Het werkpak van een jeugdagent

Wat draag je naar je werk? En waarom? Deze week Nathalie Schaaphok (42). Als kind droomde ze van een carrière als politieagent. „Mijn oom werkte bij de marechaussee. Op mijn derde zette hij de pet van zijn uniform op mijn hoofd en wist ik: dit wil ik ook.”

Foto Niels Blekemolen

Instagrammen

Sinds twintig jaar is haar droom een realiteit. Nathalie is jeugdagent („een wijkagent, met het accent op de jeugd”) in de gemeente Aa en Hunze – een gebied van 300 vierkante kilometer met 25.000 inwoners, 16 basisscholen en één scholengemeenschap in het noorden van het land. „Het lijkt misschien alsof er hier niets gebeurt”. zegt ze, „maar juist daarom gebeurt er misschien wel meer.”

Kindermisbruik, mishandeling, comazuipende pubers, hangjongeren, vandalisme, zelfmoord, doodslag.

Nathalie komt het allemaal tegen. Geen werkdag is hetzelfde: soms zit ze achter de computer te instagrammen („als je de jeugd wil bereiken, moet je naar ze toe”), soms klimt ze over muren, kruipt ze door steegjes of probeert ze iemand te reanimeren. „Mijn werk bestaat uit veel meer dan afstraffen. Het is ook regelen dat er hulp komt, voorkomen en inlichten.”

Lees ook het werkpak van vorige week: Het werkpak van een stripper

Een nieuw uniform

Tot 2014 moest dat allemaal in een nette blauwe pantalon en een witte blouse. Met, voor de vrouwen, een sjaaltje om de nek en een soort keppeltje op het hoofd. Nathalie: „Toen bekend werd dat er een nieuw uniform werd ontworpen voor straatagenten, klonk er een collectieve zucht van verlichting.”

Nathalie was een van de agenten die mocht meedenken tijdens het ontwerpproces. „Juist omdat ik het uniform zelf draag, wilde ik dat.” Met de ontwerpers kwamen ze tot een aantal voorstellen. Via een landelijke interne enquête werd de uiteindelijke winnaar gekozen: een donkerblauw pak met felgele strepen. De broek kreeg extra zakken en kwam in een mannen- en een vrouwenmodel. Het overhemd werd vervangen door een polo van vochtafstotend materiaal. En in plaats van het keppeltje voor de vrouwen en de politiepet voor de mannen kregen alle agenten een cap.

Grote mond

Stoer. Zo omschrijven veel mensen het nieuwe uniform, maar Nathalie vindt dat niet de juiste omschrijving. „Ik zou eerder zeggen: het is goed herkenbaar, sportief en praktisch. Het is gewoon meer van deze tijd. Op het moment dat je aan een dienst begint stap je toch in een bepaalde rol. Dit uniform helpt daarbij: ik voel een bepaalde kracht.”

Wanneer iemand het uniform draagt, zien mensen vooral het uniform. Dat merkt Nathalie doordat ze in haar eigen kleren vaak niet wordt herkend. „En dat is prima, hoor.” Al kan ze het ook in haar vrije tijd niet laten om te doen wat er van een agent verwacht wordt.

Wat dat dan is? „Mensen helpen als je ziet dat ze hulp nodig hebben.” Maar hangjongeren verzoeken om hun rommel op te ruimen? Dat doet ze alleen in haar werkkleding. Nathalie lacht: „Anders krijg je echt een grote mond.”