Griekse crisis kan in 2017 zomaar weer oplaaien

Griekenland

Ingrediënten voor nieuwe onrust rondom Griekenland zijn er genoeg dit jaar. Er zijn spanningen mét, maar ook tússen de schuldeisers.

Een Griekse gepensioneerde bij een demonstratie in Athene, 15 december 2016. Foto Alkis Konstantinidis/ Reuters

Wordt 2017 voor Griekenland een beetje zoals 2016, of meer zoals 2015? 2015, dat was het jaar waarin de Grexit, de uittreding uit de eurozone, ternauwernood werd afgewend. Kapitaal stroomde het land uit, er klonk een luid ‘nee’ bij het referendum over de eisen die Europa aan Griekenland stelde, er waren vervroegde verkiezingen. 2016 was wat rustiger. Er waren weliswaar de nodige aanvaringen tussen de Grieken en hun internationale schuldeisers, en er werd gestaakt en geprotesteerd in Griekenland, maar de regering van de linkse premier Alexis Tsipras kon doorregeren.

Hoe dit jaar zal uitpakken voor het geplaagde land kan niemand voorspellen. Griekenland verkeert sinds 2009 in een permanente crisis, die zomaar weer tot een nieuwe uitbarsting kan komen. De Grieken zelf willen na medio 2018, wanneer het huidige Europese hulpprogramma afloopt, weer gaan lenen op de financiële markten. Maar dan moet dit jaar wel zo’n beetje alles goed gaan. Er zijn zeker vier obstakels.

1. De Grieken moeten een tussentijds examen afleggen

Tsipras begint het jaar al met een achterstand. De regering had vorig jaar al willen slagen voor een tussenevaluatie van de schuldeisers. Dat zijn bij dit programma de eurolanden. Zij hebben Griekenland in totaal 86 miljard euro aan noodleningen in het vooruitzicht gesteld uit het noodfonds ESM. Tot nu toe is krap 32 miljard euro uitgekeerd. Alleen als de Grieken goed uit de evaluatie komen, krijgen ze meer geld.

Volgens Manos Giakoumis, analist bij de Griekse economische website Macropolis, zijn de eurolanden nog niet tevreden. Dit geldt ook voor het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat toezicht houdt op de Griekse hervormingen en bezuinigingen.

„Het meest heikele punt betreft de gaten in de begroting”, zegt Giakoumis. De Grieken moeten in elk geval voldoende bezuinigen om in 2018 een ‘primair’ overschot op de begroting te halen van 3,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat wil zeggen dat ze, afgezien van de rentebetalingen voor het noodkrediet, geld moeten overhouden op de begroting, zodat ze vanaf 2018 op eigen benen te kunnen staan. Volgens het IMF moet er veel meer gebeuren om dit doel te halen. Giakoumis: „Het IMF voorziet dat het primaire overschot met de huidige begrotingsmaatregelen in 2018 uitkomt op slechts 1,5 procent.”

Tsipras geeft voorlopig alleen maar meer geld uit. Zónder overleg met de eurolanden en het IMF deelde hij vlak voor Kerst nog een bonus uit aan arme gepensioneerden. Kosten voor de Griekse staat: 617 miljoen euro.

2. Verkiezingen in belangrijke eurolanden compliceren de zaak

De geldschieters, wier geduld toch al lang op de proef wordt gesteld, zullen dit jaar niet geneigd zijn tot veel inschikkelijkheid jegens de Grieken. 2017 is een verkiezingsjaar en bij kiezers is hulp aan de Grieken impopulair. In Nederland gaat de kiezer op 15 maart naar de stembus. Daarna volgen verkiezingen in Frankrijk in mei en in Duitsland in september. Hoe de stemming over Griekenland nu in Duitsland is, bleek uit de gepeperde reactie van minister van Financiën Wolfgang Schäuble op de kerstbonus van Tsipras. „Als we ons niet aan de regels houden, vliegt de eurozone uit elkaar”, zei hij, half dreigend met een Grexit.

3. Griekenland moet veel geld terugbetalen in de zomer

De regering in Athene, geleid door de radicaal-linkse partij Syriza, wil de sociale pijn verzachten in het land waar de werkloosheid nog steeds 23 procent bedraagt. Maar veel ruimte op de begroting is er niet, want schulden moeten worden afbetaald. In juli moet Griekenland twee grote bedragen overmaken: 3,9 miljard euro aan de Europese Centrale Bank (ECB) en 2,1 miljard euro aan particuliere beleggers. Zowel ECB als beleggers hebben Griekse staatsleningen die dan aflopen. Tot die tijd, zegt analist Giakoumis, kan Griekenland het in principe wel uithouden, maar met moeite. „Het wordt krap. De regering kan betalingen aan het bedrijfsleven gaan uitstellen, maar dit zal de economie weer gaan raken”.

Griekenland verkeert sinds 2009 in een permanente crisis, die zomaar weer tot een nieuwe uitbarsting kan komen.

4. De schuldeisers liggen onderling in de clinch

Vlak voor de jaarwisseling kwam het tot een rel binnen het kamp van de geldschieters. In een blog stelde de hoofdeconoom van het IMF, Maurice Obstfeld, dat de Grieken niet langer overheidspensioenen kunnen betalen „op het niveau van de rijkste Europese landen”. Het lokte een ongekend felle reactie uit van de Franse Eurocommissaris Pierre Moscovici (Economische en Financiële Zaken), die het in een opiniestuk in de Financial Times opnam voor de Grieken. Volgens Moscovici liggen de Griekse pensioenen veel lager dan die in bijvoorbeeld Duitsland. Hij beschuldigde het IMF ervan een loopje te nemen met de waarheid („post truth politics”).

Het IMF betaalt, anders dan het geval was bij de eerste twee hulppakketten voor Griekenland, niet mee aan het huidige programma. Het fonds eist ditmaal niet alleen dat Griekenland meer bezuinigt, maar ook dat de eurolanden de Griekse staatsschuld (315 miljard euro, ofwel 179,2 procent van het bbp) verlichten. In december kreeg Griekenland al wat meer tijd om Europese noodleningen af te lossen. Ook kregen de Grieken bescherming tegen het risico dat de rente op sommige van die leningen weer gaat stijgen. Onduidelijk is of het IMF deze maatregelen voldoende vindt.