat hij een nummer bij de Nederlandse instanties zou zijn. Hij dacht waarschijnlijk dat hij, door open te zijn over dit onderwerp, een streepje voor zou hebben wat zijn veiligheid betreft. In zijn eigen land is homoseksualiteit gevaarlijk. Maar er is geen verschil met dit land van de vrijheid, waar hij nu in zijn eigen bloed zwemt terwijl een ander een foto van hem maakt. Misschien is de maker van de foto wel een van die mensen met een glimlach. Deze foto wordt nu gebruikt als campagne om homofobie en homorechten aan te snijden. Dit alles had de Iraanse vluchteling nooit gedacht. Maar dit is en blijft wel in mijn gedachten, elke dag.

Opnieuw eenzaamheid en afzondering

Na het sluiten van het ellendige kamp in Zwolle en na mijn jaar in Dronten is er in werkelijkheid niets veranderd. Niets in mijn angst en pijn. Er zijn nog steeds twijfels en vragen over identiteit en afkomst. Die dwingen me opnieuw te kiezen voor eenzaamheid en afzondering. Vluchtelingen uit het Midden-Oosten hebben veel manieren om hun homofobie te uiten zodat ze kunnen laten zien dat zij echte mannen zijn in het bijzijn van anderen.

In mijn azc in Dronten is een bungalow voor homoseksuele vluchtelingen die de moed hebben om te kiezen voor openheid. Ik heb vernederingen ervaren omdat ik me afzonder. Mijn bed is ondergeplast door een kamergenoot. Ik droeg een regenboogarmbandje en mijn kamergenoot vroeg me dit af te doen. Als ik dat niet zou doen, dan zou hij me weleens even nemen. Uit angst heb ik het afgedaan. Dit alles wordt niet gemeld bij het COA. Het is onmogelijk, omdat uit ervaring blijkt dat de COA-mensen je vragen de grotere groep te accepteren zoals die is.

Of we nu open zijn over onze geaardheid of niet, het brengt geen verandering in een situatie die we juist probeerden te ontlopen. Het geeft ons geen waardig leven en redt ons niet van geweld. Uiteindelijk is er geen verschil. Het helpt niet om het bloedvergieten te stoppen, en er is geen verschil tussen de waarde van ons bloed in Syrië of Nederland.