Ingeburgerd ben je pas als je de test haalt

Integreren

Vluchtelingen moeten hun inburgering zelf organiseren. Slechts de helft haalt op tijd het inburgeringsexamen. Dat ligt niet alleen aan henzelf.

Nederlandse taalles aan vluchtelingen in Amsterdam. Foto’s Maurice Boyer

Abd Altawekji (19) arriveerde op 7 september 2015 in Nederland. Hij komt uit Syrië. Een gesprek voert hij in het Nederlands. Volgend jaar zal hij software science gaan studeren in Eindhoven. Hij woont in Barneveld, heeft een Nederlandse vriendin. Hij is het prototype geslaagde inburgeraar. Maar zoals hij zijn er niet veel.

Als een asielzoeker in Nederland een verblijfsvergunning krijgt, is hij sinds 2013 verplicht zelfstandig binnen drie jaar in te burgeren: Nederlands leren en examens afleggen over de maatschappij en de arbeidsmarkt. En dat moet hij zélf regelen. Iets minder dan de helft van de vluchtelingen die in 2013 waren begonnen met de verplichte inburgering had binnen drie jaar het inburgeringsexamen gehaald, bleek uit cijfers die minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) in oktober bekendmaakte.

Lees ook over het uitzettingsbeleid: Weg ben je pas als je zelf meewerkt

Het ‘inburgeren’ van de asielzoekers die afgelopen anderhalf jaar naar Nederland kwamen, is een van de grootste uitdagingen in 2017. Want in de cijfers van Asscher gaat het om nog geen tienduizend mensen. Vorig jaar vroegen ruim 26.000 asielzoekers asiel aan, inclusief nareizende kinderen en partners. In heel 2015 waren dat ongeveer 57.000 mensen. Vanaf 2017 zullen daarom tienduizenden mensen hun inburgeringsexamen met goed gevolg moeten afronden. Iedereen weet: dat gaat niet lukken.

Het slagingspercentage van bepaalde groepen, bijvoorbeeld vrouwen uit Somalië en Eritrea, blijft achter. Zo’n vijftien procent van de recent gearriveerde asielzoekers komt uit die landen. Zij zijn meestal laaggeschoold. De recente grote groep bestaat vooral uit vluchtelingen. Nareizigers, die doorgaans beter scoren, komen pas later.

In 2013 besloot de overheid dat inburgeren de eigen verantwoordelijkheid moest worden van de migrant: de mensen moeten het zelf regelen. Als de statushouder het verplichte examen niet binnen drie jaar zou halen, zou er een boete van maximaal 1.250 euro volgen. Uiterste sanctie is het intrekken van de verblijfsvergunning, al is dat volgens deskundigen juridisch niet mogelijk.

Steentje bijdragen

Politiek filosoof Tamar de Waal, die promoveert op het inburgeringsbeleid, vreest een mislukking: „Dit beleid werkt ongunstig uit. We creëren een nieuwe onderklasse van bijstandsgerechtigden.” Volgens haar is het inburgeringsbeleid te veel gericht op uitsluiten, in plaats van op insluiten. „Je bent pas Nederlander als je geslaagd bent voor de inburgeringstoets. Dat impliceert dat je er tot die tijd eigenlijk niet bij hoort. En of je op de goede weg bent, merkt de overheid pas na drie jaar. Blijkt de inburgering dan nog niet gelukt, dan hoor je er nóg niet bij en wacht straf.”

Volgens De Waal zou het moeten gaan om de vraag: hoe zorgen we ervoor dat die mensen er over twintig jaar bij horen, een steentje bijdragen aan de samenleving en liefst werk hebben? De Waal: „Natuurlijk moeten die mensen de taal leren, en wat weten over het politieke systeem en de geschiedenis. En dat mag je best verplichten, net als wij ook allemaal verplicht naar school moesten. Maar je kunt het niet eerst verplichten en dan zeggen: jij krijgt geen taalles, want je hoort er nog niet bij. Dat leidt uiteindelijk tot problemen voor de hele samenleving.”

Daarnaast zou de inburgering veel sneller moeten beginnen. Nu zitten asielzoekers vaak maanden, soms meer dan een jaar, in een asielzoekerscentrum. Al die tijd mogen ze niets doen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en tal van deskundigen adviseerden al eerder dat de inburgering veel sneller na aankomst moet starten.

Oefenen

Abd Altawekji zat maanden in een asielzoekerscentrum in Aalden. Zijn kleine kamertje hing vol met briefjes: Stoel. Tafel. Bed. Hij vond het ook vreemd dat het zo lang duurde voordat hij naar school kon, terwijl hij dat graag wilde. Maar hij vindt ook dat vluchtelingen zelf meer moeten ondernemen voor hun inburgering. „Andere Syriërs vragen me vaak hoe het komt dat ik zo goed Nederlands spreek. Dan zeg ik dat ik expres tussen de Nederlanders ben gaan wonen.” Nederlands moet je oefenen, vindt hij. Dus als hij op de bus staat te wachten, zegt hij tegen medereizigers: ‘Lekker weertje vandaag’. Nederlanders kunnen ook wat meer doen, vindt Abd. Hij zit dagelijks lange tijd in de trein met zijn lesboek: Nederlands voor buitenlanders. „Niemand die ooit iets tegen me zegt.”