Ook leren van je fouten moet je leren

Durven falen

Leren van je fouten, dat kun je volgens alleen wanneer je je open opstelt. Open voor kritiek van anderen, voor de werkwijze van anderen én voor andermans vooroordelen.

Een faalworkshop aan het Instituut voor Faalkunde van Remko van der Drift in Utrecht. Foto Gino Kleisen

Ook leren van je fouten moet je leren. Gelukkig heb ik het vallen en opstaan mogen beoefenen tot op postacademisch niveau. Van 2003 tot en met 2010 deed ik naast mijn werk als schrijver en trainer promotieonderzoek naar gedragsverandering binnen bedrijven. Er zijn weinig projecten geweest waarin ik zo veel fouten heb gemaakt én tegelijkertijd zo veel heb geleerd. Uit een lange reeks waardevolle missers presenteer ik met trots drie hoogtepunten.

Lees ook de nieuwjaarscolumn van Ben Tiggelaar: Innoverend innoveren, graag

Eerste hoogtepunt: te lang wachten met het eerlijk voorleggen van mijn werk aan kritische vakgenoten

Toen ik aan mijn promotieonderzoek begon was ik al zo’n tien jaar afgestudeerd. Ik sloot me daarom via de Vrije Universiteit aan bij een clubje buitenpromovendi – promovendi die geen aanstelling hebben bij een universiteit. Elk kwartaal bespraken we onze voortgang en probeerden we zo van elkaar te leren. De anderen waren in mijn ogen veel verder en bovendien veel slimmer dan ik. In plaats van eerlijk feedback te vragen op mijn ideeën deed ik vooral mijn best te laten zien dat ik er ook bij hoorde. In plaats van opbouwende kritiek te vragen, zocht ik vooral applaus.

Daar leer je natuurlijk geen donder van. Het duurde meer dan een jaar voordat ik daadwerkelijk mijn twijfels, vragen en zorgen durfde voor te leggen aan mijn begeleiders en mijn collega-promovendi. En pas toen lukte het bijvoorbeeld mijn probleemstelling echt scherp te krijgen.

Mijn les daaruit? Wacht niet met het vragen om feedback tot je zelf tevreden bent over je werk. Draai het helemaal om: zorg dat je zo snel mogelijk je werk laat evalueren en bekritiseren. Dat doet pijn. Maar het is onvermijdelijk. Hoe langer je wacht, des te hoger wordt de drempel om je kwetsbaar op te stellen en echt goed werk te leveren. Tegenwoordig deel ik mijn plannen en probeersels rond nieuwe artikelen, boeken en seminars al in het beginstadium. Soms pijnlijk, altijd effectief.

Tweede hoogtepunt: denken dat je binnen een paar dagen begrijpt wat er speelt binnen een organisatie

Ik zou een experiment doen bij luchtvaartmaatschappij KLM. Ik sprak met een groot aantal werknemers , nam verschillende rapporten door en liep een paar dagen en nachten mee met een team van monteurs. Mijn hoofdvraag was (kort samengevat): wat kun je doen om het werk van deze groep technici meer kwaliteit te geven?

Eén observatie sprong eruit. Bij Japanese Airlines moesten de monteurs het vliegtuig officieel overdragen aan de piloten. De andere maatschappijen hadden dit officiële gedeelte afgeschaft, de Japanners niet. De kwaliteit van het werk lag bij de Japanners duidelijk hoger.

Dus voerden we bij KLM de formele overdracht opnieuw in, voor een deel van de monteurs althans. Zo konden we het verschil meten ten opzichte van de collega’s die het niet deden. Goed idee, toch?

Helaas. Ik had een essentieel punt gemist. De vaak weinig vriendschappelijke verhouding tussen de Nederlandse piloten en de technici. We hadden beide partijen weliswaar geïnformeerd, maar in plaats van zo’n mooie Japanse ceremonie ontstonden er gaandeweg vervelende discussies. ‘Wat doe jij hier nog’, of: ‘Heb je niets beters te doen?’, werd er gezegd.

Mijn les? Praten, studeren, en vooral observeren helpt. Je ziet en hoort dingen die managers níét weten. Maar ik had de monteurs zelf veel meer om raad moeten vragen, van hun werk wist ik niets. Als ik nu een seminar verzorg binnen een bedrijf, ga ik er standaard van uit dat er talloze dingen spelen waarvan ik niet eens weet dat ik ze niet weet. En dat betekent: veel vragen stellen en niets zomaar aannemen.

Derde hoogtepunt: denken dat de wereld voor je open ligt als je eenmaal doctor bent

Over dit laatste punt kan ik vrij kort zijn. Bij veel bedrijven zit men niet te wachten op gepromoveerde types. Ze worden gezien als luchtfietsers en betweters, die het werk vaak nodeloos vertragen. Bovendien, zei een goede vriend van mij grijnzend, je kunt met een beetje zoeken op Google altijd wel een onderzoek vinden dat jouw gelijk bevestigt. En dan kun je weer door.

Ik spreek regelmatig mensen die ook willen promoveren naast hun gewone baan. Voor hen heb ik twee adviezen. Kies allereerst een onderwerp uit dat je zó leuk vindt dat je – als de rest van de wereld naar bed gaat – met plezier nog twee of drie uurtjes aan het werk gaat. En verder: doe het niet voor lof en eer, maar doe het voor jezelf. Doe het om vakinhoudelijk beter te worden en wijzer als mens.

In een boek van managementexpert Tom Peters had ik weleens gelezen dat je middelmatige successen moet bestraffen en excellente mislukkingen moet belonen. Dáárin zit namelijk de vooruitgang. Om dat vervolgens ook genadeloos toe te passen op jezelf, is verdraaid moeilijk. Maar uiteindelijk heb ik mijn promotie-avontuur als louterend ervaren. Al schrijvend reflecteerde ik op wat ik allemaal had geleerd. En door het later nog eens terug te lezen, realiseerde ik me telkens hoe waardevol een lerende houding is. Alleen zo leveren fouten je ook wat op.