Column

In de Tweede Kamer zitten zwijgen? Nee!

Soms kan ik de verleiding niet weerstaan. Dan lees ik iets in NRC en dan denk ik: hoe kunnen leden van de Tweede Kamer zo laks omspringen met hun taak als volksvertegenwoordiger en als controleur van het regeringsbeleid? Meestal kan ik me dan wel bedwingen. Nu niet.

Het begon ermee dat president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank eind vorig jaar in NRC zei dat het „toch beter” is „dat politici geen debat voeren over monetair beleid”. Knot is zelf overigens best kritisch over het beleid van de ultralage rente en het massaal opkopen van staatsschuld door de Europese Centrale Bank. Dat is beleid dat ook in zijn naam wordt uitgevoerd.

Dat politici beter kunnen zwijgen over monetaire politiek is een rare opvatting, zeker omdat Knot die mening ventileert in een interview. Wat is de zin van een interview? Knot gaat indirect, via de krant, in dialoog met de burger. Het is tevens een vorm van verantwoording afleggen.

Maar het is óók een bijdrage aan de publieke discussie. Of is dat een discussie die alleen journalisten, economen, boeren en buitenlui mogen voeren, maar gekozen politici niet?

Het werd nog gekker toen ik de reacties van sommige Kamerleden op het interview las. Woordvoerders van GroenLinks en D66 zagen wel iets in de vrijwillig opgelegde zwijgplicht van Knot. Zij verwarren, net als Knot zelf overigens, de onafhankelijkheid van de centrale bank met een open debat over het gevoerde én te voeren monetaire beleid. Goede geld- en rentepolitiek is volgens Knot gebaat bij onafhankelijkheid van de centrale bank. Dat staat, voor zover ik de politieke arena kan overzien, niet ter discussie in Den Haag, Berlijn of Brussel. Ook al kun je je afvragen of het terecht is dat je niet-gekozen technocraten zoveel macht geeft. Zeker als die niet-gekozen technocraten zélf hun macht met een onconventionele ultralage rentepolitiek nog verder uitbreiden.

Die discussie slaan we nu even over. Onafhankelijkheid in de context van monetaire politiek betekent dat de minister van Financiën, of het kabinet, of de Tweede Kamer of het Europees Parlement de centrale bank geen opdrachten geeft. Onafhankelijkheid betekent dat politici geen spoedwetje maken om de centrale bank te dwingen de rente te verlagen, woningkredieten uit te breiden of andere leuke dingen voor de mensen te regelen. Onafhankelijkheid betekent níet dat een centrale bank in een ivoren toren haar goddelijke gang kan gaan. Alle politiek is geldpolitiek. Het parlement heeft het begrotingsrecht ten bate van de welvaart van ons allemaal. De centrale bank reguleert in haar politieke onafhankelijkheid de waarde van het geld, ook in ons aller belang. Dat is het spel, en zo moet het gespeeld worden.

Weinig mensen snappen dat zo goed als de centrale bankiers zelf. Daarom treedt ECB-president Mario Draghi op in het Europees Parlement. Daarom houdt hij persconferenties. Daarom reizen Europese centrale bankiers dwars door Europa om redevoeringen te houden. Daarom houden ze opiniepeilingen naar de opvattingen van de burger.

Met wie praat de top van het ECB het meest? Financial Times vroeg in 2015 de agenda’s op met de afspraken van de ECB-bestuursleden. Twee categorieën springen eruit: kopstukken uit de financiële wereld én politici.

Draghi en Knot praten met politici. Politici praten met Draghi en Knot. Kamerleden die de publieke discussie uit de weg gaan verzaken hun plicht.