Een Franse legende ging kopje-onder

Diepzeeduiker Jacques-Yves Cousteau was lang ’s werelds beroemdste en populairste Fransman, maar viel zo hard van zijn voetstuk dat Jérôme Salle zelfs even twijfelde of hij zijn biopic wilde maken: „Hij was werkelijk een egoïst.”

Sinds 1988 publiceert de krant Le Journal du dimanche maandelijks een ranglijst van meest geliefde Fransen. Onbetwist kampioen is nog altijd ‘le Commandant Cousteau’. De diepzeeduiker, filmer, uitvinder, zakenman en natuurbeschermer voerde jarenlang de op opinieonderzoek gebaseerde lijst aan, in de jaren negentig slechts af en toe afgewisseld door verzetspriester Abbé Pierre. Begin jaren tachtig ontving hij zo’n 800.000 brieven van mensen die wilden dat hij zich kandidaat zou stellen voor het Franse presidentschap.

Maar de faam van Jacques-Yves Cousteau reikt veel verder. Hij was volgens Le Figaro bij zijn overlijden op 87-jarige leeftijd in 1997 internationaal de bekendste Fransman. De magere, verweerde ontdekkingsreiziger met het rode mutsje en, in zijn Engelstalige films, dat charmante Franse accent, veroverde de hele westerse wereld met zijn baanbrekende onderwaterdocumentaires. Zijn naam, die van duikers als Albert Falco, het onderzoeksschip La Calypso of bijvoorbeeld de zeeleeuwen Pepito en Cristobal waren wereldwijd ‘household names’.

Heilige

Die tijd lijkt voorbij. Toen de Franse filmmaker Jérôme Salle (1967) thuis een paar jaar terug de naam Cousteau liet vallen, keek zijn zoon hem glazig aan. Nooit van gehoord. „Onbegrijpelijk”, zegt Salle, wiens in oktober in Frankrijk verschenen film L’Odyssée over Cousteau vanaf deze week ook in Nederland te zien is. „Cousteau was in mijn jeugd een soort heilige. Maar na zijn dood is hij heel snel uit beeld verdwenen. Jongere generaties kennen hem nauwelijks.”

De echte Jacques-Yves Cousteau.

Dat komt vooral door zijn wat tegenstrijdige erfenis. Samen met ingenieur Emile Gagnan perfectioneerde Cousteau in 1943 de ‘scaphandre autonome’, de moderne ademautomaat voor duikers. Na een ernstig verkeersongeluk had hij zijn droom om piloot te worden moeten opgeven. Om te revalideren moest hij zwemmen, veel zwemmen. Hij werkte voor de Franse marine en wist zijn superieuren te overtuigen van het nut van onderwaterexpedities met nieuwe, door hem bedachte technieken, aanvankelijk vooral naar scheepswrakken en mijnen. In 1949 verliet hij de marine om zich, zonder wetenschappelijke opleiding, volledig te richten op de oceanografie.

Al heel vroeg begreep Cousteau hoe communicatie via moderne massamedia werkte. Zijn films, onder andere voor de Amerikaanse zender ABC, gingen niet over dieren, maar over mensen, zei hij wel eens. Het waren geen natuurfilms, maar avonturenfilms. Het grote publiek zag niet alleen exotische vissen, zeeschildpadden en dolfijnen, maar bovenal ook de bemanning van de Calypso op ontdekkingsreis. Steeds weer met ontbloot bovenlijf op het dek van de boot, zeer Frans nippend aan een glaasje rode wijn, zwaar rokend en ondertussen ademloos luisterend naar de commando’s van ‘JYC’, zoals ze hem noemden. In feite gingen de films van Cousteau in de eerste plaats over hemzelf.

Bekijk een aflevering van The Undersea World of Jacques Cousteau. De tekst gaat verder na de video.

Familieruzies

Vanaf het miljoenensucces van zijn documentaire Le Monde du silence, waarmee Cousteau en de beginnende filmer Louis Malle in 1956 een Oscar en een Gouden Palm wonnen, bepaalde hij gedurende een halve eeuw zeer precies wat mensen over hem te weten kwamen. Maar aan het eind van zijn leven verloor hij de regie en voerden de familieruzies en conflicten over de waardevolle merknaam Cousteau de boventoon. „Hij gaf de indruk dat hij alles toonde”, zegt Salle, „maar hij wist precies wat je wel en niet moest laten zien.” Daarom, zegt hij, voelen veel mensen zich nu door Cousteau „verraden”.

Na het overlijden van zijn eerste vrouw Simone, die de facto op de boot woonde en er aanzienlijk meer uren doorbracht dan le commandant zelf, kwam een lang sluimerend conflict met Cousteaus oudste zoon Jean-Michel aan de oppervlakte. De jongere Philippe was voorbestemd om het imperium na de dood van Cousteau over te nemen, maar was in 1979 bij een ongeluk met een watervliegtuig om het leven gekomen. Niet Jean-Michel, maar Cousteaus maîtresse, de veertig jaar jongere Francine met wie hij twee kinderen maakte terwijl Simone de boot op koers hield, zou de leiding krijgen over het complexe web aan bedrijven en stichtingen waar Cousteau zijn belangen in had ondergebracht. Toen Jean-Michel Cousteau een eco-resort op Fiji begon, sleepte zijn vader hem voor de rechter om het gebruik van de naam Cousteau.

Dierenbeul

Kwalijker voor de nalatenschap waren de terugkerende onthullingen over Cousteaus lichtvaardige omgang met dieren. Zij moesten zich plooien in het vooraf door hem geschreven scenario en lukte dat niet goedschiks, dan moest het maar kwaadschiks. Vorig jaar nog haalde de Franse schrijver en filmer Gérard Mordillat het nieuws met een tirade tegen Le Monde du silence. In de film hakt de crew van de Calypso meerdere haaien in stukken, laat een van de duikers zich onderwater door een zeeschildpad op sleeptouw nemen en blaast Cousteau met dynamiet een koraal weg om zonder omwegen te kunnen vaststellen hoeveel vissen er leefden.

De kritiek van Mordillat was oud nieuws: Cousteaus biograaf Bernard Violet kwam al met vergelijkbare onthullingen. Terwijl Cousteau in latere jaren grote multinationals de schuld gaf van het „sterven van de oceanen” en tot bij de VN (met succes) pleitte voor een moratorium op oliewinning op de Zuidpool, kon hij zijn eerste expedities mede maken dankzij financiering uit het bedrijfsleven. De Calypso, een oude mijnenjager die hij ombouwde tot onderzoeksschip, kreeg hij in 1950 tot zijn beschikking via de Brit Sir Loel Guinness (van het bier) en zijn eerste missies kon hij maken omdat hij de Franse oliesector beloofd had onder water te zoeken naar geschikte offshore boorlocaties.

Onderwatersteden

„Het was een ander tijdperk”, vergoelijkt Salle. „In die tijd diende de natuur de mens. Die moest bedwongen worden, veroverd.” Cousteau ging daarin ver. Hij had megalomane of op zijn minst waanzinnige plannen voor steden onder de zeespiegel en experimenteerde vanaf 1962 in de Middellandse Zee met onderwaterstations bemand door zogenoemde ‘oceanauten’. „De Amerikanen veroveren de ruimte en wij de zee”, vat Cousteau, gespeeld door Lambert Wilson, in L’Odyssée zijn missie met gevoel voor de tijdgeest samen.

Maar Salles film is bepaald niet zonder kritiek. In L’Odyssée valt Cousteau vooral als mens van zijn voetstuk. „Cousteau is te zeer geïdealiseerd”, zegt Salle. „Je hebt daardoor mensen die hem als heilige zien en mensen die hem haten.” Na gesprekken met de familie en veel lezen, is zijn eigen beeld van de jeugdheld ook bijgetrokken. Zo sterk zelfs dat hij overwogen heeft met de film te stoppen. „Het personage beviel me steeds minder.” Cousteau was „werkelijk een egoïst”, zegt Salle. „Hij was voor alles een avonturier. Dat is een deel van de verklaring voor de paradox in zijn omgang met de natuur. Zijn zorg was misschien wel oprecht, maar hij heeft milieubescherming toch vooral aangegrepen om door te kunnen gaan met zijn avonturen.”