Zorg nodig? Ook in 2017 moet je langer wachten

Wachtlijsten De afgelopen jaren liep de wachttijd voor medische zorg elk jaar gestaag op. In 2017 zal dat opnieuw niet anders zijn. Vijf redenen waarom u ook dit jaar langer op een wachtlijst zult staan.

Fijn dat het nieuwe jaar in Almere is begonnen, voor de jongeren daar die jeugdzorg nodig hebben. Vorig jaar oktober timmerde de gemeente de toegang tot de jeugd-ggz dicht omdat het jaarbudget op was. Tieners met problemen die een psychiater of psycholoog nodig hebben, moesten maar even wachten tot 2017. Een nieuw jaar, een nieuw budget.

Wachtlijsten omdat de fondsen zijn uitgeput, het was vorig jaar al vaker te zien in de zorg. De politiek verhoogde de toegangsdrempels tot verpleeghuizen. Het resultaat: langere wachttijden en een onverwachte toevloed van hulpbehoevende ouderen in de ziekenhuizen.

En ziekenhuizen zelf weigerden ook al patiënten bij de draaideur. Zorgverzekeraar VGZ kocht voor 2016 te weinig zorg in bij het ziekenhuis van Enschede – of het ziekenhuis leverde te veel zorg, dat was nu juist het conflict tussen ziekenhuis en verzekeraars waardoor patiënten de wacht werd aangezegd.

Gemiddeld moesten patiënten 2,95 weken wachten in 2014 voordat ze bij de polikliniek langs konden komen, blijkt uit cijfers van onderzoeks- en adviesbureau Mediquest die ze op verzoek van NRC inventariseerde. In 2015 groeide de gemiddelde wachttijd naar 3,10 weken en afgelopen jaar werd de wachttijd fors langer en kwam die op 3,52 weken uit.

In de budgettaire werkelijkheid van de zorg is januari weer het walhalla. De potten zijn bijgevuld. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Toch lijkt het onafwendbaar dat in 2017 de patiënt nog sterker dan in 2016 met langere wachttijden zal worden geconfronteerd. Vijf redenen waarom.

1. De economie groeit weer

De vraag naar zorg en de toestand van de economie hebben een directe relatie met elkaar. Alle westerse economieën zagen de groei van de zorguitgaven na de crisis van 2008 duidelijk afnemen. Dat komt niet alleen door de bezuinigingen als reactie op de economische malaise. Ook de vraag naar zorg verandert. In een crisis zijn mensen banger hun baan te verliezen vanwege ziekte. En de kosten schrikken in tijden van krapte meer af. Dat remt het bezoek af aan de arts.

Nog duidelijker is de relatie tussen groei van de economie en vraag naar zorg. „Normaal gesproken is een groei van het inkomen per hoofd van de bevolking, zoals die in tijden van economische groei optreedt, een belangrijke kracht achter een toenemend zorggebruik”, schreef de Algemene Rekenkamer onlangs in een onderzoek.

Nu is de economische groei nog altijd zeer bescheiden, maar het consumentenvertrouwen is het hoogst van de afgelopen negen jaar. De dynamiek op de woningmarkt geeft burgers een rijker gevoel. Kortom, niets staat een toenemende vraag naar zorg in de weg.

2. Rantsoenering is nog van kracht

Het aanbod van zorg zal echter lang niet zo hard groeien als de economie. Dat is nu al duidelijk. De minister heeft bijvoorbeeld met het ziekenhuiswezen afgesproken dat de uitgaven exclusief inflatie dit jaar met maximaal 1 procent mogen stijgen.

Deze afspraak is de leidraad voor verzekeraars om hun 25 miljard euro aan ziekenhuiszorg in te kopen. Bij vrijwel alle tachtig ziekenhuizen in Nederland zijn de laatste maanden weer financiële plafonnetjes aangebracht: de afspraken over maximale omzet en maximale ‘productie’, ofwel de grens aan de hoeveelheid te verlenen zorg.

De schaarste zal dit jaar sneller gaan wringen, want de vraag groeit naar verwachting sterker dan het gerantsoeneerde aanbod van ziekenhuizen.

Ook voor de jeugdzorg en de ouderenzorg is het aannemelijk dat de tekorten eerder toenemen dan afnemen. Uitgestelde vraag hoopt zich op, terwijl de bezuinigingen van kabinet Rutte-II in 2017 pas in hun volle omvang gaan meewegen. Op het moment dat de economie expandeert, zit de overheid te knijpen.

3. De risico’s zitten meer bij de patiënt

Minister Edith Schippers (Zorg, VVD) is succesvol gebleken in het managen van haar begroting. In tegenstelling tot haar voorgangers hoefde zij nauwelijks in de Trêveszaal tegenvallers te melden en haar collega’s in de ministerraad te verzoeken bij te springen. Daarvoor zijn twee belangrijke verklaringen.

Allereerst introduceerde Schippers akkoorden waarmee zij de sector committeerde aan vooraf afgesproken groeivoeten. Zij gaf de zorgbranche de keuze: ik ga heel hard snijden in de breedte van het basispakket, de dekking van de polis die iedereen verplicht afsluit, of jullie moeten met betere ideeën en alternatieven komen om de uitgaven te beheersen.

Daarnaast verhuisde de bewindsvrouw de laatste jaren steeds meer financiële risico’s van de Rijksbegroting naar de zorgverzekeraars. Die hebben dat op hun beurt deels verlegd naar de ziekenhuizen. En dat vertaalt zich in de mogelijke patiëntenstops en wachtlijsten. Anders gezegd, tegenvallers op landelijk niveau bij de zorgbegroting worden veel sneller in de sector zelf gekanaliseerd. Aan het eind van die wijdvertakte schokdempers staat de patiënt. Die trekt aan het kortste end.

4. Te beperkte doelmatigheidswinst

Minder geld hoeft helemaal niet minder zorg te betekenen, dragen beleidsmakers graag uit. Je kunt ook efficiënter werken, doelmatiger zorg verlenen en dus meer doen met minder geld. Het is een nobel streven, maar er zijn weinig aanwijzingen dat dit de afgelopen jaren sterk verbetert.

De Algemene Rekenkamer kwam onlangs met sombere conclusies. Er wordt nog veel zorg door ziekenhuizen verleend die eigenlijk net zo goed, maar goedkoper, door huisartsen kan worden gegeven. Ook academische ziekenhuizen doen nog veel eenvoudige medische behandelingen die, gezien de expertise en dure infrastructuur van universitaire medische centra, beter in lokale ziekenhuizen kunnen worden uitgevoerd.

Xander Koolman, econoom, spreekt in dit verband van ‘opvulzorg’. Omdat ziekenhuizen intern het budget verdelen per vakgebied, zal bij minder ‘klandizie’ automatisch worden bijgeschakeld. Medisch specialisten gaan niet op hun handen zitten, er is altijd wel wat te doen. In de zorg geldt dikwijls: aanbod schept vraag in plaats van dat vraag aanbod schept.

Zo zouden dermatologen in 2012, midden in de crisis en nadat het kabinet het eigen risico fors verhoogde, veel minder bezoekers hebben gekregen. Maar dat ging niet ten koste van hun capaciteit.

De gaten of krimp die in het ziekenhuis ontstaan na verhuizing van zorg naar bijvoorbeeld de goedkopere huisarts, wordt altijd weer snel en als een soort automatisme opgevuld. De helft van de medisch specialisten in Nederland werkt via constructies waarbij hun inkomen afhankelijk is van het aantal gegeven medische behandelingen.

5. Verdringing door dure medicijnen

Een van die tegenvallers is de uitgave aan dure medicijnen. De kosten daarvan stijgen jaarlijks veel harder dan het budget, vorig jaar met bijna 10 procent. De al peperdure medicijnen voor patiënten met de ziekte van Pompe werden zo het afgelopen jaar weer fors duurder en kosten nu 467.000 euro per gebruiker per jaar. Veel van zulke medicijnen zitten behoudens enkele uitzonderingen gewoon in het jaarbudget van een ziekenhuis. In de onderhandelingen tussen verzekeraars en ziekenhuizen wordt die pijn verdeeld, maar ook dan verdringen de uitgaven aan dure medicijnen uitgaven aan andere vormen van zorg.

Ondanks sommige deals die minister Schippers met de farmaceutische industrie heeft gesloten, is die trend van bovenmatige tariefgroei van dure medicijnen niet te keren. De redenen zijn bekend: voor veel aandoeningen zijn de medicijnen gepatenteerd waardoor farmaceutische bedrijven een machtspositie hebben. Die is dikwijls zo groot dat zij, juist bij ernstige ziektes, kunnen vragen wat ze willen. Daar kan zelfs een minister machteloos tegenover staan. Met die bovenmatige groei van de prijzen zal het keurslijf van het budget eerder knellen, dus de wachttijd sneller toenemen.