Zolang we niet weten wat een zzp’er precies is, werkt het modelcontract niet

Zelfstandigen

Hoe moet het in 2017 verder met modelcontracten na het debacle met de nieuwe zzp-wet? Het kabinet wil zzp’ers „herijken”.

Illustratie Stella Smienk

Het blijft merkwaardig voor een hypergereguleerd land als Nederland. Ruim één miljoen mensen, 12 procent van de werkzame beroepsbevolking, werkt als zelfstandige zonder personeel. En toch is er nog geen handzame fiscale en juridische definitie van zzp’ers.

En zo kon het eind vorig jaar gebeuren dat een poging om uitbuiting van zzp’ers tegen te gaan, mislukte. Onder zware druk stelde staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën (VVD) de handhaving van de nieuwe modelcontracten voor zzp’ers een jaar uit tot 1 januari 2018. Bedrijven waren bang dat de Belastingdienst ‘hun’ zzp’ers ineens als werknemers zou zien en vreesden voor boetes en naheffingen. Werkgeversorganisaties wilden de wet van Wiebes „in de ijskast”. Alleen opdrachtgevers die bewust schijn-zzp’ers inzetten en „evident kwaadwillig handelen” moeten nu wél direct worden aangepakt, volgens een Tweede Kamer-motie. Maar hoe moet het dit jaar nu verder met de modelcontracten uit de Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA)?

Evident kwaadwillig

Een concrete oplossing is nog niet in zicht, blijkt uit een rondgang. „Er zijn op dit moment geen goede alternatieven voor de wet DBA”, zegt hoogleraar arbeidsrecht Gerrard Boot van de Universiteit Leiden.

Een commissie onder Boots leiding onderzocht of de Belastingdienst modelcontracten wel op de juiste manier keurde. Vóór 2005, toen de vroegere VAR-verklaring werd ingevoerd, was de onzekerheid over de status van zzp’ers nog groter, concludeert de commissie. En met de VAR was uitbuiting van zzp’ers nauwelijks aan te pakken. Het modelcontract, waarbij zowel opdrachtgever als zzp’er moeten tekenen dat er geen sprake is van schijnzelfstandigheid, moet juist misstranden tegen gaan.

Maar het keuren van modelcontracten is lastig, omdat er geen heldere definitie van de zzp’er is, zegt de commissie van Boot. Van de bijna 4.000 modelcontracten die opdrachtgevers en zzp’ers tot november 2016 zelf indienden, werden 1.450 aanvragen afgebroken, 1.550 afgewezen en ruim 900 goedgekeurd. In „nogal wat gevallen” had de Belastingdienst ook anders kunnen oordelen.

Schijnzelfstandigheid

Dat is volgens de onderzoekers nog geen reden om de modelcontracten weer af te schaffen. „Met het uitstel van actieve handhaving door de Belastingdienst is de onzekerheid bij bedrijven deels weggenomen”, zegt Boot.

„Dat is goed. Het is alleen nog geen oplossing voor de schijnzelfstandigheid. We willen voorkomen dat honderdduizend reguliere banen ‘ver-zzp’t’ worden. Ik weet dat de Belastingdienst bijvoorbeeld een vraag kreeg van een groot winkelbedrijf: ze wilden daar van alle caissières zzp’ers maken. Dat is onwenselijk.”

Om echte zzp’ers goed te kunnen onderscheiden, wil het kabinet twee begrippen opnieuw gaan „herijken”. Het gaat om gezagsverhouding: zzp’ers zijn zelfstandigen die zonder al te veel aansturing moeten werken, anders zijn het werknemers met een baas. Het tweede begrip is ‘vrije vervanging’: zzp’ers zijn persoonlijk niet verplicht om ergens te werken, dus het werk moeten ook door een ander verricht kunnen worden.

Het is ook mogelijk om duidelijke kenmerken van zzp’ers te formuleren, zegt de commissie van Boot: „Zodat de Belastingdienst eenvoudige criteria heeft om te zeggen: ja, dit is wel een zzp’er en dat niet.” Zzp’ers werken bijvoorbeeld kortdurend, hebben geen vaste plek in een organisatie en hebben vaak een hogere beloning dan marktconform is.

Vrijwel de hele Tweede Kamer heeft het kabinet vorige maand opgeroepen de aanbevelingen van Boots commissie over te nemen. De regering wil dat de nieuwe definitie van zzp’ers er is voordat de formatie begint en een nieuw kabinet aantreedt. Het ministerie van Sociale Zaken wil werkgevers, vakbonden en zzp-organisaties daarom begin dit jaar raadplegen, zegt een woordvoerder.

Waar de politiek eensgezind is, zijn de meningsverschillen tussen werkgevers, vakbonden en zzp-organisaties groot. Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland plus het Platform Zelfstandig Ondernemers willen geen „surrogaatoplossingen”. Ze willen een „fundamentele herijking” van het begrip zzp’er en het arbeidsrecht moderniseren. Hoe is nog onduidelijk. „We zijn onze positie aan het bepalen, want ruim honderd jaar jurisprudentie en wetgeving heeft het arbeidsrecht erg complex gemaakt”, zegt Jeroen Lammers van VNO-NCW. „Het belangrijkst is dat het kabinet de onzekerheid wegneemt.”

Volgens voorzitter Maurice Limmen van het CNV is de wet DBA te snel geparkeerd. Hij is „verbaasd en verontrust” over de hele gang van zaken, zegt hij: „Na zorgvuldige parlementaire behandeling wordt eerst een wet aangenomen. En nog voordat de handhaving in kan gaan, nog voordat de wet zichzelf kan bewijzen, wordt die wet alweer stilgezet. En niet op basis van een gedegen evaluatie, maar op basis van signalen over onrust. Onrust die wordt gevoed door werkgevers die bang zijn voor naheffingen en de payrollsector die hier een verdienmodel in ziet. Op zo’n manier kun je niet besturen.”

Belangenorganisatie ZZP Nederland (40.000 leden) tot slot is het er „volstrekt mee oneens” dat werkgevers en vakbonden zich bemoeien met zzp’ers.

„Omdat het geen werknemers zijn, maar zelfstandige ondernemers en specialisten”, zegt voorzitter Maarten Post. „Wij pleiten voor een aparte positie voor zzp’ers binnen het arbeidsrecht.”