Recensie

Jodorowsky, gekker dan ooit

Als filmmaker is Alejandro Jodorowsky steeds een beetje een cultfiguur gebleven. Poesía sin fin is zijn meest toegankelijke film tot nu toe. ●●●●●

Dichteres Stella (Pamela Flores), de verzengende eerste liefde van de jonge Chileense dichter Alejandro Jodorowsky in Poesía sin fin

De Chileense filmmaker, theaterregisseur, schrijver en ‘psychomagiër’ Alejandro Jodorowsky is op zijn 87ste gekker dan ooit. Hij werd geboren in dezelfde tijd waarin André Breton zijn surrealistische manifesten publiceerde, en misschien zou je hem de laatste zoon van die kunststroming moeten noemen.

Als filmmaker is hij steeds een beetje een cultfiguur gebleven, door zijn psychedelische splatterwestern El topo (1970) en de fantastieke hippie-eredienst The Holy Mountain (1973). Toch verdient hij het om met de serie autobiografische films die hij sinds La danza de la realidad (2013) aan het maken is door te breken naar een groter publiek. Poesía sin fin (Eindeloze poëzie) is de tweede in wat een reeks van vijf moet worden, en zijn meest toegankelijke film tot nu toe.


Na zijn première op het Filmfestival Cannes in mei vorig jaar werd Jodorowsky al met Fellini vergeleken. Dat is geen woord te veel gezegd. Maar dan wel de Fellini die filmconventies aan zijn laars lapte, de vierde wand doorbrak, heden en verleden als decorstukken in een opzettheater van plaats kon laten verwisselen, en de rol van de kunstenaar op zoek naar de betekenis van zijn leven thematiseerde.

In Poesía ontmoeten we de adolescente Alejandro. Die wordt gespeeld door Jodorowksy’s zoon Adan, terwijl zoon Brontis zijn vader speelt. De regisseur zelf loopt als verteller door zijn eigen leven. En soms zet hij als regisseur de personages op hun plaats.

Voor Jodorowsky is dat meer dan een zelfreflexief trucje. Elke scène is een tijdmachine waarin verschillende tijdlagen uitkristalliseren. Hij ge bruikt daarvoor rekwisieten die door de tijd reizen of van betekenis kunnen veranderen (een doodskist wordt een vioolkoffer), twee-dimensionale maskers en figuren of in zwart geklede ‘toneelknechten’ die decorstukken verplaatsen. Dit is niet alleen een film die laat zien hoe Alejandro dichter wordt, verliefd wordt op de brute, impulsieve dichteres Stella met haar vlammende haren tot zij zijn hart breekt. Maar het is ook een ontroerende coming-of-age. Een teder verhaal over barse ouder-kindrelaties. Een bittere reflectie op de dreiging van het fascisme.

Er gebeurt zoveel in Poesía sin fin, dat je niet op kunt houden al Jodorowsky’s invallen te inventariseren. Elke scène is een stapelwolk vol dromen. Maar dat doet de melancholie en de sereniteit die de film ook kenmerkt eigenlijk onrecht. De film spiraalt en vlindert rondom die ene grote vraag: zijn het de poëzie en de verbeelding die onze blik op de wereld kleuren? Of zijn dichters en fantasten de echte scheppers van de werkelijkheid? Aan het einde van de film gaat Alejandro scheep om in Parijs zijn held Breton te ontmoeten. Ik kan niet wachten!