‘Mighty Mike’ weerstaat de druk

WK Darts

Darter Michael van Gerwen (27) is voor de tweede keer wereldkampioen geworden van de belangrijkste dartbond: PDC.

Foto’s AP/Steven Paston

Of meneer even een shirt aan wil trekken. De dartsfinale in het Londense Alexandra Palace moet maandag nog beginnen, als een jongen bij de ingang door een beveiliger verzocht wordt iets aan te trekken onder de ochtendjas die hij draagt. In een zaal vol alcoholdamp, waar volwassen mannen in onder meer Tiroler-outfits, jurkjes en superheldenkostuums gekleed gaan, ging dit dan toch te ver. Veel dartsfans kunnen doorgaan voor potentiële streakers, maar het is uiteindelijk een man in een keurig pak die de beveiliging tegen het einde van de WK-finale te slim af is. Hij weet op het podium te komen, de beker weg te grissen en deze een paar seconden omhoog te houden.

Achteraf bezien was het eigenlijk het verrassendste moment van de avond. Dat Michael van Gerwen degene was die écht de trofee omhoog zou mogen houden, was dat niet. Vooral niet voor de 27-jarige Brabander zelf. Zijn jaar van ongekende dominantie, het jaar waarin hij 25 toernooien won, meer dan ooit iemand deed, eindigde met de enige prijs die daar nog bij moest: de wereldtitel, zijn tweede. De man op het podium was niet gevaarlijk hoor, verzekerde hij achteraf lachend. „Ach, hij zei dat hij me de trofee alvast wilde geven. Vond ik wel lief. Maar ik wilde hem toch liever zelf winnen.”

En dat deed hij, onder de grootst mogelijke druk. Druk die hij vrijwel uitsluitend zichzelf oplegde, omdat niemand anders dat deed. Hij is beter dan iedereen. Als hij het WK niet had gewonnen, zo zei hij vooraf, dan was dat een „ramp” geweest. Als je onder dergelijke druk niet bezwijkt, ben je de terechte wereldkampioen.

Dat vond ook zijn tegenstander Gary Anderson. Vooraf al. Het maakte niet uit dat de Schot het WK de afgelopen twee jaar had gewonnen. Als iemand de titel verdiende op basis van wat hij in 2016 had laten zien, dan was het Van Gerwen. Die deed tegen Anderson dan ook wat hij een dag eerder tegen Raymond van Barneveld deed: hij haalde het beste uit zijn tegenstander, liet het bijna ‘lijken’ op een spannende wedstrijd, en knalde er vervolgens in een machinaal tempo overheen.

Ik ben als ‘de Messi’ van het darts

Van Gerwen doet momenteel voor het darts wat legende Phil Taylor – zestienvoudig wereldkampioen – ooit deed, maar dan met een veel sterkere groep concurrenten om zich heen. Van Gerwen vergeleek Taylor in een interview met The New York Times recent met Maradona en zichzelf met Messi. „Ik denk dat de Messi van nu twintig keer beter is dan de Maradona van toen”, zei hij tegen de krant. Ook maandag zei hij het weer: „Taylor is de grootste darter ooit, ik de beste. Ik presteer dingen die hij nooit heeft gepresteerd.”

Dankzij Van Gerwen leeft het darts de afgelopen jaren weer zoals het in de jaren 90 deed, toen Van Barneveld (‘Barney’) het voor elkaar kreeg dat 4 miljoen mensen zagen hoe hij zijn eerste wereldtitel pakte en de Britse hegemonie in de sport doorbrak. Maandag keken 2,1 miljoen Nederlanders naar de WK-finale, ongekend hoog naar huidige maatstaven.

Of je darts nu – zoals sportminister Edith Schippers – als topsport beschouwt of niet, Michael van Gerwen leeft in ieder geval als echte topsporter. Die speelt alles en overal, ziet vrienden en familie amper, alles moet wijken. Iets waar ‘Barney’ tot op de dag van vandaag moeite mee heeft.

„Ik heb er veel voor opgegeven, dat moeten mensen beseffen, ja”, zegt Van Gerwen achteraf. En hij is niet van plan dat te minderen. Misschien daarom ook dat hij zijn vrouw Daphne na wedstrijd huilend in de armen valt, emotie die hij maar zelden toont. Ongetwijfeld ook omdat hij de druk nu kwijt is.

Halverwege zijn persconferentie krijgt Van Gerwen een telefoon in zijn handen gedrukt. Premier Rutte. Van Gerwen antwoordt hem wat ongemakkelijk, alsof hij een kleinzoon is die door zijn oma wordt gefeliciteerd met een goed rapport. „Dank u wel, meneer. Ja, meneer. Dank u wel.” Wat hij hem zei? „Hij vroeg me of ik tien jaar geleden had kunnen bedenken dat ik twee keer wereldkampioen zou worden. En of ik wist dat er nu waarschijnlijk 2 miljoen mensen hadden gekeken.” Hij glimlacht. „Ja, dat is natuurlijk leuk om te horen. Het is toch een machtige man, het is fijn die erkenning te krijgen.”

    • Frank Huiskamp