Oud en nieuw

Flessenpost

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd naar Princeton, in de VS. Ze bericht wekelijks over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

What goes around, comes around, staat er op de gevel van de tweedehandswinkel. Alles keert altijd weer terug. Op deze eerste ochtend van het nieuwe jaar slenter ik met mijn geliefde door downtown New York. De straten zijn verlaten, de warme zon en blauwe lucht maken het een vroege lentedag. Binnen heerst de sfeer van het shabby Amsterdamse tweedehandswinkeltje waar ik vroeger voor mijn dochter prinsessenjurken kocht. Maar de prijs van het sleetse Chaneljasje in het rek is astronomisch veel hoger. „Stukken goedkoper dan de nieuwe”, zegt de hippe jongen met sikje wanneer ik een Hermèstas vastpak. „En geen wachtlijst.”

We strijken neer in Caffe Reggio in Greenwich Village en nestelen ons in een behaaglijk hoekje onder een authentiek portret van Cesare Borgia. Het donkere houten bankje draagt het wapen van de Medici’s. Aan de muur hangen meer renaissanceschilderijen. Dit kleine café is dé plek om een cappuccino te drinken. Het menu vertelt dat het drankje hier in 1902 werd geïntroduceerd in Amerika. We wanen ons in ons oude Amsterdamse stamcafé tussen de buurtbewoners. De bediening komt je favoriete drankje brengen zonder de bestelling op te hoeven nemen. Dit was de vaste ontbijtplek van David Bowie. Het is niet moeilijk je hem hier voor te stellen met de zondagskrant. En een cappuccino.

We lopen verder richting SoHo. De stad is leeg. Laag licht strijkt over de gebouwen en geeft lange schaduwen. Een eindje verderop is een reusachtige foto van een groep kinderen op een kale muur geschilderd. Ze staan dicht tegen elkaar aan, een verwilderde blik in hun holle ogen. Magere kinderen in lompen, zoals je die in Amerika nog maar nauwelijks ziet. Geen trendy modefoto, maar een portret van de bittere armoede van een eeuw geleden. De foto doet me denken aan het werk van Jacob Olie. Kinderen zonder enig vooruitzicht, gevangen in een grauw verleden.

Lunchen doen we die middag in The Odeon in Tribeca. In de jaren tachtig was dit dé favoriete plek van de avant-garde, zoals de schrijver Jay McInerney, die het restaurant op de cover van Bright Lights, Big City plaatste. Of de zwarte schilder Jean-Michel Basquiat, die begon met graffiti en daarna door de gevestigde kunstwereld werd omarmd. Cocaïne werd hem nog voor zijn dertigste fataal, net als acteur John Belushi, die hier ook vaak kwam. Maar The Odeon heeft die turbulente periode overleefd en vandaag zitten er alleen maar nette mensen. We eten mosselen en steak frites, delen een crème brûlée en toosten op het nieuwe jaar. Andy Warhol is ver weg.

Als we verder lopen, begint het te schemeren. ‘De beste back rub voor mannen en vrouwen’, staat er in grote letters op een piepklein winkeltje. Twee huizen verder is ‘de beste voetmassage’ in de aanbieding. Een koerier met een rugzakje springt op zijn fiets voor de bakkerij Insomnia Cookies – ‘verse warme koekjes bezorgd tot drie uur ’s nachts’, voor wie de slaap niet kan vatten.

Op de weg terug naar New Jersey hangt de late winterzon als een vuurrode bal boven een futuristisch landschap van gigantische bruggen en kranen. Als colonnes mieren stromen de auto’s over de wirwar van snelwegen. Het lijkt alsof we vanuit een ruimteschip boven de aarde hangen.

Op de radio zingt David Bowie: „Here am I floating ’round my tin can/ Far above the moon/ Planet Earth is blue/ And there’s nothing I can do.

Reacties naar pdejong@ias.edu