Recensie

Indigo is gelukkig niet meer verboden in Groot-Brittannië

Kleurcomposities

Indigo is maar een tussenkleur, ergens tussen blauw en violet, maar de Schotse schilder Callum Innes zet het hele spectrum ervan neer, van wasblauw tot diepzwart.

Sprankelende en schurende Mozart Foto Petrovsky & Ramone

Sereen, diep, mysterieus: indigo heeft al eeuwen een bijzondere betekenis in verschillende culturen. Geoogst van bomen werden en worden er in Centraal-Azië tapijten mee geverfd. Oude Egyptenaren gebruikten het om te balsemen, in Groot-Brittannië is indigo verboden geweest om zo de inheemse blauwe kleurstof wede kans te geven.

Hoe mooi indigo is, weet ook de Schotse schilder Callum Innes. Verboden zijn opgeheven en zijn schilderijen met indigo zijn de mooiste die hij op zijn tentoonstelling in De Pont laat zien. Ze zijn eigenlijk weinig meer dan kleurvlakken die titelloos blijven, of die hij vernoemt naar de verfkleuren – indigo, cadmium, titaniumwit – die hij dun over grote doeken uitstrijkt met brede kwasten. Hij gebruikt ook vaak oliepapier, een goedkoop en vettig papier waar hij lagen op aanbrengt die als een dunne film op de ondergrond blijven liggen. Soms zijn ze dekkend, soms haalt hij ze weg en verschijnt het onderliggende papier weer. ‘Ontschilderen’, zegt een toelichting over zijn techniek, die een verweerd en eeuwenoud gevoel geeft aan zijn toch best jonge werk.

Het werk van Callum Innes is het soort kunst dat je bij voorkeur in een grote hoeveelheid moet zien, en dat kan in De Pont. De expositie combineert zijn vroege oliepapiertekeningen uit de jaren tachtig met aquarellen uit de jaren negentig. Hiertussen hangen recenter schilderijen, onder meer met indigo. Composities van twee, drie, hooguit vijf vlakken zijn het. Wat is er zo mooi aan verf? Of aan dit werk? Het antwoord lijkt te liggen in puurheid en stilte. Waarom dat bij de ene kleur beter werkt dan bij de andere is moeilijk te zeggen. Dat brengt ons terug naar indigo. Hoewel slechts een tussenkleur, ergens tussen blauw en violet in, heeft indigo een heel eigen spectrum van wasblauw tot diepzwart. Innes zet dat in alle breedte neer. De concentratie die uit zijn werk spreekt, wordt bevestigd door de documentaire die in de tentoonstelling draait. Daarin zie je hem schilderen. Dunne verf stroomt over het doek omlaag terwijl hij die met brede kwasten in horizontale bewegingen te lijf gaat, als ruitenwissers, tegen de zwaartekracht in.

Wat de kunstwerken over de decennia bindt, is dat je er het werkproces, ritme, tijdsverloop aan afziet. Om oude mystieke kleuren in zulke geometrische eigentijdse kunst te duwen lijkt misschieneen keurslijf. Maar dat is het bij Innes niet. Al die rechthoeken zijn immers ook ingetogen basisvormen, tijdloos dus. Bovendien: strak is het allemaal niet. Tussen de kleurvlakken zie je grillige randen, evenals op de zijkanten van de schilderijen, net voorbij de gesso – een witte grondverf om schilderijen glad te maken. Die gesso strijkt Callum Innes heel dun op doek of soms recht op de muur. Daardoor ontstaat een wit op wit vierkant, dat hij dunnetjes met minieme potloodlijntjes omkadert. Nu, zo opgeschreven in woorden, is het niets. Maar in de tentoonstelling is het alles.

    • Sandra Smets