Leren liefhebben

Een boek dat ik miste op de door recensenten samengestelde lijstjes van beste boeken van het afgelopen jaar was Brieven uit Genua van Ilja Leonard Pfeijffer. De afwezigheid viel me op omdat het boek voor mij een bijzondere leeservaring was, te danken aan een begenadigd stilist en inmiddels een van onze belangrijkste schrijvers.

Brievenboeken zijn voor de lezer een veeleisend genre, hij moet zich steeds weer opladen voor een nieuw epistel – ik ben dan ook in menig brievenboek blijven steken. Brieven uit Genua, nota bene een pil van 750 bladzijden, bleef ik lezen alsof het een boeiende roman was; dat ís het in zekere zin ook. Het is geen traditioneel boek met brieven die de schrijver nogal willekeurig heeft samengebracht.

De 48-jarige Pfeijffer brengt zijn leven-tot-nu-toe in kaart via brieven die hij vanaf 2012 schreef met het vooropgezette doel ze te publiceren. Hij schreef ze aan een voormalige geliefde (de vrouw die hem naar Genua bracht), zijn moeder, zijn familie, officiële instanties, ‘Europa’ en aan zichzelf.

Zo schiep hij voor zichzelf de ruimte om op een persoonlijke, openhartige manier over een breed scala van onderwerpen te schrijven: zijn jeugd, zijn studie in Leiden, zijn uitgaansleven, zijn ontmoetingen met collega-schrijvers (o.a. Komrij, Wieringa, Vegter), literaire evenementen, zijn financiële positie, een lunch met de koning, zijn ervaringen als vechtsporter, zijn gevarieerde liefdesleven, de migratie naar Europa en natuurlijk veel over Italië, vooral zijn woonplaats Genua.

Al die beschrijvingen zijn gelardeerd met fraaie, soms hilarische anekdotes, zoals die over de jaloerse Leidse wetenschapper die een collega met een doorgeladen pistool bedreigt. „Studenten doken weg achter archiefkasten.”

Een normaal brievenboek eindigt op een min of meer toevallig tijdstip – vaak dat van de dood – maar Brieven uit Genua heeft een grote verrassing in petto. Hier is sprake van enig literair keepersgeluk, heb ik begrepen.

Pfeijffer lijkt een groot deel van het boek een zelfingenomen man – een houding of karaktertrek die hem nogal eens kwalijk wordt genomen. Mij hindert het niet; zonder grote ego’s zou er weinig grote literatuur bestaan. Brieven uit Genua krijgt een des te opmerkelijker wending als Pfeijffer de schaduwkant van zijn met alcohol doordrenkte bohemienleven toont. Stella, een nieuwe liefde, wijst hem op het gevaar van zo’n bestaan, en met succes, want hij wil deze bijzondere vrouw niet verspelen.

Aan Humo vertelde Pfeijffer onlangs: „De waarheid is soms te ongeloofwaardig om ze op te schrijven, maar zo is het echt gegaan. Met mijn literaire timmermansoog besefte ik dat het boek een wending nodig had. Maar ik mocht niks verzinnen, ik moest die spectaculaire wending in het echt meemaken. En dat gebeurde dus. Pas geleidelijk ben ik gaan inzien dat niet mijn boek maar mijn leven behoefte had aan die verandering: de drank stond mijn eigen ontwikkeling in de weg.”

Pfeijffer wijdt aan die afloop enkele zeer lyrische pagina’s – de lyriek van een nog steeds verliefde man, die gelukkig ook nog blijft schrijven als de beste. „Ik wil leren liefhebben”, schrijft hij. „Ik moet nog zoveel leren. Ik wil leren dat liefhebben eenvoudig is als één enkel woord en het woord is ja.”

    • Frits Abrahams