Gedicht met stilte geschreven

kiest elke woensdag een gedicht bij de stemming van de dag.

Vandaag: Paul Snoek, uit: Zwarte muze, gedichten, Manteau, 1967

Hoor de stilte kraait. De minnaars dolen
in de nieuwe wouden van de winterslaap
en alle zaaiers, nu vermomd als jagers, doden.

Met een weefsel van regen en moeheid heeft
de stilte ons bekleed en onze lippen gericht
naar het van koude biddend noorden.

Zo stil is het nu dat men huivert en vreest
dat iemand plots op een gong zou slaan
en van de leegte zou scheuren het voorzichtig vlies.

Tot in de vingertoppen eenzaam is het hart
en zo benauwend stil, als het huis dat instort
bij het nauwelijks rinkelen der sleutels.