De Niro wil werken, altijd maar werken

Inside Hollywood Robert De Niro gooit zijn naam te grabbel met te veel B-films, vinden critici. De ster blijft zelf liever druk, straks voor het eerst met een tv-serie.

Robert de Niro tijdens het filmfestival in Cannes, mei 2016. Foto Julien Warnand / EPA

Robert De Niro (73) komt verlegen over wanneer we hem ontmoeten in New York, waar hij zijn nieuwe film aan het promoten is. Schuw is hij; niet zo anders dan de cynische komiek Jackie, zijn personage in The Comedian (die nog geen Nederlandse distributie heeft). Voor een mondiaal filmfenomeen is die schuchterheid vreemd, dat geeft hij toe. „Maar ik herken me in stand-up comedians: feitelijk stugge masochisten die een zaal vol scherpe critici voor zich willen innemen.”

De met Oscars gelauwerde karakteracteur maakt sporadisch nog altijd mooi werk, ook als regisseur (The Good Shepherd, 2006). Maar duikt ook telkens weer op in nauwelijks verteerbare B-films. Meestal omzeilt De Niro bij die gelegenheden de pers; dat hij hier op een zondagochtend in een hotelzaaltje zit, komt doordat The Comedian een oude wens is, een ‘passieproject’ zoals dat heet. Samen met oude makker Danny DeVito brengt hij de stand-up-wereld van New York in beeld.

Critici vinden dat De Niro zijn reputatie blijft ondergraven met luie keuzes, maar bioscoopgangers waarderen die meer. Dirty Grandpa (2016), met jeugdidool Zac Efron, was welbeschouwd niet om aan te zien: toch wist de film 100 miljoen dollar te verdienen op een budget van 11,5 miljoen.

Door die ‘bankability’ – de naam De Niro is na honderd films zo bekend als Nike – gaat hij nu waar vrijwel elke andere filmacteur al is gegaan: het kleine scherm. Met regisseur David O. Russell (met wie hij in 2012 Silver Linings Playbook maakte) werkt De Niro aan een tv-serie, voor het eerst. Hij kan er nog niets over zeggen, behalve dat hij het zelf nauwelijks kan geloven. „Het was vroeger de doodstraf als je naar LA moest voor een langdurig tv-contract. Nu is tv vaak interessanter dan film.”

Dan geeft hij toe dat niet al zijn films „artistieke hoogtepunten” zijn. Maar hij wil werken, altijd werken. De Niro worstelt met de angst om nutteloos te zijn. Met die clowneske grijns: „Ik blijf druk. Come on! Na een bepaalde leeftijd is er verder echt niks meer dan dat.”