Column

Oliebol

Column Marcel van Roosmalen De oliebollentest is non-nieuws met een spin-off van nog meer non-nieuws.

Het leek mij dat oliebollenbakkers in de culinaire pikorde helemaal onderaan staan, nog onder de frietbakkers. Reden voor het Algemeen Dagblad om er jaarlijks hun allerslechtste journalisten op af te sturen (‘geselecteerd op smaakvermogen’). De oliebollentest die ze produceren is non-nieuws met een spin-off van nog meer non-nieuws. Dit jaar zat er in de bijvangst een oliebollenbakker uit Amsterdam die huilend een journalist van stadszender AT5 te woord stond. Toen hij in de dagen erop alsnog werd bedolven onder de klanten was ook dat weer nieuws.

Zelf vroeg ik me alleen maar af waarom oliebollenbakkers zo onsmakelijk veel op hun product lijken. Terug naar het AD. Ze hebben daar een heuse ‘chef oliebol’. „Sta ik wel voldoende stil bij de effecten van mijn werk?” vroeg deze Paul Hoving zich in zijn voorwoord bij de oliebollentest af. Hij gaf een paar regels verderop zelf het antwoord: „Ik zou tegen de oliebollenbakkers willen zeggen: relativeer een beetje, het is maar een stukje in de krant. Er zijn belangrijker dingen in het leven.”

Met andere woorden: we maken je handel helemaal af, maar je mag je niet aanstellen vanwege „belangrijkere dingen in het leven”. Nou niet voor het AD, hoofd oliebol. Daar zijn ze in de laatste dagen van het jaar zo druk met oliebollennieuws dat zelfs de zielige dieren een beetje moeten inschikken.

Op Oudejaarsdag belandde ik met vriendin en kind bij toeval in ‘de gebakskraam’ aan de Noorderwierweg in Amersfoort. De oliebollenbakker hing lusteloos in zijn kraam. Zijn vrouw en dochter wreven met lappen die blauw uitsloegen van de Glassex het glas van de vitrine op. Ik bestelde en vroeg of ze ook in de oliebollentest van het AD stonden. Een afgemeten ‘ja’.

„O, hoe hoog?”, vroeg de Vriendin.

„Derde”, zei de oliebollenbakker.

Zijn vrouw: „Als je de krant ondersteboven houdt…”

„We kregen het cijfer 1,5”, zei de oudste dochter. In de toelichting bij de onvoldoende had gestaan: ‘Taaie, smakeloze deegbol. Het smerigste wat ik ooit heb gegeten. Inwoners van Amersfoort kunnen zich nog bedenken.’ De dochter: „Nou, dat hebben ze gedaan.” De eerlijkheid van de oliebollenbakker en zijn familie nam me bijna voor ze in. Bij het weggaan zei de dochter: „Smakelijk eten en prettig einde.”

We aten de oliebollen thuis op. Ik wilde wel dat het anders was, maar de beschrijving in het AD bleek adequaat: zo smerig hadden we het nog nooit gegeten. Alleen ons bezoek leek nergens last van te hebben, we hebben na Oudejaarsavond nooit meer van hem gehoord. Terugrekenend ontdekten we dat hij misschien wel de halve zak op moest hebben gegeten, dus die is waarschijnlijk dood. Jammer, maar wel een leuk stukje spin-off voor het AD. Het is ze gegund.