Column

Trumps junks

Jan Kuitenbrouwer Links zit klem tussen twee geconditioneerde reflexen.

„Er waart een spook door de Westerse democratieën”, begon Jesse Klaver onlangs een opiniestuk in NRC waarin hij SP, PvdA en D66 opriep om samen met een alternatief te komen voor het huidige beleid. De kop: ‘Laat radicaal links de boze burger bedienen’.

Met dat ‘spook’ bedoelde Klaver het rechts-populisme, om vervolgens te betogen dat het onbehagen waar Farage, Trump, Wilders en consorten hun garen bij spinnen, het gevolg is van dertig jaar asociaal neoliberaal beleid, en dat alleen links daar een goed antwoord op heeft. Ziehier het communicatieprobleem van links in een notendop, het probleem dat Hillary Clinton fataal werd. Links zit klem tussen twee geconditioneerde reflexen: de nobele veroordeling van reactionair sentiment doet het altijd goed bij hoogopleide kosmopolieten, maar die andere groep waar links het van moet hebben, de niet-zo-kosmopolitische laagopgeleiden, wordt erdoor afgestoten. Die beknelling brengt soms pijnlijke bijgeluiden voort. Denk aan Hillary Clinton en haar ‘basket of deplorables’. De coole kosmopolieten vonden het prachtig.

In die openingszin van Klaver klinkt dezelfde beknelling door: ‘Spook, stem op mij’, zegt hij in feite. Wil links voor de boze witte stemmer een aantrekkelijk of zelfs aannemelijk alternatief vormen, dan zullen ze afscheid moeten nemen van dit soort makkelijke deugretoriek. En dan maar hopen dat de gediplomeerde kosmopolitieten solidair genoeg zijn om te blijven. Ook dat is het probleem van links: ooit was het cool om als intellectueel een spijkerpak te dragen en je te identificeren met ‘arbeiders’, nu is het cool om te zeggen dat je ook ‘zwart’ bent, of ‘LGHBTQ’, iets waar arbeiders niet zo’n last van hebben.

Toch zitten Clinton en Klaver misschien wel goed met die ‘deplorabelen’ en dat ‘spook’, maar op een manier die zij vast niet bedoelden. Een van de fascinerendste analyses van de afgelopen presidentsverkiezingen is de correlatie tussen de Trump-stemmer en de dood. Het gaat om recent onderzoek van de economen Anne Case en Angus Deaton, Nobelprijswinnaar, bekend door zijn onderzoek naar economisch welzijn. Terwijl de levensverwachting van de Amerikaanse bevolking als geheel de afgelopen dertig jaar is gestegen, is die van blanken met een lage opleiding fors gedaald. Tussen 1999 en 2013 steeg hun mortaliteit in de leeftijd van 45 tot 54 jaar, van 600 naar 734. Dat zijn ongeveer 500.000 doden. Voor alle overige groepen – zwart, latino, hoger en hoog opgeleid – steeg de levensverwachting. En deze jong stervende, laagopgeleide witte Amerikaan stemde beduidend vaker op Trump. Een belangrijke factor is drugsgebruik. Er sterven nu jaarlijks meer Amerikanen aan een overdosis drugs dan in het verkeer, er heerst op dit moment bijvoorbeeld een heroïne-epidemie. Waar gaat die heroïne heen? Naar de regio’s met hoge werkloosheid onder laagopgeleiden, waar ooit de maakindustrie bloeide, het Amerika dat Trump Weer Groot gaat maken. De enige keer dat ik Trump oprecht verontwaardigd zag over leed van anderen dan hemzelf, was toen hij in Ohio had gezien hoe die epidemie huishoudt onder de witte middenklasse.

Angus Deaton vermoedt dat artsen en de farmaceutische industrie hier ook een rol spelen, als pushers van opiaten. Maar dat deze bevolkingsgroep zo vatbaar is geworden voor drugs en depressie, houdt uiteraard verband met hun economische welzijn. En wie wel eens een film van de gebroeders Dardenne of Ken Loach gezien heeft, weet dat het in Europa ook zo werkt. Deaton schrijft de ellende ook toe aan de neergang van de vakbeweging. „Met die banen kwamen de vakbonden, en via de vakbonden had men het gevoel vertegenwoordigd te zijn”, zegt hij in een interview in de Financial Times. „Dat is weggevallen, en dat was de voedingsbodem voor deze omwenteling.”

Zie hem gaan, de Trumpstemmer: een junk. De boze witte burger is een junk. Een deplorabele, een spook dat links zou moeten stemmen. Wie spreekt zijn taal?

Jan Kuitenbrouwer is columnist en directeur van Kuitenbrouwer Woorden Die Werken