Opnieuw minder jongeren naar universiteitssteden

In Utrecht is de daling van het aantal jongeren dat op kamers gaat zowel absoluut als relatief het grootst.

Een kamer in een studentenhuis. Foto: Erik van 't Woud / ANP

In Nederland zijn opnieuw minder jongeren op kamers gegaan. Van juli tot en met oktober 2016 verhuisden 46.000 personen tussen de 17 en 22 jaar naar een andere gemeente in Nederland, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Er is sprake van een daling van 4 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2015. In dat jaar was de daling met 14 procent nog sterker.

De genoemde leeftijdscategorie vormt een uitzondering: in andere leeftijdsgroepen was er in dezelfde periode juist sprake van een stijging van het aantal verhuizingen. De daling is met 7 procent het sterkst onder 19-jarigen. Als recent ingeschreven Syriërs buiten beschouwing worden gelaten is de daling zelfs 10 procent.

Daling in Utrecht het grootst

De daling van het aantal verhuizingen is zowel absoluut als relatief in Utrecht het grootst: in die universiteitsstad vestigden zich ruim zevenhonderd jongeren minder dan het jaar ervoor.

Eindhoven, Leiden en Wageningen zijn de uitzonderingen onder de studentensteden: daar vestigden zich weer iets meer nieuwe jonge inwoners dan in 2015. In dat jaar was er sprake van een daling in álle studentensteden.

Studiebeurs

In het studiejaar 2014/2015 werd de basisbeurs voor studenten vervangen voor een tijdelijke lening. De daling van het aantal verhuizingen onder jongeren valt samen met de afschaffing van de studiebeurs als gift, schreef NRC-redacteur Maarten Huygen eerder:

“Eerstejaars, waarvan de ouders meer dan 30.000 euro per jaar verdienen, krijgen geen geld meer van de overheid. Ze kunnen alleen nog geld lenen voor hun studie en levensonderhoud. Het is mogelijk dat een aantal eerstejaars zich om die reden ook niet inschrijft in het bevolkingsregister van hun nieuwe stad.”