Opinie

    • José van Dijck
    • Wim Saarloos

Wetenschap is niet ‘maar een mening’

Opinie Het is gevaarlijk wetenschap te wantrouwen, schrijven José van Dijck en Wim van Saarloos. ‘Koester de cultuur die feiten onderscheidt en respecteert.’

Iedereen heeft recht op z’n eigen mening maar niet op z’n eigen feiten, was een beroemde uitspraak van de Amerikaanse Democratische senator Daniel P. Moynihan in de jaren 80 van de vorige eeuw. In het jaar 2016 krijgt deze uitspraak opnieuw relevantie nu er steeds meer machthebbers op het wereldtoneel verschijnen die sterke meningen articuleren en lak hebben aan feiten. In deze krant schreef Tom-Jan Meeus onlangs: „Een cultuur, hoe superieur ook, gaat altijd verloren als ze geen gezamenlijke feiten meer kent.”

Het lijkt een simpele observatie, maar tegelijk duidt het op een dieper liggend probleem. Het vaststellen van gezamenlijke feiten vereist niet alleen common ground – overeenstemming over wat geldt als feitelijk. Het vraagt ook om vertrouwen in instituties die over feitelijkheid beslissen door middel van transparante procedures. Het vraagt om respect voor de spelregels en de scheidsrechters die hier professionele uitspraken over doen. En tenslotte vraagt het om burgers die met elkaar in dialoog kunnen treden op basis van rationaliteit en kennis van zaken.

Journalistiek, rechtspraak en wetenschap zijn alle drie instituties die fungeren als hoeder van feitelijkheid in een democratie. De integriteit van uitgerekend die instituties wordt steeds vaker in twijfel getrokken door politieke leiders die geen onderscheid willen maken tussen feiten en meningen. Trump negeert de traditionele pers, vermijdt elke openbare dialoog en communiceert uitsluitend in monologen van 140 tekens via online-orakel Twitter. Hetzelfde geldt voor Wilders, die bovendien het gezag van de openbare rechtspraak verwerpt en rechters wegzet als ‘neprechters’. Dat steeds meer mensen slechts het eigen gelijk of gevoel accepteren als bewijs voor feitelijkheid, verklaart de populariteit van ‘nepnieuws’.

Het wantrouwen in wetenschap als hoeder van gezamenlijke feiten komt niet uit de lucht vallen.

De wetenschap behoort van oudsher tot de maatschappelijke instituties die tot doel hebben via observaties en metingen uitspraken te doen over gezamenlijke feiten. Wetenschappers dragen maatschappelijke verantwoordelijkheid en moeten ook verantwoording afleggen over de wijze waarop zij tot resultaten komen: aan burgers, aan gekozen vertegenwoordigers en aan andere wetenschappers. De wetenschap kent bovendien speciale spelregels om het waarheidsgehalte van ideeën en interpretaties te toetsen en feit van fictie te scheiden. Natuurlijk zijn wetenschappers niet onfeilbaar; ze maken wel eens een fout en zijn het niet altijd eens over interpretaties van uitkomsten. Maar dat betekent niet dat wetenschap ook maar een mening is.

En toch worden wetenschappelijke bevindingen – feiten waarover grote consensus bestaat na langdurig en intensief onderzoek met herhaalde experimenten, hoor en wederhoor en open debat – steeds vaker weggezet als meningen. Soms door te ontkennen dat het over gezamenlijke feiten gaat, soms door de integriteit van wetenschap als geheel in twijfel te trekken. Of het nu om klimaatverandering gaat, over de effecten van vaccinatie of om de evolutietheorie. President-elect Trump heeft herhaaldelijk twijfels uitgesproken over de empirische bewijzen die grote aantallen onderzoekers hebben geleverd over de oorzaak van het smelten van ijskappen en de verhoging van de zeespiegel. Zijn keuze van Scot Pruitt als voorman van het Environmental Protection Agency (EPA) onderstreept die houding: Pruitt heeft meerdere keren in het openbaar gesteld dat ‘wetenschappers het niet eens zijn over de feiten rondom klimaatverandering’.

Neurochirurg Ben Carson, de beoogde minister van Housing and Urban Development, twijfelt openlijk aan de evolutietheorie en, net als Trump, gelooft hij dat vaccinatie leidt tot autisme, ondanks talloze wetenschappelijke onderzoeken die dit verband weerleggen.

Wetenschap en onderwijs zijn op dit moment in de geschiedenis belangrijker dan ooit.

Doodlopende straat

Als deze houding van politici ten aanzien van wetenschappelijke bewijzen en feitelijkheid het nieuwe normaal gaat worden, slaat de westerse cultuur inderdaad een weg in die sinds de Verlichting als een doodlopende straat werd beschouwd. Onlangs schreven duizenden ‘concerned scientists’, onder wie vele Amerikaanse Academieleden en Nobel-laureaten, een open brief aan hun nieuwe regering en parlement. Zij drongen erop aan bij de aantredende regering om beleidsbeslissingen te baseren op wetenschappelijke feiten, niet op meningen; ze wezen ook nadrukkelijk op het belang van onderzoek, onderwijs en kennis als stimuli van welvaart en welzijn.

Het wantrouwen in wetenschap als hoeder van gezamenlijke feiten komt niet uit de lucht vallen. Het zal ook aanzwellen als we niet blijvend investeren in opleidingen en scholing. Onderwijs waarin een wetenschappelijke houding aangeleerd wordt, een houding die gebaseerd is op het vinden en wegen van feiten, op dialoog in plaats van monoloog, op transparante argumentatie in plaats van opinies in oneliners. Inderdaad, een cultuur die gezamenlijke feiten nodig heeft is erbij gebaat om kinderen, leerlingen en studenten onafhankelijk te leren denken maar vooral ook oog te leren hebben voor hun gezamenlijke leefomgeving. De samenleving is immers geen optelsom van mensen, net zomin als de waarheid een optelsom is van feiten. Als we jongeren, van kleuterschool tot universiteit, willen leren om feit van fictie te onderscheiden, zullen we ze moeten trainen in een gedeeld discours waarin logica en rationaliteit leidend zijn zodat het recht op eigen meningen en emoties gerespecteerd kan blijven worden.

Wetenschap en onderwijs zijn op dit moment in de geschiedenis belangrijker dan ooit. In een digitaal tijdperk waarin feiten en meningen allebei als ‘data’ gezien worden, waarin fictie en nieuws worden behandeld als ‘content’ en waarin instituties en belangengroepen zich allemaal manifesteren via ‘platforms’, moeten we juist meer energie gaan steken in het koesteren van een cultuur die feiten onderscheidt en respecteert. Instituties zoals nieuwsorganisaties, rechtspraak en wetenschap hebben een grote verantwoordelijkheid om de uitgangspunten en spelregels van de democratie te bewaken. Dit geldt in het bijzonder voor de wetenschap en het onderwijs. In 2017, hebben we, meer dan ooit, wetenschappers nodig als hoeders van feitelijkheid en docenten als ambassadeurs van rationaliteit. De KNAW wil hun stem graag laten weerklinken. Een cultuur zonder gezamenlijke feiten kan zomaar veranderen in een samenleving waarin iedereen zijn eigen mening onderbouwt met zijn eigen feiten— een emocratie in plaats van een democratie.

    • José van Dijck
    • Wim Saarloos