Recensie

Puurheid en stilte in schitterend indigo

Indigo is maar een tussenkleur, ergens tussen blauw en violet, maar de Schotse schilder Callum Innes zet het hele spectrum ervan neer, van wasblauw tot diepzwart.

Callum Innes, Exposed painting blue Violet (olie op doek, 235×230cm, 2014) Foto Frith Street Gallery

Sereen, diep, mysterieus, heeft indigo al eeuwen een bijzondere betekenis in verschillende culturen. Geoogst van bomen werden en worden er in Centraal-Azië tapijten mee geverfd, oude Egyptenaren gebruikten het om te balsemen, in Groot-Brittannië is indigo verboden geweest om zo de inheemse blauwe kleurstof wede kans te geven.

Hoe mooi indigo is, weet ook de Schotse schilder Callum Innes. Verboden zijn opgeheven en zijn schilderijen met indigo zijn de mooiste die hij op zijn tentoonstelling in De Pont laat zien. Ze zijn eigenlijk weinig meer dan kleurvlakken die titelloos blijven, of die hij vernoemt naar de verfkleuren, indigo, cadmium, titaniumwit, die hij dun over grote doeken uitstrijkt met brede kwasten.

Ontschilderen

De studio van Callum Innes.

Hij gebruikt ook vaak oliepapier, een goedkoop en vettig papier waar hij lagen op aanbrengt die als een dunne film op de ondergrond blijven liggen. Soms dekkend, soms haalt hij ze weg en verschijnt het onderliggende papier weer. ‘Ontschilderen’, zegt een toelichting over zijn techniek waarbij hij soms terpentine gebruikt en dat een verweerd en eeuwenoud gevoel geeft aan zijn toch best jonge werk.

Het werk van Callum Innes is het soort kunst dat je bij voorkeur in een grote hoeveelheid moet zien, en dat kan in De Pont. De expositie combineert zijn vroege oliepapiertekeningen uit de jaren tachtig met aquarellen uit de jaren negentig. Die zijn een ode aan kleur, één vlak of twee die in elkaar verlopen. Hiertussen hangen recenter schilderijen, onder meer met indigo. Composities van twee, drie, hooguit vijf vlakken zijn het. Misschien hebben ze een bepaalde spiritualiteit, misschien ook niet. Het is maar verf natuurlijk.

Dus, wat is er zo mooi aan verf? Of aan dit werk? Het antwoord lijkt te liggen in puurheid en stilte. Waarom dat bij de ene kleur beter werkt dan bij de andere, dat is moeilijk te zeggen. Dat brengt ons terug naar indigo. Hoewel slechts een tussenkleur, ergens tussen blauw en violet in, waarvan het ergens maar raar is dat hij in de regenboog apart benoemd wordt, heeft het een heel eigen spectrum van wasblauw tot diepzwart. Innes zet dat in alle breedte neer.

Lees verder na de foto

Callum Innes werkend aan een muurschildering in De Pont. Foto Peter Cox

De concentratie die uit zijn werk spreekt, wordt bevestigd door de bijna woordenloze documentaire die in de tentoonstelling draait. Daarin zie je hem schilderen. Dunne verf stroomt over het doek omlaag terwijl hij die met brede kwasten in horizontale bewegingen te lijf gaat, als ruitenwissers, tegen de zwaartekracht in.

Dit alles levert een mooie, ingetogen tentoonstelling op. Wat de kunstwerken over de decennia bindt, is dat je er het werkproces, ritme, tijdsverloop, aan afziet. Om oude mystieke kleuren in zulke geometrische eigentijdse kunst te duwen, dat klinkt misschien als een keurslijf. Maar dat is het bij Innes niet. Al die rechthoeken zijn immers ook ingetogen basisvormen, tijdloos dus. Bovendien: strak is het allemaal niet. Tussen kleurvlakken zie je grillige randen, evenals op de zijkanten van de schilderijen, net voorbij de gesso die ook een hoofdrol speelt in de tentoonstelling.

Gesso, een witte grondverf om schilderijen glad te maken, strijkt Callum Innes heel dun op doek of soms recht op de muur. Daardoor ontstaat een wit op wit vierkant, dat hij dunnetjes met minieme potloodlijntjes omkadert. Nu, zo opgeschreven in woorden, is het niets. Maar in de tentoonstelling is het alles.