Goede voornemens? Ja, graag

Doelen stellen

Nieuw jaar, nieuwe kansen. Daar horen goede voornemens bij. Hoe zorg je ervoor dat je je daar dit jaar wél aan houdt?

Illustratie Tomas Schats

Niet drinken, stoppen met roken, meer sporten en gezond eten: zomaar een rijtje goede voornemens voor het nieuwe jaar. Maar ook op de werkvloer wemelt het van de goede plannen – je flexibeler opstellen, minder overwerken, meer bewegen om stress te voorkomen. We willen het nieuwe jaar graag goed beginnen. Maar zijn onze voornemens altijd haalbaar? Uit het jaarlijkse onderzoek van het ING Economisch Bureau naar goede voornemens blijkt dat acht op de tien Nederlanders goede voornemens hebben, maar dat slechts één op de zes zich het afgelopen jaar daadwerkelijk aan zijn of haar plannen heeft gehouden.

Heeft het eigenlijk wel zin om goede voornemens te hebben? Zeker wel, vindt Tosca Gort, arbeidspsycholoog en coach. „Ik geloof heilig in doelen stellen. Mensen die dat doen, bereiken over het algemeen meer.” Maar dan moet je wel reële en concrete voornemens maken, stelt zij. Zo kun je je wel voornemen geen nachtdiensten meer te draaien, maar als je werkgever het daar niet mee eens is, houdt het natuurlijk op.

„Ik hoor bijvoorbeeld vaak dat mensen graag wat meer willen stilstaan bij wat ze doen. Even een goede pauze nemen, nadenken over waar ze nu eigenlijk mee bezig zijn op het werk. Uiteindelijk wordt die wens vaak opgezogen door de rompslomp van alledag.”

Het grote manco in dit geval, zegt Gort, is de formulering van het goede voornemen. Het is niet specifiek genoeg en ook niet tijdsgebonden – een van de voornaamste redenen waarom goede voornemens vaak mislukken.

Hoe pak je het dan wel aan? „Stel, je hebt als voornemen thuis minder op je telefoon te kijken. Dan is het heel belangrijk dat je dat doel specifiek maakt. Je hebt bijvoorbeeld meer kans van slagen als je het voornemen duidelijk formuleert: meldingen op je telefoon uitzetten, of een reminder instellen wanneer je ’s avonds je telefoon op stil wil zetten.” Bovendien moet het doel realistisch zijn. Nooit meer ’s avonds gebeld willen worden, dat lukt natuurlijk niet.

Realistisch

Je voornemen moet dus altijd specifiek, meetbaar, acceptabel, tijdsgebonden en realistisch zijn. Dat wordt ook wel de SMART-methode genoemd, zegt Gort. „Met die methode breng je zo precies mogelijk in kaart wat je wil bereiken. Er is daardoor meer kans dat je je daadwerkelijk aan een goed voornemen houdt.”

Is dat niet het geval, dan kan dat stress en teleurstelling opleveren. „Zonde”, zegt Gort. Op die manier zorgen goed bedoelde voornemens voor een nare ervaring. „Ik ben fan van goede voornemens, maar nog meer van realistische doelen.”